Een ezeltje
"Moet je zien, Bert. Die vreemde mannen daar zijn bezig dat kleine ezeltje bij dat
huis los te maken. Ze willen het vast meenemen", zegt Nelly. "Zouden dat dieven
zijn?" Haar stem klinkt ongerust. Nelly heeft het nog niet gezegd of er komen mensen
uit het huis. Als ze zien wat er gebeurt, roepen ze: "Hee, wat moet dat daar? Waarom
maken jullie dat veulen los?" De mannen zeggen rustig: "Het is voor Jezus. Hij
heeft het nodig." Dat schijnt in orde te zijn. De mannen nemen het ezeltje mee. We
zien ze de weg aflopen. Nelly en ik kunnen ze helemaal volgen vanuit onze boom. Een eindje
verderop blijven de mannen staan bij een groepje mensen. Ze trekken hun jassen uit en
leggen die op de rug van het ezeltje. "Er zal toch niemand op dat veulentje willen
gaan zitten?", zegt Nelly bezorgd. "Daar is hij nog helemaal niet aan gewend. Er
heeft vast nog nooit iemand op dat ezeltje gereden." Maar er klimt wel iemand op de
rug van het ezeltje. En er gebeurt niets. De man die erop gaat zitten is vast Jezus. Het
ezeltje laat het gewoon toe. Langzaam loopt het groepje mensen onze richting weer uit.
"Wat doen ze nu? Bert, moet je kijken. Ze leggen ook nog jassen op de weg. Daar moet
het ezeltje overheen lopen. Waarom doen ze dat? Dan worden die jassen toch helemaal
vies?", zegt Nelly verontwaardigd. "Ach", zeg ik, "dat moeten ze toch
zeker zelf weten? Ik vind het wel een leuk gezicht. Het is net of er een loper uitgerold
wordt voor een belangrijk persoon. Zullen we een eindje met ze mee gaan? Ze zijn op weg
naar Jeruzalem." Van een afstandje vliegen we mee. Het is druk onderweg. Er zijn veel
mensen op weg naar de stad. Binnenkort is het feest. Elk jaar weer komen veel mensen naar
Jeruzalem om daar het paasfeest te vieren. Onderweg zien we ook veel Romeinse soldaten.
Die moeten er voor zorgen dat het rustig blijft tijdens de feestdagen. Een mooie stad is
Jeruzalem. De stad is gebouwd op zeven heuvels. De tempel met het grote plein ervoor is
goed te zien, zo van boven af.
Zingende mensen
Ze komen bij de Olijfberg. Daar beginnen ze te zingen. Ze zien er blij uit. Eerst kunnen
we het niet goed verstaan, maar dan verstaan wij het ook: "Gezegend de Koning, die
komt in de Naam van de Heer; vrede in de hemel." Ik kijk Nelly aan. "Ik heb het
goed gezien. Het is een belangrijk persoon. Hoor je, die man op dat ezeltje is een koning.
De koningen van Israël rijden nooit op een paard, maar altijd op een ezel", zeg ik
vol trots. "Dat zal wel", zegt Nelly. Ze gelooft me niet, maar het is echt waar.
Van een afstand volgen we het enthousiaste groepje. Jezus rijdt de stad binnen en steeds
meer mensen doen enthousiast mee. Is hij de Messias, de koning van de vrede, waar ze al zo
lang op wachten?
Nelly is er niet gerust op. Straks pakken ze hem op. Daar wordt ik even stil van. Nelly
heeft misschien wel gelijk. Zie je, daar heb je het al. Ze worden tegengehouden. Het zijn
gelukkig geen soldaten, maar belangrijke mannen, farizeeërs. Zouden ze het er niet mee
eens zijn, dat Jezus als een koning van de vrede binnenrijdt? Ze staan druk te gebaren en
te praten met Jezus op het ezeltje. "Meester", zeggen ze, "zeg tegen uw
vrienden dat ze hun mond moeten houden." Jezus schudt zijn hoofd. "Ach",
zegt hij. "Als deze mensen het niet zeggen, roepen de stenen het wel."
De koning huilt
Ze rijden verder. Langzaam dalen ze de berg af. Ze komen steeds dichter bij de stad. Dan
zie ik dat Jezus huilt.
"Nelly, de koning huilt. Ook vreemd. Zou hij verdrietig zijn, omdat zijn vrienden
niet mogen zingen?" Ze blijven staan. Op die plek heb je een mooi uitzicht over de
stad. Dan zegt Jezus: "Och mensen van Jeruzalem. Het zal niet goed met jullie
aflopen. De vijand zal de stad omsingelen en geen steen zal op de andere gelaten worden.
De stad zal verwoest worden. Konden jullie maar zien dat God naar jullie omkijkt. Wisten
jullie maar hoeveel God om jullie geeft."
Ze dalen de berg af. Ze rijden naar de tempel. Al van ver hoor je het geroep van de
kooplieden. "Hier moet je zijn. Verse duiven en lammetjes te koop! Hier kan je je
Romeinse geld wisselen voor tempelgeld. Hier moet je wezen. Hier moet je zijn."
Jezus stapt van zijn ezeltje af. Hij loopt het grote tempelplein op. Hij ziet er boos uit.
Hij loopt naar het eerste het beste kraampje en gooit het met een ruk ondersteboven. Het
geld rolt over de grond. Ook het volgende kraampje gaat eraan. Jezus gooit alles
ondersteboven. "Weg jullie", schreeuwt hij tegen de kooplui. "Het huis van
God moet een plek zijn om te bidden, niet om handel te drijven. Jullie hebben van het huis
van God een rovershol gemaakt. Eruit!!"
"O,o,", zucht Nelly, "als dat maar goed afloopt. Ik ga hier weg. Ik vind
het niet leuk meer. Ga je mee, Bert? Ik ga terug naar de Olijfberg. Daar is wel een stil
plekje te vinden in de olijfbomen." Terwijl steeds meer mensen komen kijken wat er
allemaal aan de hand is, vliegen wij terug naar de Olijfberg.
Suggesties bij het
bijbelverhaal
Op de volgende pagina's lees je een verhaal uit de
bijbel. Het verhaal is wel een beetje veranderd. Als je wilt weten hoe het er precies
staat, moet je het opzoeken in de echte bijbel.
Misschien hoor je een gedeelte ervan wel voorlezen in de kerk op Palmzondag.
Hier nog een paar suggesties die je samen met je leraar of begeleider kunt doen na het
verhaal.
* In het evangelie van Lucas komen geen palmtakken
voor. Alleen in het evangelie van Johannes wordt er met palmtakken gezwaaid. Toch wordt
deze zondag Palmzondag genoemd vanwege het zwaaien met de palmtakken.
Maak een palmpaasstok of knip een palmtak uit waar je mee mag zwaaien op palmzondag.
Schrijf maar op de palmtak waarom je zou willen dat Jezus koning wordt.
* Scheur uit tijdschriften gekleurde pagina's met
veel foto's of grote tekeningen. Scheur ze vervolgens zo dat de vorm van een jas ontstaat.
Plak al de jassen op een rol behang achter elkaar of plak voor jezelf drie of vier jassen
op een tekenvel. Als je met meer bent kan je die tekenvellen aan elkaar vastplakken. Zo
krijg je een kleurige loper, waarover het ezeltje liep.
* In de liedbundel "Alles wordt nieuw",
deel 1, staat een liedje dat over Palmpasen gaat (uitgeverij Callenbach, Nijkerk). In
"Alles wordt nieuw", deel 3, staat "De ballade van een ezel". Dat
liedje kan ook als gedichtje gelezen worden.
* Een koning op een ezel is niet zo bijzonder als
wij denken. Ook koning David en Salomo uit het Oude Testament doen hun intocht op een
ezel. Paarden hadden met oorlog te maken en ezels met vrede. Jezus is de Koning van de
Vrede.
Er zijn mensen in het verhaal die blij zijn en er zijn mensen minder blij. Weet jij welke
mensen dat zijn en waarom ze blij zijn of juist niet?
Wie zou jij willen zijn in het
verhaal:
- een leerling van Jezus
- iemand die juicht aan de kant van de weg
- een Romeinse soldaat
- een farizeeër
- de boer van het ezeltje
- het ezeltje
Bedenk eens wat je zou vertellen als je er bij
geweest was.
Hoorde je geluiden, was je blij of juist bang, wat zag je allemaal. Gebruik je fantasie
maar.
Schrijf maar eens op wat je meegemaakt hebt of vertel het aan elkaar.