Heel, heel lang geleden
aten de mensen in China niet de witte rijstkorrels, maar de vliesjes die er omheen zaten.
In die tijd was er in China een groot koninkrijk.
De koning en de koningin van dat rijk wonen in een mooi paleis. Ze hebben een heleboel
slaven om voor hen te zorgen.
Er zijn slaven die de vloer vegen, slaven die voor de tuin zorgen, slaven die alle kleren
wassen, slaven die het eten koken ... Voor al het werk zijn er slaven.
Minja werkt ook in het paleis. Zij moet er voor zorgen dat de koningin alles krijgt wat ze
nodig heeft.
De hele dag loopt ze te rennen. Dat
zou nog niet zo erg zijn, als de koningin maar een beetje vriendelijk was. Maar ze is niet
gauw tevreden.
"Minja, schiet toch eens op!" roept ze, "Ik moet veel te lang wachten! Als
je nu niet gauw komt, zal ik je straffen!"
De arme Minja doet heel erg haar best. Ze is bang voor de boze koningin.
Op een dag moet ze een glas water voor haar halen. Omdat ze zo snel mogelijk probeert te
lopen, gutst het water over de rand van het glas. Als ze bij de koningin komt, is het glas
half leeg. De koningin is woedend. "Ik heb dorst!" schreeuwt ze. "En kijk
eens wat je doet! Eerst laat je me wachten en dan durf je met een half glaasje aan te
komen! Voor straf krijg je geen eten meer!"
Er gaat een week voorbij. Minja moet nog steeds hard
werken.
Maar 's avonds, als alle andere slaven te eten krijgen, wordt zij naar haar kamertje
gestuurd. Ze krijgt niets. Minja wordt steeds zwakker en magerder. Ze houdt het zware werk
haast niet meer vol.
Ze denkt: dit kan niet lang zo doorgaan. Wat moet ik doen?
Radeloos loopt ze langs de keuken. Niemand durft haar wat eten te geven. Ze zijn allemaal
bang voor de koningin. Buiten de keuken ligt een hoop afval. De witte korrels die
overblijven als de vliesjes er afgepeld zijn.
Minja pakt een handjevol. Als ik dit nu eens kook,
denkt ze, misschien krijg ik dan net genoeg om in leven te blijven. In een pannetje met
water kookt ze het afval van de rijst.
Ze durft er haast niet van te nemen. Ze proeft heel voorzichtig ...
Het smaakt zoet! Het smaakt zelfs nog beter dan de vliesjes!
De volgende dag is Minja heel vrolijk.
De andere slaven begrijpen er niets van. "Waarom ben jij zo blij?", vragen ze,
"mag je soms weer eten van de koningin?" Minja schudt lachend haar hoofd.
"Kom vanavond maar bij mij", zegt ze geheimzinnig, *dan zal ik jullie vertellen
wat ik ontdekt heb."
Die avond maakt ze een heleboel rijstkorrels klaar voor zichzelf en voor haar vrienden.
De andere slaven weten niet wat ze ervan moeten denken. Wil Minja dat ze rijstafval eten?
Al gauw proeven ze dat die witte korrels echt heerlijk zijn.
Minja waarschuwt: "Vertel het niet aan de koningin. Ze mag niet weten dat ik toch wat
te eten krijg."
De koningin begrijpt er
niets van. Het lijkt wel of Minja steeds mooier en mooier wordt. Hoe kan dat nu toch? Zo
mooi zou zij ook wel willen zijn!
Ze roept het meisje bij zich. "Minja, hoe komt het dat jij zo mooi bent? Je moet het
me vertellen."
Minja schudt haar hoofd. Als ze haar geheim verklapt, zal ze misschien de witte korrels
niet meer mogen eten. De koningin wordt heel boos. Ze roept: "Als je het me niet
vertelt, zal ik alle slaven laten doden!" Minja schrikt. Wat moet ze nu doen?
Ze zegt: "Koningin, als u alle slaven vrij laat, dan zal ik u vertellen hoe u mooi
kunt worden."
De koningin wil het eigenlijk niet, maar ze gaat toch naar de koning om hem te vragen alle
slaven vrij te laten. Ze zeurt net zolang, tot hij toegeeft.
Dan laat ze Minja weer bij zich komen. "Vertel!" beveelt ze, "wat is
je geheim?"
"Koningin", zegt Minja, "weet u nog dat ik voor straf geen eten meer kreeg?
Doordat ik al die tijd niets heb gegeten ben ik zo mooi geworden."
Van de witte rijstkorrels zegt ze niets. Maar de koningin denkt: aha, niets eten, dat is
niet zo moeilijk!
En vanaf die dag eet ze niets meer. Maar of ze daar ook mooier van geworden is?