Bijlage
onderdeel geschiedenis Bosnië |
| 7e eeuw: De eerste Slaven betrekken het gebied vanuit het Noordoosten, en vormen daar diverse graafschappen en hertogdommen. |
| 9e eeuw: Er ontstaan twee nieuwe koninkrijken: Servië in het oosten en Kroatië in het westen. |
| 1200 1389: Edelen van het koninkrijk Hongarije regeren over Bosnië en Kroatië. Bosnië was intussen een koninkrijk geworden met drie religies: rooms-katholiek, Oost-Orthodox en een lokale Bosnische kerk. |
| 1389 1463: Oprukkende Ottomanen (Turken) verslaan, in een poging de Balkan te veroveren, het Servisch koninkrijk. Veel Serviërs vluchten daarom naar Bosnië, waar ze de Turken lange tijd buiten de deur konden houden. Maar in 1463 wordt ook dit land een deel van het Ottomaanse rijk. |
| 1463 1878: De Islam is de belangrijkste godsdienst in Bosnië, en de Turken oefenen veel invloed uit op het dagelijks leven, de taal en de architectuur. Ondanks deze overheersing is er een bepaalde mate van godsdienstvrijheid, zodat er minderheden blijven bestaan die katholiek of Servisch-orthodox blijven. Bosnië blijft daarom een multi-etnische staat met de Islam als belangrijkste godsdienst. Aan het einde van de 19e eeuw proberen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije de macht van het rijk te breken. Het lukt niet helemaal. Er wordt in 1878 in Berlijn besloten om geen oorlog meer te voeren, maar Bosnië aan Oostenrijk-Hongarije toe te voegen. De buurlanden worden onafhankelijk. |
| 1878-1914: Bosnië-Herzegovina wordt een provincie van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Er worden meteen scholen, wegen en spoorlijnen gebouwd, maar er emigreren ook veel moslims naar het oosten, naar gebieden die nog onder het Ottomaanse rijk vallen om de onzekere toekomst te ontlopen. Andere volkeren en religies krijgen daardoor meer macht, met name de Serviërs. |
| 28 juli 1914: De troonopvolger van het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk, Frans Ferdinand, bezoekt Sarajevo. In de stad wordt hij doodgestoken door een Servische nationalist. De spanningen in Europa ontladen zich. Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servie, waardoor een kettingreactie ontstaat aan oorlogsverklaringen. De 1e Wereldoorlog is een feit. |
| 1918: Na de 1e Wereldoorlog houdt het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk op te bestaan. De provincies Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina, en het koninkrijk Servië met Montenegro en Macedonië worden samengevoegd tot het Koninkrijk der Serviërs, Slovenen en Kroaten en krijgt in 1923 de naam Koninkrijk Joegoslavië. |
| 1941: De 2e Wereldoorlog bereikt ook Joegoslavië met Duitse bombardementen op Belgrado. Het land wordt verdeeld onder Duitsers, Italianen, en Bulgaren. Zowel in Kroatië als in Servië worden fascistische, pro-Duitse regimes geïnstalleerd. Deze gaan hard tekeer tegen politieke tegenstanders in concentratiekampen |
| 1945 1980: Josip Broz Tito was in de WO II leider van communistische partizanen die vanuit Bosnië vochten tegen de bezetters. Als Joegoslavië na de oorlog in puin ligt, wordt Tito ook de leider van het land. In eerste instantie voert hij een streng communistisch bewind, maar als in 1953 een hongersnood dreigt, gooit hij het roer om. Hij breekt met Stalin en de Sovjet-Unie en gaat zich meer op het westen richten. |
| 4 mei 1980: Tito overlijdt. Er is geen goede opvolger en nog voor zijn dood is er een presidium ingesteld. Acht vertegenwoordigers van alle republieken en provinciën moeten het land gaan leiden. |
| 26 juni 1991: Slovenië en Kroatië roepen hun onafhankelijkheid uit. Als reactie daarop valt het Joegoslavisch leger, gesteund door nationalistische Servische bewegingen, de republieken binnen. In Slovenië duurt de actie nog geen 14 dagen, maar in Kroatië barst het gevecht in alle hevigheid los. Het leger gebruikt bases vanuit Bosnië voor aanvallen op Kroatië. In Bosnië-Herzegovina komt het steeds meer tot etnisch geweld. |
| 5 april 1992: De president van Bosnië-Herzegovina, Alija Izetbegovic, roept de onafhankelijkheid uit. Tienduizenden moslims, kroaten en Serviërs gaan deze dag in Sarajevo de straat op, om te demonstreren tegen de oorlog en het etnisch geweld in het land. De demonstratie wordt uiteengeslagen door Servische knokploegen, scherpschutters en troepen van het Joegoslavisch leger. Dit is de aanzet tot de burgeroorlog, die niet alleen zal leiden tot vele slachtoffers en kapotgeschoten huizen, maar ook tot etnische zuivering. Mensen van een andere afkomst worden gedwongen te verhuizen uit het gebied, of in kampen gestopt. |
| 1995: Na vele onderhandelingen wordt het Dayton Akkoord gesloten. Het bevat onder meer een nieuwe grondwet die de voormalige deelrepubliek Bosnië-Herzegovina definieert als een staat die wordt gevormd door drie etnische groepen en bestaat uit twee delen: de Federatie Bosnië-Herzegovina (moslims en kroaten) en de Republica Srpska (Serviërs). Beiden hebben een eigen president, regering en parlement. Afgezien van sporadische incidenten is de vrede sinds 1995 gehandhaafd. De SFOR (onderdeel van de Verenigde Naties) is de internationale politie die toeziet op de naleving van het akkoord. |