6de zondag van de Veertigdagen Palmzondag (B jaar)
Lezingen
Jesaja 50, 4 –7
Marcus 11, 1- 10 / 14,1( 15, 1 -39) – 15, 47
Boven de tafel hangen ballonnen in de kleuren van de regenboog. De tafel is
verder versierd met linten in de kleuren van de regenboog en/ of er staan
kaarsen in de kleuren van de regenboog.Vandaag is de kleur oranje.
In de kerk
Bemoediging en groet (naar psalm 118)
Voorganger: Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft,
die altijd trouw blijft aan het verbond
dat hij met ons sloot.
KvdZ: Loof de Heer, want hij is goed,
Eeuwig duurt zijn liefde en trouw.
De Heer is God, hij heeft ons licht gebracht.
Vier feest met groene takken.
Voorg.: Open de poorten van de gerechtigheid.
De poort die leidt naar de HEER,
Hier gaan de rechtvaardigen naar binnen
met groene twijgen naar de horens van het altaar.
Gezegend wie komt in de naam van de HEER.
KvdZ: Dit is de dag die de HEER heeft gemaakt en gegeven.
Wij danken U, verheugd dat wij leven.
Wij zullen uw grote daden vertellen.
U bent onze God. U willen wij danken!
Voorg.: U wijst ons de weg en geeft kleur aan ons leven.
Onder uw verbond leven wij.
Genade en vrede…
Begin de dienst met een optocht ( met palmpaasstokken of met bloeiende takken).
De kinderen mogen meelopen als de voorganger binnenkomt. Dat betekent dat de
kinderen in de gang ( hal) opgevangen moeten worden. De ouders houden een
plaatsje vrij.
of
Voorganger:
Wie van jullie heeft er wel eens meegelopen in een optocht? Waarvoor was die
optocht? ( zomaar, een lampionnenoptocht, Koninginnedag, feest, protestoptocht)
Was er muziek bij? Had je nog iets speciaals bij je?
Terug in de kerk
Afsluitende tekst om voor te lezen door een kind
Jezus, die koninklijk binnen rijdt,
weet mensen te bewegen,
maar krijgt anderen juist tegen.
Jezus stelt ons niet teleur
Hij geeft ons grauwe leven kleur.
Hij kiest de weg van ondergaan
De oranje kaars wordt aangestoken naast de andere kaarsen. Er branden er nu zes.
Op de tafel worden oranje feestslingers gelegd.
Verhaal
Het verhaal tot en met de intocht in Jeruzalem kan verteld worden met behulp van
platen uit de Kijkbijbel van Kees de Kort blz. 287 t/m 290, uitg. NBG.
Vertel met je eigen woorden bij de eerste zes platen. Laat de kinderen aan het
einde van het verhaal meedoen met juichen en zwaaien.
Bijbelverhaal
Joël en Jirre wonen in Betanië, een dorp vlakbij Jeruzalem. Hun vader heeft een
ezel. Die leent hij aan reizigers die op weg zijn naar Jeruzalem. Daar verdient
hij geld mee. Maar de laatste tijd was dat niet meer gebeurd. Hun ezel had een
veulentje gekregen. En daardoor kon ze geen zware reizigers meer op haar rug
hebben. Het veulentje was een prachtig beest. Joël en Jirre*) hadden het een
naam gegeven: Chamor*). Ze aaiden het en ze gaven het extra melk. Als Chamor zag
dat ze er aan kwamen, begon hij al te huppelen van plezier. Hij liep hen zelfs
achterna als ze rondjes over het land renden. Het leukste was als Joël en Jirre
allebei een andere kant op liepen. Dan wist Chamor niet achter wie hij het
eerste aan moest lopen. Ze konden niet wachten tot Chamor groot genoeg was. "Ik
mag straks als eerste op Chamor's rug zitten", joelde Joël, "want ik ben de
oudste". "Maar ik ben de lichtste", riep Jirre. "Niks ervan", hoorden ze hun
vader roepen. "Niemand mag nog op Chamors rug zitten." "Maar waarom niet, Chamor
is nu bijna net zo groot als zijn moeder", opperde Jirre. "Omdat ik Chamors rug
bewaar voor een speciaal moment." Dat zei hun vader steeds de laatste tijd. "En
wanneer is dat moment dan?" riepen Joël en Jirre tegelijkertijd. "Dat merk je
vanzelf. Laat je maar verrassen. Chamor is een speciaal dier en voordat hij
vermoeide reizigers zal vervoeren, mag die eerst een ererondje maken naar
Jeruzalem, de vrede-stad, de stad van koning David."
Een paar dagen later komen er twee reizigers in het dorp. Joël en Jirre hebben
ze al zien lopen toen ze vlak buiten het dorp speelden. "Ze gaan naar ons huis.
Wie zouden dat zijn?" Dan zien ze dat ze Chamor losmaken van het paaltje. "Hé",
roept Joël, en ze rennen op de twee mannen af, "wat doen jullie met onze ezel?"
"Onze meester heeft hem nodig voor iets speciaals. Daarna zal hij de ezel weer
netjes terugbrengen. Jullie vader weet ervan.". Joël en Jirre kijken elkaar aan.
Zou dit dan het bijzondere moment zijn waar hun vader over sprak? Zachtjes lopen
ze achter de twee mannen en Chamor aan. Chamor is wat onrustig. Hij kijkt steeds
achterom. "Kom maar naast ons lopen", zegt één van de mannen. Nu is het ezeltje
wat rustiger.
Verderop komen ze bij een groep mannen. "Hier is de ezel, Jezus." Gaat u er maar
op zitten. Deze twee jongens lopen mee. Het is hun ezel. Chamor wankelt even als
de man op zijn rug ging zitten. Joël en Jirre houden Chamor vast en aaien hem.
"Je kunt het best, Chamor," zegt Jirre. "Gaat u naar de vrede-stad?" vraagt Joël
aan Jezus. "Wat zeg je dat mooi," zegt Jezus. "Mijn vader noemt JeruSjalom zo."
"Dat heeft je vader goed begrepen. Ik hoop dat ik vrede zal vinden in die stad."
"Misschien brengt u zelf wel vrede mee naar de stad. Dat zegt mijn vader altijd.
Als je vrede wilt, moet je zelf ook vrede meebrengen."
Ondertussen komen er steeds meer mensen bij hen lopen. Ze kennen Jezus. "U bent
toch die vredestichter?" "Vrede voor Jeruzalem!” roepen ze. Vrede voor de stad
van David. Hosanna!" Het wordt steeds drukker met mensen die meelopen naar
Jeruzalem. Het lijkt wel een vredesmars. Ze zwaaien met palmtakken en leggen
zelfs jassen op de weg. Het is een prachtige intocht in Jeruzalem. Alsof de stad
een koning ontvangt. En vooraan in de stoet loopt Chamor met Jezus op zijn rug.
En naast hem lopen Joël en Jirre. Ze zijn trots op hun ezeltje. Voor het eerst
heeft hij zo'n eind gelopen, en het gaat nog goed ook. Dit is het bijzondere
moment waarover hun vader altijd sprak. Chamor zou een speciaal persoon naar
Jeruzalem brengen: Jezus, de Heer, die vrede brengt.
* Chamor is hebreeuws voor 'ezel'
* Jirre is een afgeleide naam van Jeremia
( Annemarie Hagoort)
Activiteit
Maak van het oranje papier slingers door er stroken van te knippen en er ringen
van te plakken die in elkaar grijpen. Of maak een slinger met oranje vlaggetjes.
Plak er glinsterstickers op.
Maak aan lange dunne slierten crêpepapier een wasknijper vast met een touwtje.
Door te draaien krijg je een leuk kronkeleffect. De kinderen kunnen het
demonstreren in de kerk als ze terugkomen. Let wel op dat ze ver van elkaar af
staan, zodat ze geen wasknijper in het gezicht krijgen.
Schilder de strook behang in de kleur van deze zondag ( oranje). Schilder
merendeels oranje vogels en vissen (voor verfschorten kunnen vuilniszakken
gebruikt worden).
Of, als je met één baan werkt, schilder je daarin oranje vogels en vissen. Ook
mensen kunnen een plaats krijgen.
Voor op de viertafel
De vlaggen en de slingers en eventueel palmpaasstokken
Liederen:
Hé, kom mee…, Zitten of opstaan 3, 18
Een echte koning? – De wereld is een toverbal 174
Koning Jezus op een ezel – Met de muziek mee 74
Palmpasen – Alles wordt nieuw I, 25
De intocht zal een optocht zijn – Met andere woorden, 93