23 maart 2008
Pasen

Viertafel
Pasen is een keerpunt. Van een tijd van bezinning en inkeer komen we nu in een proeftijd om te leren leven vanuit hoop, geloof en liefde. Het beeld op de viertafel laat ons zien dat de kracht van de Opgestane Heer ons leven kan voltooien, zoals het kruis omstraald wordt door het licht van de verrezen zon. Ons gebroken leven (de vier vlakken) wordt heel gemaakt (één gouden cirkel). Daardoor ontspringt ook uit het dode kruishout nieuw leven.
Als ondergrond ligt er nu een wit kleed op de viertafel.

Bezinnende teksten

Over Jezus (bij Mt. 4,1-11)
Over Jezus gaat het verhaal
Dat Hij veertig dagen en nachten
Zonder eten of drinken in de woestijn
Door de duivel werd getreiterd:
Hij moest van stenen brood maken,
Een serieuze machtsgreep doen,
Als een stuntman van de tempel springen.
Veertig dagen, veertig nachten
Dat wil zeggen heel zijn leven
Hebben mensen dit van Hem verwacht.
Het was een woestijn voor Hem:
Een leven lang tussen twee vuren –
Wat mensen wensen, wat God wil.
(Peer Verhoeven, Meegaand, Gooi en Sticht 1988 blz. 19)

Thuis voelen
Je thuis voelen
hoeft niet thuis te zijn
maar gewoon een plaats
waar je heen kunt
wanneer je je rot voelt
wanneer je je fijn voelt
een plaats waar je
jezelf durft te zijn
waar je je niet
hoeft te schamen
omdat je anders bent.
Jijzelf kunt zo’n thuis zijn
voor de ander
door open te staan
voor zijn gevoelens,
zijn buien,
zijn eigenaardigheden
door gewoon te luisteren
door begrip te tonen
of door een arm
om hem heen te slaan.
Iedereen kan een thuis zijn
als je maar wilt.
(uit: Jonge kerk, Apostolaat van het gebed)

Elementaire kracht
Hoe is rabbi Akiba begonnen? Er wordt verteld: Hij had, toen hij veertig jaar oud was, nog geen onderricht gehad. Op zekere dag stond hij voor de monding van een bron en vroeg: “Wie heeft deze steen uitgehold?”
“De waterdruppels die er voortdurend op vallen, dag en nacht”, luidde het antwoord dat hem werd gegeven. En er werd tegen hem gezegd: “Akiba, ken je dan niet het woord in de Schrift: “Water verpulvert stenen?”
Daarop concludeerde Akiba hieruit: Indien het zachte in staat is het harde uit te hollen, hoeveel te meer zijn dan niet de woorden van de Leer, die zo hard zijn als ijzer, bij machte mijn geest – ik die van vlees en bloed ben – te verzachten?
En op staande voet besloot hij zich vertrouwd te maken met de Leer.
(Een wegwijzer naar Vreugde pag. 63)

Herdersopdracht
Het gebeurde toen Mozes nog de schapen van Jetro weidde. Op zekere dag, als hij met zijn kudde ronddwaalt over een van die zeldzame weideplaatsen van dit zo dorre land, bemerkt hij dat een van zijn lammeren van de kudde is afgezonderd. Het lam is ver verdwaald en dwaalt steeds verder af, verder en verder. De goede herder gaat er achteraan! Maar het lam begint te rennen, steeds sneller, en het rent maar voort en springt over sloten. En de herder blijft het narennen. Plotseling blijft het lam staan en laat de kop zakken, ja – en het drinkt, want daarginds is een beek en het lam kan de uitgedroogde keel erin onderdompelen – en drinken, ach, zo gretig drinken.
Daar komt Mozes; hij blijft staan en ziet toe: “Mijn lammetje, mijn klein ding – het was dus dorst die jou heeft verdreven, weg van mij, weg van de kudde? En ik heb het niet eens bemerkt. Wat zul je nu moe zijn, na zo’n lange weg!”
Pas als het lam zijn dorst heeft gelest, tilt hij het op zijn schouders en wandelt en wandelt, gebogen onder zijn last, terug naar de kudde.
Dan klinkt er een stem uit de hemel: “Jij, die zoveel liefde, zoveel ontferming voor je kudde hebt, die het bezit is van mensen, verdeint ten volle te worden geroepen om de kudde Gods te weiden.”
(Een wegwijzer naar Vreugde, pag. 76)

Wat hebben wij misdaan
Dank u Heer.
Vandaag gaat het goed met ons;
ontvang onze bloemen
en het licht van onze kaarsen;
ontvang ons gebed.

Wat moeten wij u zeggen, Vader?
Wij lijden en u weet dat.
Wij zijn zondaars, wij hebben onze gebreken,
de heilige aarde is er getuige van
dat wij fouten maken.
Maar waarom worden wij onderdrukt?

Vroeg staan wij op, om naar ons werk te gaan;
wij sloven ons uit voor voedsel en drank;
vaak is het al avond wanneer we weer thuis komen.
Help ons vader, maak een eind aan ons lijden;
wij zijn moe, wij staan hier met knikkende knieën.
We hebben te lijden van regen, hitte en kou.

Op deze berg richtten wij ons tot U;
op deze heilige plek stijgt ons gebed
als rook naar u op.
Vergeef ons onze zonden,
verduister de blik van de moordenaars,
dat zij ons niet zien, dat zij ons niet vinden.
Dat alle autoriteiten rechtvaardig handelen
en geen onderscheid maken.
Dat is waarvoor wij bij u pleiten
dat is ons gebed.

(Maya-gebed, Guatemala; uit: ‘Mensen van maïs’, uitgave van Solidaridad, Utrecht 1996)