BOLhoedjes uit BOLivia

Bolivia ligt in Zuid-Amerika. Het is 30 keer zo groot als Nederland. Je kunt het land in drie gedeeltes verdelen. In het westen ligt het Andesgebergte met een koude hoogvlakte: de Altiplano. In het midden liggen valleien met een subtropisch klimaat. In het oosten vinden we het Amazone-oerwoud. Daar is het tropisch warm.
Vlag
Rood staat voor de dapperheid van het
Boliviaanse leger. Geel voor goud en andere bodemschatten. Groen voor de vruchtbaarheid van de grond.

In Bolivia wonen 6½ miljoen mensen. De meesten daarvan zijn indianen. Vroeger werkten veel indianen op het platteland van de hoogvlakte. De mensen werkten voor zichzelf en ruilden op de markt wat ze over hadden. Maar toen de Spanjaarden het land "ontdekten" in de 16e eeuw veranderde er veel. De indianen moesten werken voor de Spanjaarden, op het land en in de mijnen.
Verdelen
In deze eeuw is het land weer verdeeld onder de kleine boeren. Maar veel levert het niet
op. Kinderen, die een stukje land erven van hun vader, verdelen dat weer onder hun
kinderen. Het stukje grond is soms niet groter meer dan één hectare. Omdat het gebied zo
droog is leveren ook de oogsten niet genoeg meer op. Veel Quechua-indianen trekken naar de
stad Cochabamba. Ze leven in een grote krottenwijk boven de stad.

Mijn
Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika. Je kunt bijna niet geloven dat hier in de
Spaanse tijd de grootste en rijkste stad van Zuid-Amerika lag. In de mijnstad Potosi, die
door de Spanjaarden de "keizerlijke stad" werd genoemd, woonden toen tweehonderd
duizend mensen. Het middelpunt van Potosi was de "Cerro rico", de rijke berg. Op
die berg werden grote hoeveelheden zilver gevonden. Nu is Potosi geen keizerlijke stad
meer. Er zit geen zilver meer in de berg.
In Bolivia waren ook veel tinmijnen. De meesten zijn gesloten, omdat de prijs van tin heel
erg gedaald is. Toch werken er nog wel een paar duizend mijnwerkers. Er gebeuren veel
ongelukken als de mijnwerkers met dynamiet rotsen opblazen om er de tin uit te halen. En
dat terwijl er boven de ingang staat: "Veiligheid voor alles"!
Coca
Al eeuwenlang wordt door de indianen coca verbouwd. De Inca's gebruikten het al om offers
te brengen. De Bolivianen van nu kauwen graag op de cocabladeren. Maar de meeste coca
wordt uitgevoerd naar andere landen. Daar worden er drugs van gemaakt: cocaïne. Dat
brengt veel geld op, maar de kleine boer die de cocabladeren verbouwt ziet daar weinig
van.
Een klein deel van de bevolking verdient veel geld door de handel in coca. Zij zijn heel
rijk. Ze wonen in kasten van huizen, in paleizen met zwembaden. In de achtertuin hebben ze
soms zelfs een eigen helihaven of landingsbaan voor hun vliegtuigjes. Van zo'n villa wordt
vaak gezegd: "het ruikt naar cocaïne"!

Bolhoedjes
In Bolivia dragen zowel vrouwen als mannen een hoed of muts als bescherming tegen zon of
kou. Heel bekend is het bolhoedje dat de indiaanse vrouwen dragen. Het blijft zitten
zonder spelden. Op het platteland gaat het soms met een touwtje onder de kin vanwege de
harde wind. Het hoedje komt eigenlijk uit Europa. In Andalusië in Spanje droegen de
boerenvrouwen het al. Toen de Spanjaarden naar Bolivia gingen namen ze het mee. Ze wilden
niet dat de indianen kleren droegen die herinnerden aan het grote Inca-rijk. Daarom
moesten de vrouwen het bolhoedje uit Spanje gaan dragen. Ze maakten de vrouwen wijs dat ze
door het dragen van de bolhoed meer kinderen konden krijgen. Toen werd het hoedje een
echte rage!
Straf
Maar er zijn niet alleen maar bolhoedjes. Bolivia kent wel honderd
verschillende typen hoeden. Het vilt van de hoeden wordt gemaakt van schapenwol en
konijnenvellen. Voor de hoeden in één stad is al de wol nodig van wel 10.000 schapen en
50.000 konijnen.
Quechua-indianen dragen soms een hoge witte hoed met een zwarte band. Er is de legende dat
een Quechua-vrouw een standje kreeg van een Spaanse priester, omdat ze ongetrouwd met haar
vriend samenwoonde. Voor de indianen heel gewoon. Maar de vrouw moest voor straf een
zwarte band om haar hoed dragen. De volgende dag droegen alle Quechua-vrouwen uit protest
tijdens de mis een zwarte band om hun hoed! En dat is sindsdien zo gebleven.

Meer
Op de grens tussen Bolivia en Peru ligt het Titicacameer. Het is het grootste en hoogste
bergmeer van de wereld, waar ook nog op gevaren wordt. Het water is altijd 10 graden. De
Inca's geloofden dat hun scheppergod Viracocha uit dit meer kwam.