“Innocent, jij mag de taart aansnijden. Het is het jullie feest.
Vandaag zijn jullie de eregasten.”
Bisschop John geeft het grote mes aan de jongen. Hij is één van de
duizend kinderen die zijn uitgenodigd op het plein van de Sint Monica
school in Gulu. De kinderen zijn anders alleen ‘s nachts in het kleine
stadje. Ze wonen in het vluchtelingenkamp hier vijf kilometer vandaan.
In het kamp is het niet veilig. Vooral ’s nachts kan het rebellenleger het
kamp overvallen. Ze nemen eten mee en vaak ook kinderen. Die moeten
vechten in het leger van de rebellen, hun spullen dragen of eten koken. De
mensen moesten van de regering uit hun dorp naar een vluchtelingenkamp.
Daar zouden ze hen beter kunnen verdedigen tegen de plunderende rebellen.
Maar de soldaten kijken alleen maar toe als de rebellen komen.
Daarom
lopen duizenden kinderen elke avond naar Gulu en ’s morgens weer terug om
naar school te gaan. De bisschop heeft ook een paar keer met de kinderen
meegelopen. Eén keer per jaar houdt hij een feest voor de kinderen. Met
lekker eten en drinken, spelletjes en muziek maken. Dit keer is er een
optreden van de populaire reggaezanger Bosmic Otim.
In
Oeganda krijgen belangrijke mensen als eerste eten en drank geserveerd.
“Nu zijn de rollen omgedraaid”, zegt de bisschop. Pas toen de kinderen
lekker zaten te smullen, was de bisschop aan de beurt! “Ik hoop dat de
kinderen binnenkort weer naar hun dorp terug kunnen en daar weer genoeg te
eten hebben”, zegt hij, “want kinderen zijn onschuldig. “”Hé”, zegt
Innocent, “zo heet ik ook!”