Een ster wijst de weg (naar Matteüs 2)

Het is een heerlijke zwoele avond. Nelly en ik bivakkeren in de buurt van een hotel. Ze hebben daar heerlijke vis. Er blijft altijd wel wat voor ons over. Er zitten heel wat mensen op het terras te eten en te drinken. Het dichtst bij ons zitten drie mannen. Ze hebben net kennis met elkaar gemaakt en vertellen elkaar waar ze vandaan komen. "Als kind heb ik in dit land gewoond", vertelt de jongste die Caspar heet. "Ik ben bij de rivier de Jordaan geboren." We spitsten onze oren. "Hoor je dat?", zegt Nelly. "De rivier de Jordaan! Daar komen we net vandaan."
"Ook sterk", zegt de tweede die Melchior heet. "Ik ben ook bij een rivier geboren: de Eufraat. Ik kom uit Mari." "Toevallig", zegt de derde, Balthasar. "Ik ben bij de rivier de Tigris geboren. Ik kom uit Assur in het Tweestromenland."
Ik moet zachtjes om dit gesprek grinniken. Ik stoot Nelly aan. Met een verdraaide stem zeg ik: "Merkwaardig, zeg. Ik ben bij de Nijl geboren." Nelly doet meteen mee. "Hoe bestaat het. Ik ook." Haar ogen twinkelen.

Ster
"Ik ben de oudste uit een groot gezin. Ik heb de sterren bestudeerd. Ik geloof dat de sterren invloed hebben op ons leven. Ze wijzen ons de weg", vertelt Balthasar. "Dat voel ik ook zo. Je kunt veel lezen in de sterren", zegt Melchior. "Grote dingen komen op ons af. Dat staat in de sterren."
Balthasar staat op. De anderen lopen achter hem aan. "Kijk daar is hij", wijst Melchior. Hij wijst naar de lucht. Nelly en ik kijken ook naar boven. "De nieuwe ster", zegt Balthasar. "Kijk eens hoe hij straalt in het donker." Even is het stil. Dan zegt Caspar: "Volkeren komen naar uw licht, koningen naar de glans van uw dageraad... Zo staat het in het boek van de profeet Jesaja. We hebben alle drie hetzelfde op het oog. Kom, laten we gaan slapen."

Vorst
De volgende avond is de ster er weer. Ik moet zeggen dat het een heel bijzondere ster is. Helder straalt hij aan de hemel. De geleerde heren zijn met z'n drieën verder gereisd. Nelly en ik gaan ook maar weer eens verder.
"Ik heb het gevoel dat die ster met ons meegaat", zegt Nelly. "Heb jij dat ook? Net of hij de weg ergens naar toe wijst." Ik moet toegeven dat ik dat gevoel ook heb. "Het is een vorstelijke ster", zeg ik. "Wat..?", zegt Nelly schaapachtig. "Deze ster hoort volgens mij bij een vorst, een koning", leg ik uit.

Stal
"Wat is het verschrikkelijk druk, zeg. Wat zijn er veel mensen onderweg. Het lijkt wel een volksverhuizing." Onder ons zien we stromen mensen op ezeltjes, kamelen, paarden of lopend. "Het zal niet meevallen een plaatsje voor de nacht te vinden. Laten we maar uit de buurt van Bethlehem blijven", zegt Nelly. "Ik weet wel een lekker plekje een eindje buiten het dorp. Bij die vervallen schaapsstal. Je weet wel."

Als we bij de stal aankomen, zijn we niet de enigen. "Er zijn mensen in de stal, geloof ik", zegt Nelly. "Geen schaapherders, want ik hoor een vrouwenstem." Nelly gluurt door het raam. Ze wenkt met haar vleugel. Ik kijk ook. "Wat lief", zucht Nelly. Binnen ligt een jonge vrouw met een pasgeboren babytje in haar armen. "Ook wat", fluistert Nelly. "Die vrouw heeft haar baby hier in deze stal gekregen." Terwijl we staan te kijken gaat de deur open. Er komen mensen binnen. "Zie je wie dat zijn? Onze geleerde heren!", roep ik verbaasd. Nelly dringt me opzij. Bijna verlies ik mijn evenwicht. Ik kan niets meer zien van wat er binnen gebeurt. Maar nu zie ik dat de ster vlak boven dit vervallen hutje is blijven staan. Ik schud mijn kop. Nelly komt naar me toe. "Ze hebben cadeautjes gegeven", zegt ze. "Hele dure. Wat zei je ook alweer een paar dagen geleden? Je had het toch over een vorstelijke ster? We hebben iets bijzonders gezien, Bert. Ik denk dat we nog veel over dit kind en zijn moeder zullen horen."


Suggesties bij het bijbelverhaal

* De wijzen uit het oosten waren sterrengeleerden. Zij woonden in Mesopotamië. Dat is het land tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris.
De wijzen bestudeerden de sterren. Zij konden aan de stand van de sterren zien, wat er op aarde ging gebeuren. Ze waren daar heel knap in. De sterren waren volgens hen de letters in het boek van de goden. De wijzen hadden de sterren ook namen gegeven.
Om de sterren goed te kunnen bestuderen bouwden ze torens. Denk maar aan de Toren van Babel. Die torens hadden vijf verdiepingen. Net zoveel verdiepingen als er planeten waren. Of zeven verdiepingen. De planeten met de zon en de maan erbij. Als je boven op de toren stond, was je "in de zevende hemel". Dichtbij de goden.

* Bak een cake en verstop daar een boon of een erwt in. Wie de erwt in zijn plak cake vindt, mag een dag lang "koning" zijn.

* Om te zingen.

Wij zijn er drie koningen met de ster.
Wij komen hier van al zo ver, wij komen hier van al zo ver.

De sterre die mag er niet stil gaan staan. (2x)
Ze moet met ons naar Betteljem gaan. (2x)

Naar Betteljem die schone stad. (2x)
Maria met haar kindje zat. (2x)