
CONGO
Officiëel is de naam van dit land "République
Démocratique du Congo" maar het heeft al verschillende namen gehad. Toen het begin
1900 een kolonie van België was heette het Belgisch Kongo en vanaf 1971 heeft het Zaïre
geheten. De huidige naam is er vanaf 1997.
Het land heeft een oppervlakte van 2.344.885 km² dat is 56 keer Nederland en heeft iets
meer dan 53 miljoen inwoners. Na Soedan en Algerije is de Democratische Republiek Congo
het grootste land van Afrika. Het land ligt in het centrale deel van dit continent aan
weerszijden van de evenaar.
Klimaat
De zone rond de evenaar heeft een vochtig tropisch klimaat met constant hoge gemiddelde
temperaturen rond 25° C. In dit gebied ligt de gemiddelde jaarlijkse neerslag op
ca. 2000 mm. Hier valt dus bijna het hele jaar door regen. Het noorden van Congo kent een
droge tijd van december tot februari, in het zuidoosten duurt de droge periode van april
tot september en valt gemiddeld 1200 mm neerslag.
Planten en dieren
Door het midden van Congo loopt een brede gordel van tropische regenwouden met een grote
verscheidenheid aan hardhoutsoorten (mahonie, ebben, wengé en iroko). De rest van het
land is bedekt met vochtige savannen, op de plateaus overgaand in grassavannen. In de
bossen leven gorilla's, chimpansees en bavianen, op de savannen vindt men een bonte
verzameling roofdieren, hoefdieren, neushoorns en olifanten. De oostelijke meren zijn het
woongebied van nijlpaarden en krokodillen.
Volk
De regenwouden zijn nauwelijks bewoond; een groot deel van de bevolking woont langs de
benedenloop van de Congo rivier. Ongeveer 30% van de totale bevolking in een stad. De
hoofdstad Kinshasa is een van de grootste steden van Afrika. Andere belangrijke steden
zijn Kananga en Kisangani.
In
Congo
wonen ruim 200 etnische groepen. De meeste van deze groepen, in totaal 78% van de
bevolking, behoort tot de Bantoesprekende volken. Dit zijn o.a. de Congo, de Mongo, de
Luba, Katanga en de Lunda. In het noorden wonen verschillende volken die een Soedanese
taal spreken. De herdersvolken in het noordoosten, o.a. de Lugbara, Alur en Kakwa, zijn
Niloten. Daarnaast is er een kleine groep Europeanen en Pygmeeën (in het grensgebied met
Uganda) en herbergt Congo vluchtelingen uit o.a. Angola, Uganda, Rwanda en Boeroendi.
In Congo wordt een veelheid van talen gesproken, o.a. Swahili, Kikongo, Thiluba en
Lingala. Het Frans is de officiële taal.
Ruim 80% van de bevolking is christelijk, waarvan meer dan de helft rooms-katholiek is.

Grondstoffen en gewassen
Congo is een van de rijkste landen van Afrika als het om natuurlijke hulpbronnen gaat. De
belangrijkste grondstoffen zijn koper, kobalt en industriële diamant. Andere
delfstoffen zijn o.a. tin, zink, mangaan, zilver, goud, steenkool, uranium, cadmium,
bauxiet en ijzererts. Congo verkoopt ook nog stroom. Veertig procent van alle stroom in
Afrika komt van waterkrachtcentrales in Congo. Daarnaast beschikt het land over zeer grote
houtvoorraden.
Meer dan 60% van de beroepsbevolking werkt in landbouw en visserij. Grote delen van het
gebied rond de Kongo rivier zijn vruchtbaar en uitermate geschikt voor de verbouw van
gewassen. Ze verbouwen daar voornamelijk cassave, rijst, maïs en bonen.
