Exegese
In het lijdensverhaal gaat het om de ‘hof’ van Olijven. De hebreeuwse naam voor
tuin, ‘gan’, komt van ‘ganan’: beschutten. De tuin werd gewoonlijk door een
omwalling beschermd.
Voor het onderhoud van een tuin is in het oosten de watervoorziening een eerste
vereiste, omdat een tuin zonder water verdort. De tuin ligt dan ook vaak in een
dal of aan een rivier.
In veel gevallen diende de tuin voor onderhoud van de eigenaar, zoals de
moestijn en de vruchtentuin. Daarnaast kende men ook de siertuin tot vermaak en
ontspanning, speciaal in de nabijheid van het koninklijk paleis. In Jerusalem
werden de koningen in hun tuin begraven; via deze tuin schijnt een ontsnappen
uit de belegerde stad niet moeilijk geweest te zijn.
De ‘hof van Olijven’ ligt in het dal van de Kedron, ten oosten van Jerusalem.
Het landgoed heet ‘Gethsemani’, aramees voor ‘olijvenpers. Het is de plaats bij
de Olijfberg waar Jezus de doodsstrijd onderging en gevangen genomen werd, aldus
geheten omdat zich daar waarschijnlijk een olijvenpers bevond. Johannes (18,1)
noemt het een tuin, waarschijnlijk het eigendom van één van de leerlingen, omdat
Jezus daar meermalen kwam (18,2). Op de fundamenten van een kerk die op deze
plaats in de 4e eeuw is gebouwd, is de tegenwoordige Grafkerk gebouwd.
In de nabijheid van de tuin lag de berg Golgotha, de “schedelplaats”, de plaats
waar Jezus werd gekruisigd. De oorspronkelijke naam van de berg is ‘steenhoop’,
in het aramees verbasterd tot ‘schedelplaats’ vanwege de schedelachtige vorm van
de rots.
Golgotha en wat daar plaatsvond vormt een grote tegenstelling met de berg van de
gedaanteverwisseling en met het hemelse Sion van de Openbaring. Echter: om het
licht en het hemelse Jeruzalem te bereiken, moet ieder mens de zware klim tegen
de “berg van het lijden” op klauteren. Er is geen halleluja zonder meer, we
mogen Golgotha niet negeren, we mogen het lijden en de pijn niet ontkennen. Door
de diepte heen mogen we wel vertrouwen op “de berg van het licht”. Maar we
moeten ook niet met ons hoofd in de wolken blijven lopen, we moeten weer afdalen
en de wereld ingaan, zoals Jezus’volgelingen deden.
Verwerking: - Op Goede Vrijdag wordt een rozentwijg (met doornen) door de palmkrans
gevlochten en worden enkele grote stenen aan de voet van het kruis gelegd. Er is
ook een minerale steen die ‘kruissteen’ genoemd wordt (chiastoliet, holspaat).
Tussen de stenen kunnen rode bloemen verwerkt worden; er zijn verschillende
bloemen waarvan gezegd wordt dat ze rood gekleurd zijn door het bloed van Jezus
(anemoon, roos, perzikkruid). Ook Judaspenningen (gedroogd) als verwijzing naar
het verraad passen in deze schikking.
- Welke duistere diepten en onverzettelijke “rotsen” staan ons leven in de weg?
- Aanvullen van de zandtafel.
Nu met Goede Vrijdag kunnen we twee dorre takjes samenvlechten tot een kruis en
in de zandtafel zetten.
Kruis:
Dorre takken
Afgesneden van het leven
Pijn en verdriet. Lijden.
Wat nutteloos, dor en doods lijkt
Zal uitverkoren worden
Zal met Hem zijn bij de Vader.
In de Paasviering kunnen we de ‘woestijn’ completeren door hem met
trompetnarcissen of zelfgemaakte bloemen te versieren en zo te laten
‘opbloeien’.
Pasen:
In de tuin
De Heer is waarlijk opgestaan
Tuin:
De Heer is opgestaan!
De woestijn, een bloeiende hof
Muren doorbroken.
Leven voorgoed!
Pasen, leven voorbij de dood!
- Welke “tuin” zie je voor je als ideaal voor de mensheid?