6de zondag van de Veertigdagentijd 'Palmzondag' (B jaar)
Lezingen
Jesaja 50, 4 –7
Marcus 11, 1- 10 / 14,1( 15, 1 -39) – 15, 47
Achtergronden bij de lezingen
We horen het verhaal van de zalving in Betanië, voorafgaand aan de intocht van
Jezus in Jeruzalem. Jezus wordt in het verhaal spontaan gezalfd door een vrouw
met, zoals het heel specifiek genoemd wordt, ‘echte, zeer dure nardusbalsem’.
Nardus is een plant uit India waarvan de welriekende olie uit de wortelstok
gebruikt werd in balsem en zalf. De kostbare narduszalf werd dikwijls vervalst,
vandaar dat voorafgaand aan de verontwaardiging van de Farizeeën nadrukkelijk
gezegd wordt dat het hier om ‘echte’ gaat. Balsem is het geschenk van de
koningin van Sjeba aan Salomon, is aanwezig in de schatkamers van koningen,
wordt verhandeld, gebruikt bij begrafenissen en is schoonheidsmiddel van de
Israëlitische vrouwen. In de cultus wordt het gebruikt voor de samenstelling van
het heilig reukwerk.
De zalving, het inwrijven van de huid of het hoofd met olie, zalf of reukwerk
had een profaan of een religieus doel. De profane zalving behoorde tot de
lichaamsverzorging van de oosterling of was geneesmiddel, voor de verzachting
van wonden. Rituele zalving werd toegepast op zaken of personen. Voorwerpen
werden erdoor geheiligd en bij personen was het het teken van uitverkiezing, van
koningschap.
Gebeden
Openingsgebed
God, onze Vader,
Gij hebt uw Zoon met menselijkheid bekleed
en Hem het kruis van de dienstknecht laten dragen.
Geef dat wij als dienaren de meester volgen tot in het lijden, waarin Hij ons is
voorgegaan,
om eenmaal ook te delen in de vreugde van zijn verrijzenis. Amen.
Gebed over de gaven
God, onze Vader,
Vol blijdschap vieren we hier
dat Jezus de stad Jeruzalem binnenkwam,
terwijl de mensen Hem begroetten met palmtakken in de hand.
Zijn goedheid brengt mensen samen.
Moge deze wijn en dit brood, dat wij delen
ons dichter bijeen brengen rond Hem,
de grote koning, Uw Zoon, Jezus Christus. Amen.
Slotgebed
God, onze Vader,
met vreugde hebben wij uw Zoon ontvangen
in ons midden en hebben we herdacht
hoe Hij het lijden heeft doorstaan opdat wij allen zouden leven.
Bewaar in ons de vrucht van uw barmhartigheid,
dat wij het kruis opnemen
en de weg opgaan die leidt naar verrijzenis. Amen.
Bijbelverhaal
Een koning op een ezel
Vreemde mannen zijn bezig het kleine ezeltje dat naast een huis
vastgebonden staat, los te maken. Zouden het dieven zijn? Er komen mensen uit
het huis. Als ze zien wat er gebeurt, roepen ze: "Hee, wat moet dat daar? Waarom
maken jullie dat veulen los?" De mannen zeggen rustig: "Het is voor Jezus. Hij
heeft het nodig."
Dat schijnt in orde te zijn. De mannen nemen het ezeltje mee. Een eindje
verderop blijven de mannen staan bij een groepje mensen. Ze trekken hun jassen
uit en leggen die op de rug van het ezeltje. Er klimt iemand op de rug van het
ezeltje. De man die erop gaat zitten is Jezus. Het ezeltje laat het gewoon toe.
De andere mannen leggen ook nog jassen op de weg. Daar moet het ezeltje overheen
lopen. Waarom doen ze dat? Dan worden die jassen toch helemaal vies? Het is wel
een leuk gezicht. Net of er een loper uitgerold wordt voor een belangrijk
persoon. Zullen we een eindje met ze mee gaan? Ze zijn op weg naar Jeruzalem.
Het is druk onderweg. Er zijn veel mensen op weg naar de stad. Binnenkort is het
feest. Elk jaar weer komen veel mensen naar Jeruzalem om daar het paasfeest te
vieren. Onderweg zien we ook veel Romeinse soldaten. Die moeten er voor zorgen
dat het rustig blijft tijdens de feestdagen. Een mooie stad is Jeruzalem. De
stad is gebouwd op zeven heuvels. De tempel met het grote plein ervoor is goed
te zien, zo van boven af.
Het groepje mannen komt bij de Olijfberg. Daar beginnen ze te zingen. Ze zien er
blij uit. "Gezegend de Koning, die komt in de Naam van de Heer; vrede in de
hemel." Het is een belangrijk persoon. De man op dat ezeltje is vast een koning.
De koningen van Israël rijden nooit op een paard, maar altijd op een ezel
Jezus rijdt de stad binnen en steeds meer mensen doen enthousiast mee. Is hij de
Messias, de koning van de vrede, waar ze al zo lang op wachten? Dan worden ze
tegengehouden. Het zijn gelukkig geen soldaten, maar belangrijke mannen,
farizeeërs. Zouden ze het er niet mee eens zijn, dat Jezus als een koning van de
vrede binnenrijdt? Ze staan druk te gebaren en te praten met Jezus op het
ezeltje. "Meester", zeggen ze, "zeg tegen uw vrienden dat ze hun mond moeten
houden." Jezus schudt zijn hoofd. "Ach", zegt hij. "Als deze mensen het niet
zeggen, roepen de stenen het wel."
Ze rijden verder. Langzaam dalen ze de berg af. Ze komen steeds dichter bij de
stad. Maar...Jezus huilt. Ook vreemd. Zou hij verdrietig zijn, omdat zijn
vrienden niet mogen zingen? Ze blijven staan. Op die plek heb je een mooi
uitzicht over de stad. Dan zegt Jezus: "Och mensen van Jeruzalem. Het zal niet
goed met jullie aflopen. De vijand zal de stad omsingelen en geen steen zal op
de andere gelaten worden. De stad zal verwoest worden. Konden jullie maar zien
dat God naar jullie omkijkt. Wisten jullie maar hoeveel God om jullie geeft."
De mannen gaan de stad binnen. Als dat maar goed afloopt...
Suggesties bij het hongerdoek
Onderbouw
We praten met de kinderen over feestkleren. Op het doek heeft Jezus een
mooie rode mantel aan. Maar aan het kruis heeft Hij bijna niets aan. Wanneer
hebben de kinderen veel, wanneer weinig kleren aan? Wanneer dragen ze
feestelijke kleren? Bij de intocht in Jeruzalem worden de jassen op de weg
gelegd. Waarom doen de mensen dat?
Bovenbouw
De mensen in Jeruzalem zijn enthousiast, ze willen Jezus volgen. De
'rode loper' wordt uitgelegd. Toch zullen de mensen zich later weer tegen Hem
keren. Hoe kunnen wij Jezus volgen? Hebben wij het soms ook moeilijk om dat vol
te houden? Schrijf een woord in de 'voet' wat je belangrijk vindt om jezus echt
te kunnen volgen. De uitgeknipte voeten komen op de paarse baan.
Liederen:
Palmpasen, uit: Alles wordt nieuw, deel 1, nr 25
De intocht zal een optocht zijn, uit: Met andere woorden, Callenbach, blz. 8
Naar Zijn stad, naar Jeruzalem!, uit: Hoop van alle volken, nr. 93