De Hongersnood

In het huis van een boerenfamilie was niets meer te eten. Toen de honger steeds erger werd, smeekte de vrouw haar man: "Ga alsjeblieft naar het dorp van mijn ouders. Daar is geen hongersnood."
Dat deed de man. Zwaar beladen met etenswaren kwam hij terug. Onderweg bedacht hij: "Als ik met dit voedsel thuis kom, eten mijn vrouw en kinderen daarvan en blijft er voor mij weinig over." Zo kwam hij op het idee om in de buurt van zijn hut een gat te graven en het eten daarin te verstoppen.
De volgende morgen werkte hij met zijn vrouw nog maar twee uurtjes op het land toen de man plotseling riep: "Hoor je...iemand roept me!" Hij liet zijn hak vallen en rende weg. Recht naar de plaats waar hij het voedsel verstopt had.
De volgende morgen op het land deed de man opnieuw alsof hij geroepen werd. En weer rende hij weg.
De dag daarna volgde de vrouw hem voorzichtig. Ze zag hoe hij een vuur aanlegde, zijn maaltje bereidde en het smakelijk opat. Toen hij weg was groef de vrouw snel het verborgen voedsel op en bracht het naar huis.
Tot zijn schrik vond de man daar de volgende dag een groot leeg gat! Kwaad vroeg hij zich af: "Wie heeft mijn eten gestolen?"
"Luister man", zei de vrouw toen hij terugkwam, "ik weet wat je gedaan hebt. Jij wilt mij en de kinderen laten verhongeren, terwijl jij zelf je buik rond eet met het voedsel dat je van mijn ouders gekregen hebt! Ik heb de etenswaren mee naar huis genomen zodat we er allemaal van kunnen eten."
De vrouw vertrok met haar kinderen naar het dorp van haar familie. Ook al smeekte de man haar nog zo om te blijven.

Dit is een verkorte versie van het verhaal uit het Katechetisch Schoolproject Mozambique.