Bijna
was het verkeerd met ons afgelopen. Nelly en ik kwamen in de woestijn terecht in plaats
van bij het water. We zijn, denk ik, de verkeerde kant uitgevlogen. Dat is me nog nooit
overkomen. Als ik gekund had, dan had ik van de stenen in die woestijn vis gemaakt.
Vreselijk, wat hadden we honger en dorst. Gelukkig kwamen we net op tijd bij een oase. Van
geluk maakte ik een dubbele salto.
Stoer
De andere pelikanen keken vreemd op. Nelly dacht dat ik niet goed geworden was. "Niet
doen", riep ze bang. "Uitslover", hoorde ik de pelikanen tegen elkaar
zeggen. "Die wil zeker indruk op ons maken." Nelly en ik gingen maar een eindje
verderop staan. "Dat heb je nu van je stoere gedoe", zegt Nelly. "Nu kan ik
niet lekker bijkletsen. Kijk maar, ze staan met hun rug naar ons toe." Ik haal mijn
vleugels op.
Baas
"Wacht maar, tot ik de baas ben", zeg ik. "Dan piepen ze wel anders."
Nelly kijkt me met grote verschrikte ogen aan. "Is het je in je kop geslagen? Het
komt zeker door de grote hitte, dat je zo praat." "Denk jij dan nooit: stel je
voor dat ik de baas was, dan ....?", vraag ik. Nelly steekt haar snavel tussen haar
veren. Dat doet ze wel vaker wanneer ze nadenkt.
Ik vlieg op en ga een eindje verder op een hoge rots zitten. "Nelly, kom eens kijken.
Het is hier prachtig."
Vergezichten
Nelly komt naast me zitten. Wat kunnen we ver kijken. "Stel je voor, dat er in deze
woestijn overal water zou zijn. Dat er dan overal bomen en bloemen zijn. Stel je voor dat
ik dat voor elkaar zou kunnen krijgen. Overal vis. Nooit meer honger of dorst." Ik
heb mijn vleugel om Nelly heen geslagen. Ze kruipt dicht tegen me aan. Zachtjes zegt ze:
"En geen jaloezie en pesterijen meer. Stel je voor, dat ik gewoon met die andere
pelikanen zou kunnen kletsen over ditjes en datjes. Wat zou dat heerlijk zijn." Samen
kijken we naar de ondergaande zon.
Oever
De volgende dag vliegen we verder. Nu komen we weer in bewoonde streken. Aan de oever van
een meer rusten we uit. Een eindje verderop zitten vissers op het strand druk met elkaar
te praten. Het is zo stil, dat we alles kunnen horen.
Verleiding
"Voor ik met jullie in zee ging", zegt Jezus, "ben ik veertig dagen alleen
in de woestijn geweest. Daar heb ik in alle rust nagedacht. Over hoe ik zou willen leven
als kind van God. Het viel niet mee. Ik kwam erg in de verleiding. Telkens fluisterde een
stem in me: "Als jij de Zoon van God bent, maak dan van die stenen brood. Dan komen
de mensen wel naar je toe. Dan geloven ze in je. Of spring van het dak van de tempel, het
huis van God, dan zullen engelen je zeker opvangen en word je wereldberoemd.
Geen tovenaar
Maar dat wilde ik niet. Ik wil geen grote tovenaar of een stuntman zijn. Het was net of
iemand me de baas wilde maken over alle mooie dingen van de wereld. Wat was dat
verleidelijk. Ik stond in gedachten op een hoge berg. Ik moest die stem volgen en doen wat
hij zei. Nog net op tijd bedacht ik, dat ik wel de baas wil zijn, maar niet alleen over de
mooie dingen van de aarde. Ook over de nare, verdrietige dingen. En opeens wist ik wat ik
moest doen.
Vissers van mensen
Ik heb jullie gezocht, want ik wil het niet alleen doen. Jullie mogen samen met mij
vissers van mensen worden. Wij gaan mensen opvangen. Mensen die honger hebben, die
verdriet hebben, die er niet bij horen. Mensen die ziek zijn en mensen die het niet meer
zien zitten. Wij zullen op die manier laten zien dat God er is. We zullen goed luisteren
naar de mensen. Zo wil ik de Zoon van God zijn."
De vissers staan op en Jezus gaat met hen mee.
Als ze weg zijn, kijken wij of er nog wat vis is blijven liggen voor ons. Je kunt nooit
weten.
Suggesties bij het
bijbelverhaal
Het verhaal van hierboven staat niet precies zo in de bijbel, maar
als je wilt weten hoe het er staat, moet je het boek Matteüs lezen, hoofdstuk 4.
Op 17 februari begint de veertigdagentijd. Dat is de tijd van Aswoensdag tot Pasen. Die
tijd duurt veertig dagen, omdat Jezus veertig dagen in de woestijn was en niets at en
dronk. Daarom wordt die tijd ook wel vastentijd of lijdenstijd genoemd.
Spot
Jezus maakt van de stenen geen brood, maar hij deelt wel brood uit aan
de oever van het meer. Hij laat zich niet in de handen van engelen vallen, maar helpt wel
mensen die gevallen zijn en die ziek of gehandicapt zijn. Jezus wil geen koning worden,
maar Hij wordt wel tot koning uitgeroepen als Hij Jeruzalem binnenrijdt op een ezel.
Wanneer Hij gevangen genomen is, maken ze een spotkoning van Hem. Ze doen Hem een
doornenkroon op.
Vasten
Nu zijn er in de veertigdagentijd katholieken die ook vasten, net als
Jezus. Ze eten, drinken en snoepen dan minder dan anders. Veel katholieken doen dat niet,
maar willen wel net als Jezus nadenken wat je kunt doen voor andere mensen. Die geen goed
huis hebben om in te wonen bijvoorbeeld. Zodat hun kinderen later een betere toekomst
krijgen.
Hongerdoek
Daarom zie je in veel kerken nu hongerdoeken. Dat zijn kleurige doeken
met tekeningen van verhalen uit de bijbel. Verhalen die de mensen uit een bepaald land
mooi of bijzonder vinden. Zo leren we die mensen een beetje beter kennen. Zodat we kunnen
helpen, maar ook van hen weer veel kunnen leren.
* Maak zelf eens een hongerdoek. Deel een vel papier in in
verschillende vakjes en teken bijvoorbeeld in het midden Jezus in de woestijn. In de
andere vakjes kan je dan verhalen tekenen uit het leven van Jezus of uit de bijbel, die je
er bij vindt passen.
* Je kunt zo'n doek ook maken door lapjes uit te knippen en op te
plakken.