21 maart 2008
Goede Vrijdag


Exegese
In het lijdensverhaal gaat het om de ‘hof’ van Olijven. De hebreeuwse naam voor tuin, ‘gan’, komt van ‘ganan’: beschutten. De tuin werd gewoonlijk door een omwalling beschermd.
Voor het onderhoud van een tuin is in het oosten de watervoorziening een eerste vereiste, omdat een tuin zonder water verdort. De tuin ligt dan ook vaak in een dal of aan een rivier.
In veel gevallen diende de tuin voor onderhoud van de eigenaar, zoals de moestijn en de vruchtentuin. Daarnaast kende men ook de siertuin tot vermaak en ontspanning, speciaal in de nabijheid van het koninklijk paleis. In Jerusalem werden de koningen in hun tuin begraven; via deze tuin schijnt een ontsnappen uit de belegerde stad niet moeilijk geweest te zijn.
De ‘hof van Olijven’ ligt in het dal van de Kedron, ten oosten van Jerusalem.
Het landgoed heet ‘Gethsemani’, aramees voor ‘olijvenpers. Het is de plaats bij de Olijfberg waar Jezus de doodsstrijd onderging en gevangen genomen werd, aldus geheten omdat zich daar waarschijnlijk een olijvenpers bevond. Johannes (18,1) noemt het een tuin, waarschijnlijk het eigendom van één van de leerlingen, omdat Jezus daar meermalen kwam (18,2). Op de fundamenten van een kerk die op deze plaats in de 4e eeuw is gebouwd, is de tegenwoordige Grafkerk gebouwd.
In de nabijheid van de tuin lag de berg Golgotha, de “schedelplaats”, de plaats waar Jezus werd gekruisigd. De oorspronkelijke naam van de berg is ‘steenhoop’, in het aramees verbasterd tot ‘schedelplaats’ vanwege de schedelachtige vorm van de rots.
Golgotha en wat daar plaatsvond vormt een grote tegenstelling met de berg van de gedaanteverwisseling en met het hemelse Sion van de Openbaring. Echter: om het licht en het hemelse Jeruzalem te bereiken, moet ieder mens de zware klim tegen de “berg van het lijden” op klauteren. Er is geen halleluja zonder meer, we mogen Golgotha niet negeren, we mogen het lijden en de pijn niet ontkennen. Door de diepte heen mogen we wel vertrouwen op “de berg van het licht”. Maar we moeten ook niet met ons hoofd in de wolken blijven lopen, we moeten weer afdalen en de wereld ingaan, zoals Jezus’volgelingen deden.

Verwerking:
- Op Goede Vrijdag wordt een rozentwijg (met doornen) door de palmkrans gevlochten en worden enkele grote stenen aan de voet van het kruis gelegd. Er is ook een minerale steen die ‘kruissteen’ genoemd wordt (chiastoliet, holspaat). Tussen de stenen kunnen rode bloemen verwerkt worden; er zijn verschillende bloemen waarvan gezegd wordt dat ze rood gekleurd zijn door het bloed van Jezus (anemoon, roos, perzikkruid). Ook Judaspenningen (gedroogd) als verwijzing naar het verraad passen in deze schikking.

- Welke duistere diepten en onverzettelijke “rotsen” staan ons leven in de weg?

- Aanvullen van de zandtafel.
Nu met Goede Vrijdag kunnen we twee dorre takjes samenvlechten tot een kruis en in de zandtafel zetten.

Kruis:
Dorre takken
Afgesneden van het leven
Pijn en verdriet. Lijden.
Wat nutteloos, dor en doods lijkt
Zal uitverkoren worden
Zal met Hem zijn bij de Vader.

In de Paasviering kunnen we de ‘woestijn’ completeren door hem met trompetnarcissen of zelfgemaakte bloemen te versieren en zo te laten ‘opbloeien’.

Pasen:
In de tuin
De Heer is waarlijk opgestaan

Tuin:
De Heer is opgestaan!
De woestijn, een bloeiende hof
Muren doorbroken.
Leven voorgoed!
Pasen, leven voorbij de dood!

- Welke “tuin” zie je voor je als ideaal voor de mensheid?

- Voor ‘kruisweg met kinderen’ zie: www.klap.net

Liederen
Ik ga eenzaam straten door (Hoop van alle volken, nr 104)