TERUG OP AARDE

‘Wat zou ik graag nog eens terug gaan naar de aarde’, zuchtte Maria, terwijl ze met haar ogen de kleine wereld zocht waar zij eenmaal thuis had gehoord. Ze herinnerde zich nog waar ze gewoond had met Jozef en de nacht dat haar kindje was geboren. Zouden de mensen begrepen hebben wat haar zoon bedoeld had met het Rijk van vrede en gerechtigheid? Wat zou ze dat graag willen zien.
Maria had het nog niet gedacht of ze was weer op aarde. Ze droeg een klein kind in haar armen. Zij voelde dezelfde liefde als toen zij hem voor het eerst tegen zich aandrukte.
Ze keek om zich heen en zag overal kerken. Ze begon te tellen, maar al gauw raakte ze de tel kwijt. ‘Zie je dat?’ fluisterde ze, ‘ze hebben je begrepen’. Het kindje rilde. ‘Je hebt het koud, maar dat zal niet lang meer duren, want hier zijn allemaal vrienden van je’. Ze drukte het kind wat dichter tegen zich aan.
Ze liep een brede straat in die feestelijk verlicht was. De straat was vol mensen. Overal zag ze hetzelfde woord: Kerstmis. ‘Wat betekent dat?’ vroeg ze aan iemand die naast haar stond. Maar die lachte haar uit. Zeker onnozel om er naar te vragen, dacht Maria. Ze liep door.naar een groep kinderen die ergens naar stonden te kijken. Nieuwsgierig kwam ze dichterbij. Ze kon een kreet van verbazing niet onderdrukken. Ze zag een jonge vrouw die zich over een kindje heen boog in een kribbe.Voor hen knielden drie herders en erboven zweefde een grote ster. ‘Dat zijn wij’, fluisterde Maria. ‘Zie je, hoe de mensen aan je denken? Noemen jullie dit nu kerstmis?’ vroeg ze aan een kind. Het kind keek haar verbaasd aan.’ Weet je dat dan niet? Heb je nooit van het kindje Jezus gehoord? Kijk, dit is Maria en dat is Jozef…’ Haar hart maakte een sprongetje. Kerstmis betekent dat mijn zoon op de wereld gekomen is. Hier kan ik veilig naar binnen gaan om mijn kindje te voeden. Maar ver kwam ze niet. Bij de deur werd ze tegen gehouden. ‘Geen bedelaars‘, kreeg ze te horen.. Maria begreep er niets van. ‘Zie je dan niet dat ik Maria ben? Herken je mijn kind dan niet?’ Onzacht werd ze op straat gezet. Haar ogen schoten vol tranen. De baby begon te huilen. Maria wiegde hem zacht heen en weer. ‘Mijn kind heeft warmte en droge kleren nodig en een dak boven zijn hoofd’, riep ze wanhopig. Maar niemand luisterde. De meesten zagen haar niet eens. Twee of drie stopten haastig een geldstuk in haar hand. Zou ik mij vergist hebben? Zou kerstmis iets anders betekenen? ‘Pardon’, vroeg ze beleefd,.ik kom van heel ver, maar betekent kerstfeest het geboortefeest van Jezus of…’ Ze kon niet eens uitspreken. ‘Natuurlijk’, zei de man, ‘maar bedelen op de openbare weg is verboden, weet je dat niet?’
Doodmoe ging Maria op een bankje zitten. Daar gaf ze het kind de borst. Ze kon haar ogen niet openhouden. Ze schrok wakker van klokgelui. Gelukkig kerstfeest, hoorde ze om zich heen roepen. Maria zag massa’s mensen de kerk binnengaan. Wat veel volgelingen van mijn zoon, dacht ze. Jammer dat ik die niet eerder heb ontmoet.
De mensen hadden veel haast om binnen te komen. Ze werd steeds opzij geduwd, maar eindelijk lukte het haar ook binnen te komen.. Hier was warmte en licht. ‘Kijk eens wat een kaarsen ze voor je aangestoken hebben?’zei ze zacht tegen haar kind. Ze keek rond. Waar kon ze gaan zitten? Nergens was plaats. Opeens zag ze voorin de kerk een kruis.Daar hing haar zoon. Dit hebben ze hem aangedaan, dacht zij. Maar dat is tweeduizend jaar geleden. De mensen die hier zitten hebben daar niet aan meegedaan. Zij zijn hier voor mijn kind. Hier hoor ik thuis. Blij liep ze het middenpad door en ging op de treden van het altaar staan. Op hetzelfde ogenblik begon het orgel te spelen en iedereen zong een lied voor het kind. Met stralende ogen liet ze het kind zien. ‘Kijk’, riep ze.‘Hier is hij. Net zo klein als toen. Hij is teruggekomen’. De ogen van het kind straalden als sterren, maar niemand leek het kind te herkennen. Terwijl de mensen nog zongen, werd Maria beetgepakt. ‘Wilt u ogenblikkelijk dit gebouw verlaten. U verstoort onze kerstdienst’. Een ogenblik later stond ze buiten. Nu wist ze het helemaal niet meer.
‘Vergeef ons’, hoorde ze achter zich. Maria zag twee oude mensen de kerk uitkomen. ‘We konden niet zo snel bij je komen. Ga met ons mee naar huis. Je krijgt alles wat je nodig hebt. Het is Kerstmis en zei Jezus niet: Wie zo’n kind ontvangt in mijn naam, ontvangt mij?‘
Maria begreep dat tweeduizend jaar maar heel kort waren. Gods liefde had meer tijd nodig om te landen in de harten van veel meer mensen. Pas dan zou zijn liefde het kunnen winnen van onverschilligheid en liefdeloosheid.