5de zondag van de Veertigdagentijd (B jaar)

Lezingen
Jeremia 31, 31 – 24
Johannes 12, 20 - 33


Achtergronden bij de lezingen
Alleen de graankorrel die in de aarde valt, brengt vele vruchten voort. Zo zegt Jezus. Het zaad is een symbool van vruchtbaarheid. Men bestrooit een huwelijkspaar met rijstkorrels. Een oud boerengebruik is een pasgeboren baby in de zaaimand te leggen en het met graankorrels te bestrooien, in de hoop dat de levenskracht van het zaad op het kind overgaat.
Maar het zaad moet niet op rotsen vallen, zo weten we uit de bekende parabel. De graankorrel moet in de aarde vallen om vrucht te kunnen dragen. Zo zou ook Jezus manier van omgaan met mensen, de levenskracht die Hij was voor mensen, niet die impact gehad hebben die het gekregen heeft door Zijn lijden en dood. Daarmee onderging Hij dezelfde diepte van het bestaan als zij die pijn en lijden ondervinden. Door in die aarde ‘van doodsnood en – angst te vallen, werd Hij levenskracht voor Zijn navolgers.
Jezus vraagt ook van ons om ‘het leven te verliezen’; pas als wij ons inzetten voor de ander zullen niet alleen hij of zij, maar ook wijzelf nieuwe levenskracht vinden. Er zijn voor de ander geeft ook zin aan ons eigen bestaan.

Bij Jeremia horen we een ‘godsspraak van Jahwe’: kerf de wet in je hart. God belooft een nieuwe wet. Aan de Wet die God aan Mozes heeft gegeven bij de Uittocht uit Egypte, heeft het volk Israël zich niet gehouden. De nieuwe wet zal geen wet van het verstand zijn, maar van het hart. Deze oudtestamentische tekst mag met Jezus verbonden worden. Juist Hij zette zich af tegen een wettisch handelen in de zin van een blindelings oordelen volgens papieren regeltjes. Daarmee worden regels, afspraken tussen mensen niet tenietgedaan. Alleen zijn het niet alleen de geschreven regels die het samenleven van mensen mogen bepalen, maar is het naastenliefde die bepalend is. Een naastenliefde die de regels ook aan de kant kan schuiven als naasten pijn en verdriet ervaren; als het leven van mensen in het geding is. Jezus ‘heeft hart voor mensen’ en doet op ons het appél om ook het ‘hart op de goede plaats te hebben’.

Opening
Als wij hier samen komen
om te luisteren naar het Blijde Nieuws van Jezus
en om samen het brood te delen in zijn Naam,
dan zeggen we daarmee
dat we kiezen voor een nieuwe wereld
waar gerechtigheid en vrijheid komt,
een nieuw verbond,
voor álle mensen van goede wil.

Gebeden
Openingsgebed
Goede God, alle zaad moet sterven
wil het vrucht dragen.
Uw zoon heeft zo door zijn leven en dood
uitzicht op leven gebracht.
Leer ons sterven voor elkaar
om vrucht voort te brengen
voor nu en altijd. Amen.

Gebed over de gaven
God, onze Vader,
aanvaard deze gaven, brood en wijn,
waarmee we de gedachtenis vieren van Jezus Christus,
Uw Zoon.
Hij heeft zich voor ons gegeven,
de graankorrel die in de aarde valt en sterft,
de druif die geperst wordt tot wijn.
Zegen dit brood en deze wijn opdat de graankorrel
die stierf, Jezus Uw Zoon, ons voedsel wordt.
Moge wij ons in woord en daad naar dat voorbeeld
inzetten voor de ander. Amen.

Slotgebed
In deze viering gedachten we Jezus van Nazareth,
de graankorrel die stierf voor mensen.
Zozeer mensenzoon dat Hij mag heten Uw Zoon.
Hij was in ons midden.
Leer ons in zijn voetspoor te gaan.
Vorm ons tot mensen die ervoor kiezen te delen,
zodat juist de zwaksten tot hun recht komen. Amen.

Verhaal
De graankorrel en de mier.
Mieren zijn echte verzamelaars. Ze leggen grote voorraden aan. Ze slepen zich een breuk. Ook Maarten de mier is druk bezig met het aanleggen van een wintervoorraad. Hij heeft een grote graankorrel op zijn rug. Eigenlijk is de graankorrel te groot voor Maarten. "Wat loop je te zeulen", hoort Maarten. Hij blijft staan. Hij legt de graankorrel neer en kijkt verbaasd om zich heen. Hij ziet niemand. Misschien heeft hij het gedroomd dat hij iemand hoorde. Hij wil de graankorrel weer op zijn rug sjorren. "Lieve mier, waarom neem je me eigenlijk mee?" Tot zijn stomme verbazing merkt Maarten dat het de graankorrel is die tegen hem praat. "Wil je weten waarom ik je meeneem?" vraagt Maarten. 'Snap je dat dan niet. Wij hebben je nodig voor de winter. Ik breng je naar onze voorraadkamer."
"Ja maar..," zei de korrel ,"ik wil niet opgegeten worden. Ik wil verder leven." "Dat kan wel zijn",zei Maarten, "maar alle korrels die achterblijven op het veld zijn voor de dieren. Dat is altijd zo geweest." "Luister", zei de graankorrel. "Ik doe je een voorstel. Als je mij hier laat geef ik je volgend jaar honderd graankorrels voor je voorraadkamer." Ongelovig kijkt Maarten de graankorrel aan. Honderd korrels in ruil voor één? Zou dat kunnen? Stel je voor ! "Hoe weet ik dat je me niet voor de gek houdt?" vraagt Maarten. "Dat moet je geloven", zegt de graankorrel."Het is een geheim. Doe nu maar wat ik je zeg. Stop me onder de grond en kom volgend jaar terug."
Het is te proberen. Daarom graaft Maarten een kuiltje en stopt de graankorrel onder. Bij de plek legt hij drie steentjes. Dan kan hij de graankorrel terugvinden. Glimlachend gaat hij terug naar de andere mieren. "Er valt niets te lachen", zeggen ze boos als Maarten zonder iets terug komt. "Moet je niet voor morgen zorgen?" Maarten zegt niets. "Wacht maar", denkt hij." Ik heb straks meer gespaard dan jullie allemaal bij elkaar." Elke dag gaat hij kijken, maar er gebeurt niets. Het wordt winter. Het vriest, het sneeuwt. Er is niets te zien. Maar dan wordt het lente. Het wordt elke dag een beetje warmer. En toen gebeurde het. Bij de drie steentjes komt een groen sprietje uit de grond. Het is anders dan hij verwachtte, maar Maarten voelt dat het het begin is van iets groots.

Suggesties bij het hongerdoek
Onderbouw
We kijken met de kinderen naar Jezus op het doek. Waar zie je Jezus? Het is de man met de rode jas aan.
Wat doet Jezus bij de dieren?
Wat zie je Jezus doen in de boot?
Wat zie je Jezus doen in de kerk?
Wat zie je Jezus doen aan tafel?

Bovenbouw
We praten met de kinderen over de graankorrel die onder de grond gaat (moet sterven) om daarna vele graankorrels (leven) voort te kunnen brengen. Op het doek hangt Jezus aan een boom met vele grote vruchten. Zijn leven en sterven 'draagt vrucht' en zorgt voor 'leven in overvloed' wat wordt uitgebeeld met de vruchten bij de tafelgemeenschap (rechtsboven op het doek).
Kunnen de kinderen voorbeelden geven hoe ons leven 'vrucht' kan dragen? Op de indigo-boog worden uitgeknipte vruchten bevestigd.

Liederen:
Het graan dat van de velden komt, uit De zon is al op, nr 36
Wil je wel geloven, uit Alles wordt nieuw, deel 3, nr 9
Wie geeft ons licht, uit Zingen in vieren, nr 57