|

Rebellen
In het noorden van Oeganda is het twintig jaar oorlog geweest. De soldaten
van het leger vochten tegen rebellen uit de bossen die de huizen
overvielen. In Noord-Oeganda wonen de mensen naast hun akkers, ver uit
elkaar. De regering vond dat ze zo moeilijk te verdedigen waren en
brachten hen bij elkaar in kampen. Maar ook daar waren de mensen niet
veilig. ’s Nachts overvielen de rebellen het kamp en ontvoerden kinderen.
Lopen
Omdat het in het kamp niet veilig was, liepen veel kinderen elke avond 5
km naar de stad. Daar sliepen ze in een oud schoolgebouw. ’s Morgens
liepen ze dan weer terug om in het kamp naar school te gaan. De bisschop
heeft ook een paar keer met de kinderen meegelopen. Eén keer per jaar wil
hij de kinderen verwennen. Met lekker eten en drinken, spelletjes en
muziek.
Onschuldig
In Oeganda krijgen belangrijke mensen als eerste eten en drank geserveerd.
“Nu zijn de rollen omgedraaid”, zegt de bisschop. Pas toen de kinderen
lekker zaten te smullen, was de bisschop aan de beurt! “Ik hoop dat de
kinderen binnenkort weer naar hun dorp terug kunnen en daar weer genoeg te
eten hebben”, zegt hij, “want kinderen zijn onschuldig. “Hé”, zegt
Innocent, “zo heet ik ook!”
Verdrag
Gelukkig hoeven de kinderen nu ’s nachts niet meer weg. Sinds twee jaar
zijn er geen overvallen meer van de rebellen. Er wordt niet meer
gevochten, maar vrede is het ook nog niet helemaal. De leider van de
rebellen moet het vredesverdrag tekenen. “Hij komt steeds niet opdagen”,
vertelt de bisschop, “maar we geven de moed niet op. De vrede zal komen.”
Dromen
Eens zal het overal op de wereld vrede zijn. Daar mogen we van dromen, zo
lezen we in de bijbel. De profeet Jesaja (750 jaar voor Jezus) had zo’n
droom “Eens wonen de wolf en het lam samen. De panter ligt naast het
bokje. Het kalf en de leeuw staan samen in de wei, een kleine jongen kan
ze verzorgen. De koe en de berin sluiten vriendschap, een baby speelt bij
het hol van een slang.”
Voorbij
In de eerste eeuw na Jezus leefde Johannes. Hij droomt over oorlog en
rampen. Maar dan ziet hij de wereld helemaal nieuw worden. God laat de
Stad van Vrede uit de hemel neerdalen. Hij woont daar bij de mensen. Alle
tranen wist hij van hun ogen. Er is geen dood meer, geen pijn. Al het nare
is voorbij.
Kindsoldaat
Opio in Oeganda droomt ook over de vrede. Hij was elf jaar toen de
rebellen zijn dorp overvielen. “Mij en mijn zusje namen ze mee. Wij
moesten koken voor de soldaten en hun geweren dragen. Later moest ik ook
meevechten.” Na twee jaar lukte het Opio om te vluchten. Nu woont hij op
de missiepost van pater Josef. Hij hoorde daar dat de rebellen zijn ouders
gedood hebben.
Voorbeeld
Opio gaat nu naar school. Hij wil ook graag pastor worden om de mensen van
zijn dorp te helpen. Pater Josef is zijn grote voorbeeld. Opio praat veel
met de andere kindsoldaten, die gevlucht zijn en nu bij de pater wonen. Ze
tekenen ook wat ze hebben meegemaakt. En ze sporten veel. Als ze
voetballen vergeten ze even wat ze hebben meegemaakt.
Praten
“ Als
je de knuffel op schoot hebt, mag je praten”, zegt Boris. Zo’n lekker
zachte knuffel helpt om te vertellen. Een heel weekend zitten deze
Nederlandse kinderen bij elkaar: Allemaal hebben ze een familielid
verloren. Van de één is haar zusje overleden, van de ander zijn moeder. De
kinderen zijn verdrietig. Maar er wordt ook veel gelachen. En heel veel
gepraat. Het helpt, praten en luisteren naar elkaar. Dat je tegen iemand
aan kan zitten, die je troost.
Steen
Jorn: We hebben ook een steen geverfd. Een nare herinnering is net als een
steen met scherpe punten. Als je erover praat, dat wordt het als een ronde
steen. Je krijgt weer moed en je kunt weer verder in je leven.” Lotte: En
we hebben een kaars gemaakt. Een voor een hebben we de kaars aangestoken
voor degene die dood is. Thuis heb ik de kaars bij een foto neergezet. Dan
kan ik hem aansteken als ik verdrietig ben.”
|