Stel je voor, de havenstad
Athene. Op een rotsblok aan de haven zit een man. Hij kijkt uit over de zee, de grote,
wijde zee. Die zee heeft hem gebracht naar alle windstreken, noord, oost, zuid, west. De
zee bracht hem naar al zijn avonturen, kleine en grote, lang en kort geleden. Van alles
heeft hij meegemaakt!
Maar onze reiziger is niet op reis gegaan voor het avontuur, niet om wat van de wereld te
zien. Hij is gegaan om de mensen te vertellen wat hij zelf heeft meegemaakt, wat hem de
rest van zijn leven bezig zal houden. Paulus heet hij.
Nieuwigheid
Paulus zit op het rotsblok en denkt aan vroeger. Hoe hij achter de mensen aanzat die een
nieuwe weg waren ingeslagen. De weg van Jezus van Nazareth. Eerst haatte hij die mensen.
Al die nieuwigheid, brr! Maar van de ene op de andere dag is hij op andere gedachten
gebracth. Jezus, dat betekent vrijheid. Niet meer gehoorzamen aan honderden wetjes, maar
van God houden en van de mensen.
Reizen
Paulus houdt van God. Paulus houdt misschien nog wel meer van de mensen. Zo veel zelfs,
dat hij op reis is gegaan. Hij gaat alleen naar plaatsen waar ze nog nooit van Jezus
hebben gehoord. En daar vertelt hij de verhalen, vertelt hij van de vrijheid en van hoe je
van elkaar kunt houden.
Het was wel even wennen, dat reizen. Op sommige plaatsen werden andere joodse mensen zo
kwaad op hem. Het leek wel of ze jaloers waren. Ze begonnen hem te vervolgen, andere
mensen tegen hem op te zetten. Paulus heeft er soms wel moeite mee. Maar als hij bang is,
probeert hij toch op God te vertrouwen.
Voeten
"Ach, wat zit ik toch somber te doen", denkt Paulus op zijn rotsblok. "Ik
heb toch ook hartstikke leuke dingen meegemaakt!" Hij mijmert verder. Hij denkt aan
die keer dat Barnabas en hij voor Griekse goden werden aangezien. Dat was in Lystra, in
het oosten. Er was daar een man, die geen macht meer had over zijn voeten. Paulus had hem
aangekeken en hem weer op zijn voeten gezet. De mensen van Lystra waren dolenthousiast. Al
snel kwam er een priester aangerend, met een stel stieren en lauwerkransen. Die wilden de
mensen aan hen gaan offeren. Het had een hele tijd geduurd, voordat ze de mensen uitgelegd
hadden, dat Barnabas en hij ook maar gewoon mensen waren. Paulus moet er nog om grinniken.
Helderziende
Dan denkt hij terug aan Filippi. Daar hadden ze Lydia ontmoet, een rijke vrouw die hen erg
veel had geholpen. Ze hadden in haar huis te gast mogen zijn. Maar er was daar ook een
arme vrouw, een slavin, waarvan gezegd werd dat ze helderziende was. Die vrouw had wel
drie dagen achter hem aan gelopen en ze riep tegen iedereen: "hier moet je wezen,
deze mensen zijn door God gestuurd, deze mensen kunnen je redden." Na drie dagen was
het Paulus een beetje te veel geworden, hij had er voor gezorgd dat ze niet meer
helderziend was.
De mensen voor wie ze werkte, waren daar niet blij mee geweest! Ze hadden hem zelfs
gevangen laten zetten.
Gevangenis
In de gevangenis hadden ze hun volgende avontuur beleefd, zijn vriend Silas en hij. Ze
waren net aan het bidden, en de andere gevangenen zaten nieuwsgierig naar hen te kijken.
Toen begon de aarde te beven. Alle deuren waren open gesprongen en de boeien waren los
gegaan, bij alle gevangenen die er zaten. De cipier was bang geweest, bang dat ze allemaal
zouden ontsnappen en dat hij daar de schuld van zou krijgen. Maar dat was niet gebeurd,
alle gevangenen waren bij Paulus gebleven. De cipier was zo dankbaar, dat hij Paulus en
Silas vrij had gelaten, en hij had zichzelf bij de mensen van Jezus aangesloten.
Athene
En nu zit Paulus in Athene, de stad van de tempels, de godenbeelden en de filosofen. Ze
bidden hier zelfs tot een onbekende God. Paulus heeft de mensen verteld dat die God de
enige is, de God van Jezus, die alles heeft gemaakt. Hij hoopt maar dat de mensen dat
kunnen geloven. Glimlachend kijkt hij naar de bootjes die binnen komen varen. Morgen gaat
hij zelf ook weer weg. Een nieuw avontuur tegemoet.