Een feestelijke dag (naar Handelingen 2, 14-41)

kop2.gif (1866 bytes)Een feestelijke dag
'Ik vind dit toch altijd zo'n verrukkelijke tijd van het jaar,' zucht Nelly. Het is de tijd van de oogst en dan is er volop te eten. Met Pinksteren moet alles klaar zijn, want dan wordt er feest gevierd. De wagens met het graan erop zie je overal rijden. Je begrijpt dat er vooral 's avonds als de meeste mensen weg zijn, veel graantjes voor ons weg te pikken zijn. Er blijft altijd genoeg liggen, ook voor de arme mensen. 'Dat vind ik nou goed,' zegt Nelly.'Dat er genoeg overblijft voor mensen en dieren die het hard nodig hebben.' We vliegen in de buurt van de grote stad. Van boven af lijkt zo'n stad wel een mierennest. Alles krioelt door elkaar. Hier en daar zijn wat rustiger plekjes, zoals het park waar veel olijfbomen groeien. Als we in de grote stad zijn, rusten we daar vaak uit. Ik vind dit een prachtige stad en dit park is een heerlijke plek om te overnachten. Het is alleen jammer, dat er vreemde soldaten de baas zijn. Niet dat wij daar last van hebben, hoor. Ons laten ze met rust. Maar de gewone mensen worden nogal eens lastig gevallen. Ik word altijd een beetje zenuwachtig van dat gemarcheer door de straten. Vooral zo vlak voor een feest. Dan zijn ze zeker bang voor opstandjes en rellen. Een poosje geleden hadden ze er weer een paar te pakken. Die Romeinen zijn geen lekkere jongens. Als ze maar even denken dat je tégen ze bent, spijkeren ze je aan een kruis en dan laten ze je net zo lang hangen tot je dood bent.

Het is nog heel vroeg in de ochtend, maar ik kan niet meer slapen, 'Hee, Nelly, slaap je nog?' Nelly kijkt me lodderig aan. 'Wat is er?' vraagt ze loom. 'Hoelang is het geleden dat we hier waren?' vraag ik. 'Waarom moet je dat nú weten?' vraagt Nelly chagerijnig. 'Ik slaap nog half.' Na een poosje zegt ze: 'Ik denk ongeveer vijftig dagen. Het was toen paasfeest.' Opeens is Nelly klaar wakker. 'Ik weet waar je aan denkt. Toen hebben de soldaten hier in dit park, die man opgepakt. Zijn vrienden gingen er allemaal vandoor, de helden!' Nelly is verontwaardigd. 'Nou,' zeg ik sussend.' Hij deed ook niet veel moeite om weg te komen. Volgens mij vond hij het wel best.' 'Kom,' zegt Nelly.'Ik heb zin om een eindje te vliegen. Het is nu nog lekker rustig in de stad. Jammer dat de olijven nog niet rijp zijn. Vlieg je mee naar de Jordaan? Dan kunnen we daar wat drinken en ons wassen.' Nelly is al in de lucht. Ze cirkelt rondjes, steeds wijder en wijder. 'Heerlijk. Heerlijk. Lekker lui drijven op de luchtstromen,' kwettert ze. Opeens blijft ze kleine rondjes cirkelen op dezelfde plaats. Nelly gaat steeds lager vliegen. Ik vlieg naar haar toe. 'Wat is er? Wat zie je?'vraag ik ongeduldig. 'Zie je dat?' wijst Nelly. 'Het is nog heel vroeg, maar moet je kijken wat een hoop mensen daar voor dat huis staan. Die ene komt me bekend voor.' Nieuwsgierig strijken we neer op het dak van het huis. Het lijkt wel of de hele wereld hier samengestroomd is. Je ziet mensen van overal vandaan. Ze zijn zeker allemaal naar Jeruzalem gekomen voor het Pinksterfeest. Sommigen moeten een lange reis gemaakt hebben. Wat doen ze toch bij dat huis? Zou er iets ergs gebeurd zijn? Die man lijkt wel dronken. Hij staat zo met zijn armen te zwaaien. Wat staat hij nou allemaal te beweren? Nu kan ik horen wat hij zegt. 'Denken jullie dat wij dronken zijn? Nee hoor. Wij zijn gewoon ontzettend blij. Jullie herinneren je Jezus toch nog wel? Jezus deed machtige daden, wonderen en tekenen in naam van onze God. Alles wat in onze heilige boeken geschreven staat, heeft hij waar gemaakt.Hij is gestorven als een misdadiger aan het kruis, omdat ze dachten dat hij koning wilde worden. Maar de dood heeft Hem niet vast kunnen houden. Jezus leeft. Jullie hebben toch ook dat geluid gehoord daarnet ? Alsof het stormde ? God heeft leven in ons geblazen. We waren bang na wat er met Jezus gebeurd was. We hadden ons opgesloten in dit huis. Maar nu weten we het. We gaan door met wat Jezus ons geleerd heeft. Wij willen verder leven in zijn Geest. We willen ons, net als hij, bekommeren om mensen die dat nodig hebben.'

Nelly en ik zitten met open snavel te luisteren. 'Weet je over wie hij het heeft?' vraag ik zachtjes. 'Over die man die we gevangen hebben zien nemen in het park. Die man die daar staat te praten, was er ook bij. Hij is er nog stiekem achteraan gegaan.' 'Stil nou, dat weet ik ook wel. Houd je klep dicht. Ik kan zo niets horen.' 'Wat kan jou dat nou schelen,' zeg ik geërgerd. Nelly is ook altijd meteen uit haar humeur. Ze vliegt op. Ik erachter aan. 'Ik begrijp er niet veel van. Jij?' vraag ik. "Natuurlijk begrijp ik het,' zegt Nelly uit de hoogte. 'Ze laten zich niet bang maken, dat is duidelijk. Ze gaan gewoon door. Bert, moet je kijken. Er komen er steeds meer. Wat is iedereen enthousiast, zeg. Als dat maar goed afloopt.' 'Hoezo?' vraag ik verbaasd. 'Wat ben jij dom,' zegt Nelly kattig. ' Het stikt hier van de soldaten en straks denken ze dat het een opstootje is. Misschien worden ze wel opgepakt. Maar daar ga ik niet op wachten hoor.' Ondertussen zijn we zo hoog in de lucht, dat de mensen voor het huis stipjes zijn. Die mensen lijken van zo ver weg net graankorrels op een hoop. Ik schud mijn kop. Waar haal ik zulke gedachten toch vandaan. Ik zal het maar niet tegen Nelly zeggen, want die vindt mij dom. We komen bij de Jordaan. De rest van de dag spelen wij in het water en 's avonds zoeken we ons plekje weer op in de Hof van Olijven. Ik heb een voldaan gevoel. Het was een feestelijke dag.