Papoea

De streep door Papua

Papoea
Nieuw-Guinea is, na Groenland, het op ťťn na grootste eiland ter wereld. De linker helft, het westelijk deel, heet sinds vorig jaar Papoea; daarvoor heette het Irian Jaya. Het maakt deel uit van het land IndonesiŽ. Het oostelijke deel is een zelfstandig land en heet Papoea Nieuw-Guinea. Papoea is ongeveer dertien keer zo groot is als Nederland.

RegenwoudenKlimaat
Op Papoea is het altijd heet en vochtig. De temperatuur ligt meestal rond de 26 graden Celsius. Per jaar valt er bij elkaar opgeteld drie meter aan regen. Dat is maar liefst vier keer zoveel als in ons land. Toch regent het op Papoea minder vaak dan hier. Als het er regent, dan regent het heel hard en lang achter elkaar. In ťťn nacht kan er dan net zoveel regen vallen als er in Nederland in een half jaar valt.
De Papoea’s kennen geen lente, zomer, winter en herfst. Maar ze kennen wel droge en natte perioden. Dat wil zeggen dat het in sommige maanden veel meer regent dan in andere maanden.

Landschap
Omdat het er zo vochtig is, is het grootste deel van Papoea bedekt met tropisch regenwoud. In het midden van het eiland lopen over de gehele lengte bergketens (de hoogste top is bijna 5000 meter), waar het ’s nachts heel koud kan zijn. Ten zuiden van de bergen liggen uitgestrekte moerasvlakten, waar de sagopalm groeit.

 

BevolkingOriginele klederdracht? Edam?
Van de bijna 2,5 miloen inwoners zijn 1 miljoen Papoea’s en 1,5 miljoen IndonesiŽrs van andere eilanden. De Papoea’s zijn de oorspronkelijke bevolking. Er zijn meer dan 230 verschillende stammen, die 200 verschillende talen en 800 dialecten spreken.
Vanwege het klimaat leven de bergpapoea’s op een heel andere manier dan de kustpapoea’s. Bij de bergpapoea’s is het hoofdvoedsel zoete aardappelen of cassave. De kustpapoea’s leven van sago en vis.

 

SagoSago
De sago is afkomstig van de sagopalm. Uit het binnenste van die boom wordt sagomeel gemaakt. Met de sagoklopper wordt het merg vezel voor vezel fijn gemaakt. De losgemaakte vezels worden met water overgoten en uitgewrongen. Het dikke melkachtige sap, dat dan ontstaat, wordt gezeefd en gedroogd.
De gedroogde sago wordt bewaard in grote blokken die wel twintig kilo wegen. …en boom brengt ongeveer acht sagoblokken op. Als de Papoea’s de sago als maaltijd klaar willen maken, breken ze een stuk van zo’n groot blok af. Ze verwarmen dit dan in een pan of wikkelen het in bladeren om in het vuur te leggen.
Behalve voor de sago wordt de sagopalm voor verschillende andere dingen gebruikt. De bladeren gebruiken de Papoea’s om kleding te maken, als versiering, om touw van te maken en voor dakbedekking. De nerven worden gebruikt voor vlechtwerk, zoals voor tassen en netten.
Een lekkernij voor de Papoea’s zijn paalwormen of sagolarven. Torren leggen eitjes in de schors van rottende sagobomen. Daar komen later deze larven uit.

 

VisvangstVissen op de rivier
De Papoea’s eten ook graag vis. De visvangst is een typisch vrouwenkarwei. Ze vissen met behulp van geknoopte netten en manden. Soms helpt het hele dorp mee. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er water van de rivier afgedamd moet worden. Het meertje dat dan ontstaat, wordt leeggehoosd. Op het laatst blijven alleen de vissen over. Je kunt ze dan zo oppakken.

 

 

Freeport mijnFreeport
De Amunge komen oorspronkelijk uit de bergen, maar toen de bestaansmogelijkheden daar minder werden, zijn ze naar de kust getrokken om in rubber- en koffieplantages te werken.
Aan de kust werden de Amungme weer verdreven door het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Freeport, dat van de Indonesische regering toesteming kreeg om in dat gebied de rijkdom aan bodemschatten, goud en ijzer, te ontginnen.
Freeport kocht in 1967 100 vierkante kilometer aan de zuidkust. Bij de stad Timika liggen nu een vliegveld en een haven en het eindpunt van een enorme pijplijn van 110 kilometer voor het vervoer van de delfstoffen. In de bergen ligt voor 23 miljoen dollar aan koper en 15 miljard aan goud voor het opscheppen. Het milieu wordt ook ernstig verontreinigd door de grote mijnbouworganisaties

Cassave
Maar de Amunge wisten zich snel aan te passen. Veel van hen werken nu bij Freeport of in de stad Timika. In de vloedbossen aan de rand van de stad is de aarde goed en vruchtbaar. Veel families leven er zowel van sago als van cassave. De moeders hebben geleerd om kippen te houden en tuintjes aan te leggen. Ze steken een stukje van een cassavetak in de grond en drie maanden later zijn er knollen aan gegroeid.

 

Man met peniskokerKledingPeniskoker
Vroeger bestond de kleding van de mannen uit niet veel meer dan een peniskoker, soms meer dan een meter lang, vaak fraai bewerkt en met een kwastje van paradijsvogelveren aan de top. De koker beschermde de geslachtsdelen bij het lopen door doorngewassen in het oerwoud.
De vrouwen droegen meestal alleen een rokje van grasvezels. Toen eens een belangrijk meneer en zijn vrouw een Papoea-dorp wilde bezoeken, werd de vrouwen gevraagd hun borsten te bedekken. De Papoea-dames voldeden graag aan dit verzoek. Zodra de blanke mevrouw in zicht kwam, tilden zij hoog hun rokjes op…

 

Kroonduif houtsnijwerkKroonduif
De vaders maken figuren van hout om te verkopen: schilden, schalen en stokken. Het teken van hun kampong, de krokodil, komt overal op terug. Vaak herken je ook de kroonduif, symbool van vrijheid en van Papoea, hun land, of een van hun hondjes op een voorwerp.
De traditionele taak van de mannen is de jacht in het bos. Met pijl, boog en speren vangen ze bosduiven, vogels en wilde varkens. Daarvan maken de vrouwen later heerlijke maaltijden.
De kroonduif is zo groot als een kip en ontleend zijn naam aan een sierlijke verenkam op zijn hoofd.

 

Man met varkenVarken
Het varken heeft traditioneel een belangrijke betekenis voor de Papoea. De van oorsprong wilde varkens lijken op de wilde zwijnen in onze natuurparken, maar dan magerder. Een van de vrouwentaken is het fokken van tamme varkens. Ze worden niet alleen voor het vlees gehouden, maar ook als statussymbool gefokt. Hoe meer varkens een man of een dorp heeft, hoe meer er kunnen worden weggegeven en hoe grotere feesten men kan geven. Bij ons krijg je vaak status door je bezit; bij de Papoea door wat je kunt weggeven aan anderen.
Vroeger, voordat de Papoea’s met geld in aanraking kwamen, was het varken het betaalmiddel. De bruidsschat die een jongen aan de familie van de bruid moest betalen bestond ook uit varkens.
De varkens hebben wel een tweeslachtige rol. Behalve status zijn ze ook bedreiging, namelijk voor de tuin en akker van de Papoea. Heggen om het land tegen varkens te beschermen zijn dan ook heel belangrijk.

 

Andere dieren
Een grote gele bek met een klein zwart vogeltje erachter, zo ziet de jaarvogel er uit. Bovenop zijn snavel zie je een soort ringen. Men dacht vroeger dat de vogel elk jaar een nieuwe ring kreeg, net als een boom. Je ziet de jaarvogel vaak afgebeeld in de voorsteven van een prauw.
CasuarisDe casuaris is een grote loopvogel. Dat wil zeggen dat hij net als de struisvogel wel vleugels heeft en eieren legt, maar niet kan vliegen. Daar is hij te groot en zwaar voor. Hij heeft een zwart verenkleed, een lange nek en een scherpe kop met een grote kam en priemende oogjes. De vogel wordt op dansschilden afgebeeld en van zijn tanden worden armbanden gemaakt.
De kuskus is een zacht buideldiertje met bruine of witte vacht. Omdat er weinig pelsdieren in het oerwoud wonen, is de kuskus zeer geleiefd. Van zijn vel maken ze een mooie hoofdband die vooral bij feesten gedragen wordt.Kalong - Vliegende Hond
Er zijn twee soorten kaketoes: witte en zwarte. Als de zwarte, de koningskaketoe, kwaad wordt zet hij zijn kopveren omhoog en kijkt je doordringend aan met rode ogen. De bek van de kaketoe wordt vaak als versieringsmotief gebruikt. Van de witte kaketoe gebruikt men de veren als versiering.
De kalong is een vleermuis, maar wel een stuk groter dan die bij ons. Hij wordt ook wel vliegende hond genoemd. Sommige bomen hangen er vol van. De klauwtjes van de kalong vind je als motief op allerlei voorwerpen terug.

papua-kids2.jpg (9529 bytes)

Een stukje geschiedenis over Papoea

Vanuit Europa voeren eeuwen geleden handelsschepen naar AziŽ op zoek naar specerijen als peper, nootmuskaat en kaneel. In 1527 kwam de Portugees Jorge de Meneses aan bij een eiland. Hij gaf de bewoners hun huidige naam: ‘ilhas dos Papoea’s’, ‘eiland van de kroesharigen’.
In de tweede helft van de zestiende eeuw voer er een Spaans schip langs. De kapitein van dat schip vond dat er zoveel gelijkenis met het Westafrikaanse land Guinee was, dat hij het eiland Nuova Guinea, ‘Nieuw Guinea’, noemde.

DuyfkenDuyfken
Pas tientallen jaren later voer er weer een Europees schip langs, een schip uit Nederland. In 1606 stuurde de V.O.C., de Verenigde Oostindische Compagnie, het schip de Duyfken met kapitein Willem Janszoon, eropuit om de grenzen van het tot dan toe bekende land te zoeken. Voordat het schip uiteindelijk op de Australische kust landde, deed het de zuidkust van Nieuw Guinea aan.De Hollanders raakten in een hevig gevecht gewikkeld met de Papoea’s. Negen bemanningsleden van het schip vonden daarbij de dood.

Streep
Toen in de negentiende eeuw de Britten buitenposten inrichtten in het oosten van Nieuw Guinea, besloot Nederland het westelijk deel in 1829 tot haar bezit te verklaren. Er werd een kaarsrechte streep getrokken als grens, die nu nog steeds bestaat. Nederland veroverde het grootste deel van de eilanden en samen werd dat Nederlands IndiŽ.

Onafhankelijkheid
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontbrandde een onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands IndiŽ. Dat leidde ertoe dat de nederlandse kolonie in 1949 een onafhankelijke staat werd onder de naam IndonesiŽ. Maar Nederland hield wel haar deel van Nieuw Guinea in bezit. De Indonesische regering was daar woedend om. In 1961 zwichtte Nederland voor de druk van IndonesiŽ, en vooral van de Verenigde Staten, om het eiland toch af te staan. De papoea’s zelf waren tegen de overname. Als voorwaarde bedong Nederland dat de Papoea-bevolking in een volksstemming mocht beslissen over haar eigen toekomst.

Selectie
De IndonesiŽrs wisten de uitslag te beÔnvloeden door duizend Papoea’s zorgvuldig te selecteren die de keuze mochten maken. Zij kozen in 1969 voor aansluiting bij IndonesiŽ.
Nederlands Nieuw guinea kreeg een nieuwe naam Irian Jaya, ‘stralend land’.
Irian Jaya werd door IndonesiŽ vooral gezien als winstbron en als opvangmogelijkheid voor mensen uit overbevolkte eilanden.

Transmigratie
Die verhuizing van het ene eiland naar het andere noemen we transmigratie. Vooral Java is erg dichtbevolkt. Daarom probeert de regering van IndonesiŽ de Javanen ook over de andere eilanden te verdelen. Inmiddels leven er al meer transmigranten dan Papoea’s op Papoea.
De mensen die transmigreren zijn vooral boeren met weinig of geen land en zwervers. De eerste anderhalf jaar na hun verhuizing worden ze ondersteund door de overheid. In hun nieuwe woonplaats krijgen ze een stuk grond, een huis, geld om eten en drinken te kunnen kopen, zaden en kunstmest. Voorwaarde is wel dat je getrouwd bent, jonger dan 40 jaar en boer.

Hout kappen of niet?Kappen
Er zijn nu zoveel nieuwe bewoners bijgekomen, dat de Papoea’s bang zijn dat ze straks niets meer te vertellen hebben. Ze vinden het niet helemaal eerlijk dat de grond die eigenlijk van hen is zomaar wordt weggegeven aan de transmigranten. De transsmigratie veroorzaakt nog een probleem. Om ruimte te maken voor de nieuwkomers worden grote delen van het tropisch oerwoud omgehakt. Het landschap wordt zo ernstig aangetast.

Autonomie
Vanaf het begin van de Indonesische overheersing hebben de Papoea’s gestreden voor meer rechten. Ze waren daarbij wel verdeeld: radicale Papoea’s wilden echte onafhankelijkheid en verenigden zich in de Organisatie Vrij Papoea. De Indonesische regering is daar steeds hard tegen opgetreden. Maar onder die druk is de regering vorig jaar een beetje gezwicht: ze heeft van Papua een ‘autonome’ provincie gemaakt met wat meer vrijheid. Ze heeft daarbij de belofte gedaan dat het grootste deel van de opbrengst van de delfstoffen in Papua zelf zal blijven.