Een koning op een ezel (naar Lucas 19, 28-48)

kop2.gif (1866 bytes)Een ezeltje
"Moet je zien, Bert. Die vreemde mannen daar zijn bezig dat kleine ezeltje bij dat huis los te maken. Ze willen het vast meenemen", zegt Nelly. "Zouden dat dieven zijn?" Haar stem klinkt ongerust. Nelly heeft het nog niet gezegd of er komen mensen uit het huis. Als ze zien wat er gebeurt, roepen ze: "Hee, wat moet dat daar? Waarom maken jullie dat veulen los?" De mannen zeggen rustig: "Het is voor Jezus. Hij heeft het nodig." Dat schijnt in orde te zijn. De mannen nemen het ezeltje mee. We zien ze de weg aflopen. Nelly en ik kunnen ze helemaal volgen vanuit onze boom. Een eindje verderop blijven de mannen staan bij een groepje mensen. Ze trekken hun jassen uit en leggen die op de rug van het ezeltje. "Er zal toch niemand op dat veulentje willen gaan zitten?", zegt Nelly bezorgd. "Daar is hij nog helemaal niet aan gewend. Er heeft vast nog nooit iemand op dat ezeltje gereden." Maar er klimt wel iemand op de rug van het ezeltje. En er gebeurt niets. De man die erop gaat zitten is vast Jezus. Het ezeltje laat het gewoon toe. Langzaam loopt het groepje mensen onze richting weer uit. "Wat doen ze nu? Bert, moet je kijken. Ze leggen ook nog jassen op de weg. Daar moet het ezeltje overheen lopen. Waarom doen ze dat? Dan worden die jassen toch helemaal vies?", zegt Nelly verontwaardigd. "Ach", zeg ik, "dat moeten ze toch zeker zelf weten? Ik vind het wel een leuk gezicht. Het is net of er een loper uitgerold wordt voor een belangrijk persoon. Zullen we een eindje met ze mee gaan? Ze zijn op weg naar Jeruzalem." Van een afstandje vliegen we mee. Het is druk onderweg. Er zijn veel mensen op weg naar de stad. Binnenkort is het feest. Elk jaar weer komen veel mensen naar Jeruzalem om daar het paasfeest te vieren. Onderweg zien we ook veel Romeinse soldaten. Die moeten er voor zorgen dat het rustig blijft tijdens de feestdagen. Een mooie stad is Jeruzalem. De stad is gebouwd op zeven heuvels. De tempel met het grote plein ervoor is goed te zien, zo van boven af.

Zingende mensen
Ze komen bij de Olijfberg. Daar beginnen ze te zingen. Ze zien er blij uit. Eerst kunnen we het niet goed verstaan, maar dan verstaan wij het ook: "Gezegend de Koning, die komt in de Naam van de Heer; vrede in de hemel." Ik kijk Nelly aan. "Ik heb het goed gezien. Het is een belangrijk persoon. Hoor je, die man op dat ezeltje is een koning. De koningen van Israël rijden nooit op een paard, maar altijd op een ezel", zeg ik vol trots. "Dat zal wel", zegt Nelly. Ze gelooft me niet, maar het is echt waar. Van een afstand volgen we het enthousiaste groepje. Jezus rijdt de stad binnen en steeds meer mensen doen enthousiast mee. Is hij de Messias, de koning van de vrede, waar ze al zo lang op wachten?
Nelly is er niet gerust op. Straks pakken ze hem op. Daar wordt ik even stil van. Nelly heeft misschien wel gelijk. Zie je, daar heb je het al. Ze worden tegengehouden. Het zijn gelukkig geen soldaten, maar belangrijke mannen, farizeeërs. Zouden ze het er niet mee eens zijn, dat Jezus als een koning van de vrede binnenrijdt? Ze staan druk te gebaren en te praten met Jezus op het ezeltje. "Meester", zeggen ze, "zeg tegen uw vrienden dat ze hun mond moeten houden." Jezus schudt zijn hoofd. "Ach", zegt hij. "Als deze mensen het niet zeggen, roepen de stenen het wel."

De koning huilt
Ze rijden verder. Langzaam dalen ze de berg af. Ze komen steeds dichter bij de stad. Dan zie ik dat Jezus huilt.
"Nelly, de koning huilt. Ook vreemd. Zou hij verdrietig zijn, omdat zijn vrienden niet mogen zingen?" Ze blijven staan. Op die plek heb je een mooi uitzicht over de stad. Dan zegt Jezus: "Och mensen van Jeruzalem. Het zal niet goed met jullie aflopen. De vijand zal de stad omsingelen en geen steen zal op de andere gelaten worden. De stad zal verwoest worden. Konden jullie maar zien dat God naar jullie omkijkt. Wisten jullie maar hoeveel God om jullie geeft."
Ze dalen de berg af. Ze rijden naar de tempel. Al van ver hoor je het geroep van de kooplieden. "Hier moet je zijn. Verse duiven en lammetjes te koop! Hier kan je je Romeinse geld wisselen voor tempelgeld. Hier moet je wezen. Hier moet je zijn."
Jezus stapt van zijn ezeltje af. Hij loopt het grote tempelplein op. Hij ziet er boos uit. Hij loopt naar het eerste het beste kraampje en gooit het met een ruk ondersteboven. Het geld rolt over de grond. Ook het volgende kraampje gaat eraan. Jezus gooit alles ondersteboven. "Weg jullie", schreeuwt hij tegen de kooplui. "Het huis van God moet een plek zijn om te bidden, niet om handel te drijven. Jullie hebben van het huis van God een rovershol gemaakt. Eruit!!"
"O,o,", zucht Nelly, "als dat maar goed afloopt. Ik ga hier weg. Ik vind het niet leuk meer. Ga je mee, Bert? Ik ga terug naar de Olijfberg. Daar is wel een stil plekje te vinden in de olijfbomen." Terwijl steeds meer mensen komen kijken wat er allemaal aan de hand is, vliegen wij terug naar de Olijfberg.


Suggesties bij het bijbelverhaal

Op de volgende pagina's lees je een verhaal uit de bijbel. Het verhaal is wel een beetje veranderd. Als je wilt weten hoe het er precies staat, moet je het opzoeken in de echte bijbel.
Misschien hoor je een gedeelte ervan wel voorlezen in de kerk op Palmzondag.
Hier nog een paar suggesties die je samen met je leraar of begeleider kunt doen na het verhaal.

* In het evangelie van Lucas komen geen palmtakken voor. Alleen in het evangelie van Johannes wordt er met palmtakken gezwaaid. Toch wordt deze zondag Palmzondag genoemd vanwege het zwaaien met de palmtakken.
Maak een palmpaasstok of knip een palmtak uit waar je mee mag zwaaien op palmzondag. Schrijf maar op de palmtak waarom je zou willen dat Jezus koning wordt.

* Scheur uit tijdschriften gekleurde pagina's met veel foto's of grote tekeningen. Scheur ze vervolgens zo dat de vorm van een jas ontstaat. Plak al de jassen op een rol behang achter elkaar of plak voor jezelf drie of vier jassen op een tekenvel. Als je met meer bent kan je die tekenvellen aan elkaar vastplakken. Zo krijg je een kleurige loper, waarover het ezeltje liep.

* In de liedbundel "Alles wordt nieuw", deel 1, staat een liedje dat over Palmpasen gaat (uitgeverij Callenbach, Nijkerk). In "Alles wordt nieuw", deel 3, staat "De ballade van een ezel". Dat liedje kan ook als gedichtje gelezen worden.

* Een koning op een ezel is niet zo bijzonder als wij denken. Ook koning David en Salomo uit het Oude Testament doen hun intocht op een ezel. Paarden hadden met oorlog te maken en ezels met vrede. Jezus is de Koning van de Vrede.
Er zijn mensen in het verhaal die blij zijn en er zijn mensen minder blij. Weet jij welke mensen dat zijn en waarom ze blij zijn of juist niet?

Wie zou jij willen zijn in het verhaal:

- een leerling van Jezus
- iemand die juicht aan de kant van de weg
- een Romeinse soldaat
- een farizeeër
- de boer van het ezeltje
- het ezeltje

Bedenk eens wat je zou vertellen als je er bij geweest was.
Hoorde je geluiden, was je blij of juist bang, wat zag je allemaal. Gebruik je fantasie maar.
Schrijf maar eens op wat je meegemaakt hebt of vertel het aan elkaar.