
Australië
Aborigines
Australië ligt op het zuidelijk halfrond en is ongeveer 185 keer zo groot als Nederland.
Er wonen iets meer dan 19 miljoen mensen waarvan ongeveer 427.000 Aborigines, de
oorspronkelijke bewoners van Australië. De naam komt uit het Latijn: ab
origine: van de oorsprong.
Northern Territory
Northern Territory is de dunst bevolkte staat van Australië. Het is de enige staat waar
meer dan een derde van de bevolking uit Aborigines bestaat: er wonen 190.000 mensen,
waarvan 55.000 Aborigines. De hoofdstad heet Darwin. Het zuidelijk deel van de staat is
een grote zandwoestijn. In het noorden zijn veel eucalyptusbossen, waarin termietenheuvels
staan. Die kunnen meters hoog worden. Er heerst een savanneklimaat. Van eind december tot
begin mei is de regentijd. Dan regent het iedere dag en komen er regelmatig overstromingen
voor. Het water staat vaak meters hoog en blijft maanden lang staan. De rest van het jaar
is de lucht blauw en schijnt de zon. Er valt geen druppel regen meer en al het groen
verdort.
Koeien en schapen
Door het klimaat is in Northern Territory geen landbouw mogelijk. Wel
wordt op meer dan 200 stations (veehouderijen) vee gefokt: koeien en schapen. In heel
Australië zijn meer dan 150 miljoen schapen, er leven bijna acht keer zoveel schapen als
mensen. De schapen worden vooral om hun wol gehouden. Schaapscheerders trekken met de auto
langs de stations om de schapen te scheren. Of met het vliegtuig. Dat moet ook wel, want
sommige stations zijn zo groot als heel Nederland!
Groot
wild
Van oudsher zijn de Aborigines jagers. In Australië leven dieren die nergens elders
voorkomen, zoals kangoeroes, koala-beren en vogelbekdieren. De Aborigines jagen op dit
groot wild met speer en een worphout. Zon koker waarin de speer past, verlengt de
arm van de jager, zodat de speer met veel meer kracht weggeslingerd kan worden.
Klein wild
In 1859
werden er uit Europa konijnen ingevoerd voor de jacht. Dat hadden ze beter niet kunnen
doen, want al gauw waren er zoveel konijnen, dat het een echte plaag werd. Een nog veel
grotere plaag is de dingo, een wilde hond die afstamt van de honden die meer dan 3500 jaar
geleden door Aziatische zeevaarders in Australië werden gebracht. Dingos zijn
jagers, die het op alle kleinere dieren voorzien hebben. Maar ze eten het liefst schapen,
die makkelijk te vangen zijn. In één nacht kunnen ze er meer dan 50 doden. Schaapboeren
hebben dan ook een hek van 5000 kilometer gebouwd om de dingos bij de schapen
vandaan te houden.
Om vogels in netten of vallen te jagen gebruiken de Aborigines een boemerang.
Walkabout
In 1967 kregen de de Aborigines burgerrechten. Daardoor moesten ze ook evenveel loon
moesten krijgen voor hun werk. Veel Aborigines werden ontslagen, omdat de boeren hen te
duur vonden. Bovendien wist iedere boer, dat een Aboriginal die voor je werkt, plotseling
verdwenen kan zijn. He has gone walkabout, wordt dan gezegd. Letterlijk
betekent dat zoiets als: hij is gaan rondwandelen. De Aboriginal is dan de bush
ingetrokken om ceremonies bij te wonen en de mensen van zijn clan te ontmoeten. Na een
paar weken of maanden is hij er opeens weer en pakt hij zijn werk weer op.
Zingen
De kinderen van de Aborigines leren van hun ouders en grootouders hoe ze moeten overleven
in de natuur. Dat valt niet mee, want in de woestijn is niet veel voedsel te vinden. Ze
leren op sporen te letten en wat ze wel en niet kunnen eten. En hoe ze medicijnen en
gebruiksvoorwerpen kunnen maken. Maar ze leren ook om te zingen. Als ze
bijvoorbeeld door een rivier willen waar een krokodil in zit, zingen ze de
krokodil. Dan doet hij hen niets. Ze kunnen ook dieren vangen door ze te
zingen.
Gestolen kinderen
Lange tijd vond de Australische regering het beter dat de kinderen van Aborigines opgevoed
werden door blanken. Daardoor zouden ze zich veel sneller leren aanpassen. Dat gold vooral
voor kinderen die geboren werden uit een huwelijk van blanken en Aborigines. Zij werden
vlak na de geboorte bij hun moeder weggehaald en opgevoed in kindertehuizen of bij blanke
families. Deze kinderen groeiden op zonder iets van hun eigen ouders te weten. Soms wisten
ze niet eens dat een van hun (voor)ouders een Aboriginal was. Tot 1970 werden meer dan
30.000 kinderen bij hun moeder weggehaald. Tegenwoordig zijn veel van deze gestolen
kinderen op zoek naar hun echte ouders. Het valt vaak niet mee om ze te vinden,
omdat soms zelfs uit de geboortebewijzen de gegevens van de echte moeder verdwenen zijn.
Uluru
Er komen steeds meer toeristen naar Northern Territory. Er zijn meer dan honderd nationale
parken en reservaten. Iedere toerist wil graag naar Ayers Rock. Dat is een enorme rots van
bijna 350 meter hoog, 6 kilometer lang en meer dan 2 kilometer breed. De rots valt extra
op, omdat hij in een grote vlakte staat. De Aborigines noemen de rots Uluru. Voor hen is
het een heilige berg, die alleen bij ceremonies beklommen mag worden. Sommige toeristen
willen toch graag de berg op. Maar er zijn er ook die kiezen voor een tocht om de rots
heen. Deze tochten worden geleid door Aborigines, die de grotten met rotstekeningen laten
zien en uitleggen wat de Uluru voor hen betekent.
Tekeningen
Op veel plaatsen zijn op rotsen en in grotten eeuwenoude tekeningen van de Aborigines te
vinden. Op de tekeningen staan landschappen, dieren en geesten. Vaak werden ze gebruikt
bij een ceremonie. Zo zijn er rotstekeningen die de kracht bezitten om de hoeveelheid
jachtdieren of planten te vergroten. Bij de tekening van een yam (een yam is een eetbare
knol) komen de mensen bij elkaar. Ze steken een vuur aan onder de tekening zodat de rook
de geest van de plant zal meenemen en over het land verspreiden. Dan zullen er veel yams
groeien.
Er werden ook tekeningen gemaakt in het zand en op boombast. Als het regende, bouwden de
Aboriginals een eenvoudige schuilplaats van takken en boombast. Omdat ze verder niets
konden doen, versierden ze de gladde kant van de boombast.
Tegenwoordig worden weer boombasttekeningen gemaakt, maar nu zijn ze voornamelijk voor de
toeristen.
Didgeridoo
Een didgeridoo is het belangrijkste muziekinstrument van de Aborigines. Het is een holle
boomstam van 1,20 tot 1,50 meter lang. De meeste didgeridoos zijn van eucalyptushout. De
binnenkant van een boomstam of grote tak wordt door termieten weggevreten. Een Aboriginal
kan aan de sporen van termieten zien of een boom hol is. Hij klopt er op om te horen of de
boom hol genoeg is en hoe lang het instrument kan worden. Als de stam gekapt is, klopt hij
de resten van de mieren eruit. Hij haalt de bast eraf en holt de didgeridoo aan de
onderkant wat meer uit om een mooiere klank te krijgen. Aan de bovenkant maakt hij een
mondstuk van bijenwas om de opening kleiner te maken. Dan beschildert hij het instrument.
De verf maakt hij zelf van verschillende soorten klei en stenen. Iedere didgeridoo heeft
een eigen klank. De toon wordt bepaald door de lengte en dikte van het hout, maar ook door
de ervarenheid van de bespeler.

De Aborigines woonden in stammen. Iedere stam had een
eigen gebied waarbinnen ze rondtrokken op zoek naar voedsel en water. In de woestijnen
waren die gebieden groter dan aan de kust. Aborigines wisten precies welk voedsel op welke
plek en op welk tijdstip bruikbaar was.
In ieder gebied leefden niet meer mensen dan de natuur kon voeden. De mannen joegen op
groot wild, zoals kangoeroes en emoes. En de vrouwen vingen klein wild, verzamelden
honing, eetbare knollen en wortels. Omdat ze voortdurend rondtrokken, hadden ze niet veel
spullen. Voor de jacht hadden ze speren, knotsen en boemerangs. En voor het verzamelen
gevlochten tassen, houten kommen, een maalsteen en een graafstok.
Nederlanders
Van wie is het land?
RechtenZie ook: ABORIGINES en TEKENINGEN VAN ABORIGINES