We waren op weg naar huis, mijn vriend Kleopas en ik.
We liepen te praten over onze vriend Jezus, die aan het kruis was gestorven.
Wat vond jij van het verhaal van die vrouwen vanmorgen, Kleopas? Ze beweren
dat ze bij het graf van Jezus een engel hebben gezien, die hen vertelde dat
Jezus niet meer daar was. Ik weet het niet, zei mijn vriend.
Natuurlijk is het wel raar dat het lichaam van Jezus er niet meer was. Dat
hebben Petrus en zijn vrienden naderhand zelf gezien! Het is allemaal wel
vreemd, vind ik. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Hij is niet meer
in zijn graf, maar niemand weet waar hij wel is, en wat er is gebeurd.
Misschien hebben ze zijn lichaam wel weggehaald en ergens anders begraven.
Ik snap er in elk geval ook weinig van.
Terwijl we zo liepen te praten kwam er een man bij ons lopen. Hij vroeg ons
wat er allemaal aan de hand was. Kleopas, mijn vriend, zei tegen hem: U
wilt me toch niet vertellen, dat u de enige bent, die uit Jeruzalem komt en
niet weet wat daar gebeurd is de afgelopen dagen? Wat was dat dan?, vroeg
de man.
Nou, wat er gebeurd is met Jezus, Jezus van Nazareth. Hij was een profeet,
en dat kon je merken ook. Hij zei geweldige dingen, en hij voerde ze nog uit
ook! Een echte man van God. Maar onze hogepriesters en leiders hebben hem
dood laten maken door de Romeinen. We hadden nog wel zo gehoopt dat hij ons
zou bevrijden. Kleopas kreeg het moeilijk, en daarom vertelde ik verder:
Er zijn wel vrouwen bij zijn graf geweest, vanmorgen. Zij hebben te horen
gekregen dat Hij leeft en het graf was leeg. Enkele van zijn vrienden hebben
dat gecontroleerd, en het was waar. Maar Jezus hebben ze niet gezien! We
weten nu echt niet meer wat we moeten denken!
Nou, ik begrijp niet waar jullie nog zo aan twijfelen, zei de man
verbaasd. Het staat toch in onze boeken wat er zou gebeuren met de redder
die zou komen? Het was al laat geworden, ondertussen, en daarom hebben we
hem uitgenodigd om met ons mee te eten. Het was raar, een vreemde, die
zomaar de leiding nam, en het brood begon te breken en rond te delen. Toen
hij dat deed, werden we ineens wakker. Die man, dat was Jezus! Hij deed, wat
hij een paar dagen geleden nog gedaan had met zijn vrienden, en waaraan we
hem altijd zouden herkennen. Kleopas en ik keken elkaar aan, en daarna keken
we naar hem. Tenminste, dat probeerden we, maar toen we zijn kant uit keken
was hij ineens verdwenen.
Toch weten we zeker dat we met Jezus te maken hebben gehad. Niemand zou zo
het brood voor ons gebroken hebben. Daarom zijn we opgestaan en in het
donker teruggerend naar Jeruzalem. En eindelijk wilden zijn vrienden het ook
geloven. Jezus is opgestaan, hij is voor ons opnieuw gaan leven.
Ongelooflijk!