LET OP: Wilt u een e-mail ontvangen
wanneer er nieuw materiaal is? Klik dan hier en vul
het formulier in.
9 maart 2008
5e zondag Veertigdagentijd
Lezingen:
Ez 37, 12-14
Rom 8, 8-11
Joh 11, 1-45
Vertelling van het evangelie
Het verhaal van Lazarus is erg moeilijk voor de kinderen. Daarom suggereren
we hier enkele andere Jezus-verhalen die gaan over het thema: door de dood heen
naar het leven.
Hand
Jezus kwam allerlei mensen tegen. Rijke mensen, arme mensen. Mensen die gelukkig
waren, maar ook mensen die het niet meer zagen zitten. Zoals die man langs de
kant van de weg. Niemand wilde iets met hem te maken hebben. Hij zag er anders
uit en soms deed hij raar. "Ga maar niet naar hem toe", zeiden
de
mensen tegen Jezus. "Hij is ziek, dan word je misschien besmet en word je ook
ziek." Maar Jezus ging wel naar hem toe. Hij pakte zijn hand vast en trok hem
omhoog. Even later zat hij lachend tussen de vrienden van Jezus. Hij voelde zich
veel beter.
Storm
Jezus vaart met zijn vrienden naar de overkant van het meer. Hij is moe.
Zoveel mensen heeft hij ontmoet. Nu wil hij rust. Hij gaat de kajuit in en valt
in slaap. Opeens steekt een storm op. De lucht wordt donker. Hoge golven
slingeren de boot op en neer. De vrienden van Jezus kunnen op het dek moeilijk
blijven staan. Ze zijn bang. En onderin de boot ligt Jezus gewoon te slapen! Ze
rennen op hem af. “Jezus, wordt wakker, we vergaan”, gillen ze. Jezus schrikt
wakker. Snel gaat hij het dek op. Hij strekt zijn armen. Die storm moet
ophouden, vindt Jezus. En de storm houdt op. Boos kijkt Jezus zijn vrienden boos
aan: “Waarom geven jullie meteen alle hoop op. Heb lef en vertrouw meer op mij.
Dan komt het goed.”

Noach
De regenboog is een teken van hoop. Dat lezen we in het verhaal van Noach. Hij
moest van God een boot maken. God was niet tevreden met hoe de mensen leefden.
Hij wilde opnieuw beginnen met de wereld. In Noach had God vertrouwen. “Bouw een
boot”, zei God tegen hem, “neem je familie mee op de boot en van elk dier één
paar.” Noach bouwde de boot. Het begon te regenen, zo hevig dat de wereld
overstroomde. Toen het ophield mocht Noach met zijn familie en de dieren van de
boot af. Aan de hemel stond een mooie regenboog. “Die geef ik jullie”, zei God.
“Ik heb er hoop op dat het voortaan beter gaat in de wereld.”
Kleuren hebben een speciale betekenis. Ook in de kerk. Paars is de kleur van
soberheid, van spijt over wat je fout deed. Het is de kleur van de
veertigdagentijd. Rood is de kleur van vuur, van liefde, maar ook van bloed en
lijden. Het is de kleur op Goede Vrijdag en Pinksteren. Groen is de kleur van de
hoop. Het is de kleur die we op de gewone zondagen gebruiken.
Gesprek
Vraag aan de kinderen wanneer ze wel eens heel verdrietig zijn geweest. Wat
bracht troost, hoe konden ze weer verder na die verdrietige momenten?
Verhaal: Regenboog
Ida en Egbert kwamen terug van een begrafenis. Het weer was zoals ze zich
voelden: somber en regenachtig. De zon probeerde af en toe tussen de wolken door
te komen. En opeens was daar een schitterende regenboog. De kleuren staken fel
af tegen de donkere, dreigende lucht. Ida hield haar adem in. “Het was of die
regenboog er speciaal voor ons was”, vertelde Ida later, “een teken uit de
hemel, dat de dood niet het laatste woord heeft. Zo voelde dat. We werden er
blij van. Die regenboog maakte dat we het verlies beter konden dragen”.
Verhaal: Tom
Tom smijt zijn schrift in de hoek. Die rot sommen! Hij snapt er helemaal niks
van. Die toets morgen, daar brengt hij niks van terecht! “Hé, wat heb jij?”,
vraagt zijn vriendje Pim als hij het rode hoofd van Tom ziet. “Die stomme
toets”, gromt Tom. “O, ik leg het wel even uit”, zegt Pim en pakt het schrift al
onder hem vandaan. Een tijdlang zitten ze samen gebogen over het schrift.
Langzaam klaart Toms gezicht op. Even later voetballen ze op het veldje. Tom
straalt. Hij heeft alle hoop dat het gaat lukken, die toets.
Exegese evangelielezing
Het verhaal van Lazarus speelt bij zijn rotsgraf. In verband met de gesteltenis
van de bodem begroef men in Palestina in natuurlijke, eventueel kunstmatig
bijgewerkte grotten. In de rotsen uitgehouwen graven zullen om de duurte door de
beter gesitueerden aangelegd zijn. Als familiegraf bleven ze soms eeuwen in
gebruik. De rotsgraven bestonden dikwijls uit een centrale voorhal, van waaruit
men door kleine, met zware stenen te sluiten openingen in de rondom gelegen
grafkamers kwam, veelal voorzien van stenen banken voor de lijken. De voorkant
van het graf met de ingang is tot een soms monumentale gevel uitgewerkt.
De armen begroeven hun doden in kunstmatige kuilen, de wanden met stenen afgezet
en het geheel met grote platte stenen bedekt.
In het verhaal van Lazarus lijkt het of Jezus opzettelijk draalt. Hij maakt geen
haast om naar Betanië te gaan. De geringe afstand die Hij moet gaan, vijftien
stadiën, staan in geen verhouding tot de tijd dat Lazarus al in het graf ligt:
vier dagen. Jezus wachtte twee dagen voordat Hij op weg ging. De
evangelieschrijver heeft in het verhaal al de dood en opstanding van Jezus
geweven. Met vele versterkende elementen wordt aangegeven dat Lazarus echt dood
is: hij riekt al en hij ligt al vier dagen in het graf. Toegang tot Lazarus
lijkt niet meer mogelijk: hij ligt diep verscholen achter zware rotsen,
omwikkeld door zwachtels. Dieper weg in de dood kan bijna niet. Toch weet Jezus
met Gods hulp hem uit de diepte van de dood, het duister van het zware rotsgraf,
op te wekken. De opwekking van Lazarus is zo een opmaat voor wat God later met
Jezus doet: dan wordt de dood definitief overwonnen. De dood heeft niet het
laatste woord, God breekt door zware rotsen heen en overwint duistere diepten om
nieuw leven mogelijk te maken.
Verhaal: Joshua
Dat het anders zal worden. Daar hoopt Joshua Obispo op. Joshua woont in Kembisa,
een stad in Congo. Na een lange burgeroorlog hebben de rebellen en de regering
nu vrede gesloten. Hoop op een nieuw leven voor de mensen in Kembisa. En dat
vieren ze, speciaal nu in de paastijd. Een groot vuur wordt aangestoken, er
wordt gedanst en gezongen. Voor Joshua is het een bijzondere dag. Vandaag wordt
hij gedoopt. Voor hem teken van een nieuw leven.
Verhaal: Kaouther
Kaouther wil blijven: “Ik wil niet wéér opnieuw
beginnen”
Ze woont al acht jaar in Nederland. Steeds op een andere plek. Kaouther (11) is
namelijk asielzoeker en asielzoekers worden vaak van hot naar her gestuurd. Het
is nu een heel spannende tijd, want eigenlijk moeten Kaouther en haar familie
weg. Terug naar Algerije: het land waar haar ouders zijn geboren.
"Voor het eerst van mijn leven slaap ik in een echt huis. We woonden altijd in
asielzoekerscentra. Vaak met zijn zessen in één klein kamertje. En ook wel eens
in een caravan. Echt vervelend om zo vaak te moeten verhuizen. Had je net leuke
vriendinnetjes gevonden, gingen we weer weg. Ik denk dat ik Nederland beter ken
dan de meeste kinderen die hier geboren zijn. Het nare van een
asielzoekerscentrum is dat er zo’n groot hek omheen staat. Met van die punten
erop. Alsof we in de gevangenis zaten.
Huis
Toen we voor het eerst in dit huis kwamen, had ik nog nooit van een
bovenverdieping gehoord. Ik kon bijna niet geloven dat alle ruimte voor ons was.
We hebben dit huis gekregen omdat mijn broer en zus astma hebben. En dat werd
steeds erger toen we met z’n allen in zo’n kleine ruimte zaten.’
School
"In het asielzoekerscentrum gingen we vaak met een busje naar een speciale
school met alleen asielzoekerskinderen. Soms gingen we naar een school waar de
ene ingang voor ‘gewone’ kinderen was en de andere ingang voor ons. De andere
kinderen keken ons in de pauze op het schoolplein heel raar aan. Gelukkig waren
de juffen en meesters wel heel lief. Nu kan ik naar school lopen. Ik vind het
ook goed om niet met alleen maar asielzoekerskinderen in de klas te zitten. Dan
heb je allemaal dezelfde problemen. Ik vind het juist belangrijk om met kinderen
uit verschillende culturen om te gaan. Daar leer je van.’
Stiekem luisteren
Kaouther’s vader was het niet eens met de regering in Algerije. Hij was bang dat
hij misschien in de gevangenis terecht zou komen. Daarom pakten ze hun spullen
en ze vertrokken naar Nederland. "Ik kan me daar niets meer van herinneren. Mijn
ouders willen ons er het liefst een beetje buiten houden. Als er iemand van
Vluchtelingenwerk komt, die ons helpen, dan worden we altijd naar boven
gest
uurd. Ik blijf dan vaak stiekem in de gang staan luisteren. Verder wil ik
altijd het nieuws kijken als er iets over asielzoekers op komt. Dat gaat ook
over mij!"
Uitgeprocedeerd
Officieel is het gezin van Kaouther uitgeprocedeerd. Dit betekent dat ze volgens
de regels geen goede reden hebben om in Nederland te blijven. Kaouther en haar
familie vinden dat ze niet terug kunnen naar Algerije omdat het er te gevaarlijk
is. Daarom voeren ze nog steeds rechtszaken. Laatst mocht Kaouther daar voor de
eerste keer bij zijn. “Onze advocaat was er en iemand van de IND. De IND beslist
of asielzoekers Nederlander mogen worden of niet. Zij zorgen er ook voor dat
uitgeprocedeerde asielzoekers ook écht weg gaan. Ik had het idee dat de rechter,
die de hele tijd naar ons keek, ons
gelijk wilde geven. We weten nog niet hoe
het afloopt. Daar moeten we nog een paar maanden op wachten.’
“Dit is mijn lievelingskonijn!”
"Ik wil het liefst journalist worden. Ik ben vreselijk nieuwsgierig én ik praat
graag. Maar mijn droom is het nu vooral dat ik naar de middelbare school kan en
dat ik niet word teruggestuurd naar Algerije."
Migraine
Kaouther zit nu in groep 8 en ze is al een paar keer naar een open dag van een
middelbare school geweest. Ze heeft er ontzettend veel zin in. “Misschien moet
ik in Algerije wel weer opnieuw naar de basisschool. Ik spreek namelijk geen
woord Arabisch. Ik ken er ook niemand. Ik wil niet wéér opnieuw beginnen. Het
liefst blijf ik gewoon in Nederland. Ik heb vaak migraine van het piekeren en ik
heb bijna nooit zin om te eten.”
Liederen
Vier dingen uitverkoren (Zingen in vieren, lied 22)
Loop je tegen muren op (idem, lied 19)
Wie geeft ons licht (idem, lied 57)
Mensen zonder hoop (Hemel op aarde, blz. 58)
Want je hebt een droom (Jouw wereld mijn wereld, blz. 70)