LET OP: Wilt u een e-mail ontvangen
wanneer er nieuw materiaal is? Klik dan hier en vul
het formulier in.
2 maart 2008
4e zondag Veertigdagentijd
Lezingen:
1 Sam 16, 1b + 6-7 + 10-13a
Ef 5, 8-14
Joh 9, 1-41
Vertelling van het evangelie
Ziende blind (naar Joh 9,1-41)
Eliab is blind geboren. Hij zit langs de kant van de weg. Hij bedelt. Jezus komt
voorbij. Hij ziet Eliab. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Blind zijn is niet
goed. Dan is alles zwart om je heen. Dan kun je het licht niet zien. Je zit
opgesloten in jezelf. Mensen willen je niet. Ze vinden je lastig, maar ze zijn
ook een beetje bang voor je.”
Jezus gaat naar Eliab toe. Hij spuugt op de grond. Hij smeert de modder op de
ogen van Eliab. “Ga je wassen in de vijver Siloam”, zegt Hij.
Eliab staat op en gaat. Hij gaat het water in en wast zich. Nu kan Eliab zien:
kleuren, mensen, bloemen, huizen.
Mensen zien Eliab lopen. “Dat is toch die blinde bedelaar”, zeggen ze. “Nee joh,
dan kan toch niet. Het is iemand die op hem lijkt.” Maar Eliab zegt: “Ik ben
het. Jezus zalfde mijn ogen met modder. Ik heb het eraf gewassen en nu kan ik
zien.” Ze nemen Eliab mee naar de farizeeën. Die moeten het ook zien. DE
farizeeën willen alles precies weten. Eliab ergert zich eraan. Iedereen wil een
verklaring en niemand is blij. De farizeeën zijn boos op Jezus. Hoe haalt die
man het in zijn hoofd om iemand beter te maken op de sabbat, de rustdag.
Ze laten de vader en moeder van Eliab komen. Die snappen er ook van. “Ja, het is
echt onze blindgeboren zoon. Hij is oud en wijs genoeg om het zelf te
vertellen”, zeggen ze.
Ze roepen Eliab. “Weet je wel dat die Jezus de wet heeft overtreden? Hij mag
niet genezen op sabbat.”
“Ik weet alleen dat ik blind was en nu zie”, zegt Eliab. “Vertel nog eens: wat
heeft Hij gedaan, hoe heeft Hij je de ogen geopend?” “Dat heb ik al verteld”,
zegt Eliab, “willen jullie soms leerling worden van Jezus?” “Wij kennen die
Jezus niet en we weten niet waar Hij vandaan komt”, zeggen de farizeeën. “Dat is
vreemd”, zegt Eliab, “zijn jullie soms blind? Hij komt van God, dat kan toch
niet anders!”
“Hoe durf je ons de les te lezen. Eruit!” Woedend gooien ze hem naar buiten.
Jezus vindt Eliab. “Jij hebt gelijk. Zij zijn ziende blind. Vertrouw op Mij.”
Exegese
De genezing van de blindgeborene speelt zich af bij de vijver van Siloam, wat
betekent: “gezondene”. Jezus presenteert zich in het verhaal als de door God
gezondene: in zijn daden “licht” iets van God op. De daad hier is dat een
blindgeborene gaat zien, terwijl de Farizeeën ziende blind blijven. De
blindgeborene laat zich door Jezus naar de vijver zenden om zich daar te wassen,
nadat Jezus diens ogen bestreken had met speeksel van zichzelf en slijk van de
aarde.
Behalve putten benutte men in de Bijbelse tijd ook kunstmatige vijvers of
bassins zowel voor regenwater als voor bronwater. Jeruzalem bezat er meerdere,
waaronder de vijver van Siloam. Om tijdens belegering van de stad steeds water
te hebben, liet Ezechias een onderaards kanaal van een halve kilometer uithouwen
om het water van de bron Gichon, die buiten de stad lag, in de vijver Siloam
binnen de stadsmuren te voeren.
Lichamelijke blindheid is een klimatische ziekte in Kanaän en kwam als zodanig
vaak voor. De Mozaïsche wet bevat verschillende bepalingen over het verkeer met
blinden: “Gij moogt een blinde niets in de weg leggen waarover hij struikelen
kan” (Lev. 19,14). Desondanks werd er ook wel neergekeken op blindheid: blinden
konden geen priesterlijke functie uitoefenen; een blind dier mocht niet worden
geofferd. Blindheid werd ook wel gezien als straf voor de zonden. Genezing was
zeldzaam en werd als een groot wonder beschouwd.
In de evangelielezing laat Jezus zien hoe weinig oog de wereld heeft voor de
tekenen van God, verblind als wij zijn door vooronderstellingen en vooroordelen.
De blijdschap van de blindgeboren man wordt uit het oog verloren. Eerst moeten
er allerlei verklaringen komen voordat geloofd wordt dat de man kan zien. De
werken Gods worden in hem openbaar, maar tegelijk wordt duidelijk hoe wij mensen
daarop reageren.
Vertelling: Jezus is
het Licht van de Wereld
Jezus laat zien dat licht het wint van het donker, dat het leven sterker is dan
de dood. Jezus is opgestaan. Hij was dood, maar Hij leeft! ‘Jezus is het licht
van de wereld,’ zegt de evangelist Johannes. Jezus is een licht voor alle mensen
die in het donker leven. Mensen die ziek zijn, die arm zijn of verdrietig. Zoals
de vuurtoren een lichtbaken is voor schepen, zo wijst Jezus die mensen de weg.
Ook voor hen zijn er lichtpuntjes, het donker zal voorbijgaan.
Berg
Jezus gaat de berg op. De helling is vol met mensen. Ze komen naar Hem
luisteren. ‘Met jullie kan God een nieuwe wereld beginnen,’ zegt Jezus. De
mensen stralen. ‘Laat je zien,’ zegt Jezus, ‘word het licht van de wereld.’
Vragend kijken de mensen elkaar aan. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt iemand. ‘Wees als
een stad op een berg,’ zegt Jezus. ‘Die ziet iedereen al van ver. Als je een
kaars aansteekt, verstop je die niet. Je zet hem op een kandelaar zodat iedereen
het licht kan zien. Wat jullie doen voor andere mensen, mag ook gezien worden.
Schijn maar als een lichtje in het rond.’

Nachtlampje
In veel godsdiensten speelt het licht een rol. Dat is niet zo gek want licht is
van levensbelang. Het is allemaal met licht begonnen. Toen er nog niets was, zo
staat in de bijbel, was alles leeg en donker. Het eerste wat God zei, was: ‘Er
moet licht zijn.’ En op dat moment was er licht. Dag voor dag schiep God de
aarde met alles er op en er aan. Als laatste schiep God de mens. Die maakt het
soms donker op aarde. Er gebeuren nare dingen. Maar de mensen hoeven de
hoop niet te verliezen. Als ze maar vertrouwen op God. Het geloof is als een
nachtlampje, een lichtpuntje in het donker.
Verhaal voor de kleinsten
Jezus en Bartimeüs (naar Marcus 10, 46-52)
Jezus gaat naar
de stad.
Zijn vrienden zijn bij Hem.
Veel mensen gaan met hen mee.
Bij de poort zit een man.
De man is blind.
In zijn hand heeft hij een kom.
Geef mij wat geld.
Dat vraagt de man.
Dan kan ik eten kopen.
Daar komen mensen aan.
Bartimeüs hoort hun voeten.
En hij hoort ook veel stemmen.
Jezus is bij hen.
Die zou naar de stad komen.
Bartimeüs weet dat van de mensen.
Jezus, denk aan mij.
help mij!, roept Bartimeüs.
Hou je mond, roepen de mensen boos.
Ga aan de kant.
Dan kan Jezus er door.
Maar Jezus stopt.
Hij zegt tegen zijn vrienden:
Laat die man bij Mij komen.
Wees niet bang,
zeggen de vrienden tegen de man.
Jezus wil dat je bij Hem komt.
Bartimeüs staat op.
Hij loopt naar Jezus toe.
Wat wil je dat ik doe,
vraagt Jezus aan Bartimeüs.
De man zegt:
Jezus, ik wil graag zien.
Jezus zegt:
Omdat je zo in Mij gelooft
kun je nu weer zien.
En Bartimeüs kan weer zien.
Hij gaat mee met Jezus.
Samen met de mensen.
Doe-aktiviteit
U zorgt voor een aantal obstakels in de ruimte. Enkele kinderen krijgen de
opdracht om geblinddoekt door de klas te lopen. De andere kinderen observeren
wat er gebeurt als je niet kunt zien.
Verhaal
Iedereen is wel een beetje gehandicapt. Er zijn dingen die je goed kunt en
dingen die je niet zo goed kunt. Als je wat zwaarder gehandicapt bent heb je
soms hulp nodig. En dan is het een heel verschil of je hier in Nederland woont
of in een ontwikkelingsland. Gelukkig zijn er mensen hier die ook oog hebben
voor de mensen ver weg en een handje helpen.
Weldo
Ik ben hartstikke blij met mijn bril. Nu kan ik tenminste lekker een boek lezen.
Ik had al veel eerder een bril moeten hebben. Maar ja, mijn ouders hadden geen
geld voor zo’n duur ding. Oh…eh… ik woon in Brazilië. Maar wat denk je, nu kon
ik toch met mijn vader naar de oogarts. Iemand uit een ver land heeft daarvoor
gezorgd, zei hij. Ik wil mijn nieuwe bril natuurlijk niet kwijtraken. Daarom heb
ik er een touwtje aan gedaan!
Verhaal
‘Zien, zonder te zien’
Jan heeft het verschrikkelijk moeilijk. Hij kan die dag zijn aandacht niet bij
z’n werk houden. Steeds maar weer tollen zijn gedachten om Taika, zijn hond. Al
vijf jaar was Taika zijn beste vriend. Waar Jan was, was Taika ook. Elke dag zat
Taika te janken als Jan naar school moest. Want dan mocht ie niet mee. Maar
nu…nu is Taika dood. Overreden door een auto. De ene minuut leefde Taika, de
volgende minuut was hij dood. Jan kan het nog steeds niet begrijpen. Hij kan
zich niet voorstellen dat Taika er écht niet meer is. Hij vergeet helemaal dat
ie op school zit en dat hij sommen moet maken. Hij schrikt als hij de juf hoort
zeggen: “Jan, niet dromen, maar wérken!”. Een paar minuten later precies
hetzelfde, alleen is de juf nu véél bozer: “Jan, als je nou niet een twee drie
ophoudt met naar buiten staren, dan zwaait er wat!”
Jan probeert nu echt z’n aandacht erbij te houden. Maar ’t lukt niet! ’t Liefst
zou hij alleen zijn. Hij heeft het gevoel dat hij hier stikt. Z’n hoofd stáát
niet naar sommen maken, want Taika is dood. “Zeg meneer, je bent zeker verliefd
hé”, dat is de stem van de juf weer. “Nou, de tijd die je nu zit te verdoen met
verliefd zijn, haal je om 4 uur maar in”. Jan raakt helemaal in paniek. Om 4 uur
schoolblijven? Maar dat kan toch helemaal niet! Om 4 uur gaat hij Taika toch
begraven. Samen met z’n vader en moeder.
Z’n vader zou er extra vroeg voor van z’n werk komen, omdat het dan nog licht
is. “Juf, om vier uur…kan…ik…toch niet…”, stottert hij. Tranen lopen over z’n
wangen. Hij heeft ’t niet eens inde gaten. En waarom kan meneer om 4 uur niet?
Heeft meneer om 4 uur soms een afspraak?”’t is net of er iets knapt in Jan.
Voordat de juf weet wat er gebeurt rent Jan de klas uit, de school uit, naar
huis toe. “Wel heb ik ooit!”, zegt de juf verontwaardigd tegen de andere
kinderen. “Jan z’n hond is dood”, zegt Marleen dan heel stil. “Gisteravond
overreden. Om 4 uur wordt Taika begraven. Ik mag er ook bij zijn.” “Dat kon ik
toch niet weten”, mompelt de juffrouw. Maar ze krijgt een knalrood hoofd.
Vragen aan de kinderen:
- Heeft de juf gezien dat Jan verdriet heeft?
- Had ze dat kunnen zien?
(uit: Kat. Veldboeket, ‘Ziende blind’)
Gebed
Lieve God,
ik zeg het eerlijk tegen U
dat ik me wel eens beter voel
dan een ander.
Ik ben blij dat ik goed ben in somige dingen.
Leer mij te zien dat ik dat van U
gekregen heb.
Leer mij een ander te zien
als een kind van U,
die U even waardevol vindt.
Voor U telt iedereen mee.
Dank U daarvoor.
Amen
Liederen
Ik ga eenzaam straten door (Hoop van alle volken, nr 104)
Want je hebt een droom (Jouw wereld mijn wereld, blz 70)
Maak ruimte om te leven (Het lied van Israël, blz 56)
Jij mag er zijn (De zon is al op, nr 43)
Verborgen (idem, nr 14)