Diefje met verlos (naar Genesis 44 en 45)

Ik zag een ster, jij ook?

Het ziet er troosteloos uit. Het gras is verdord. Er is steeds minder water. "Kom, Nelly, laten we naar Egypte gaan." "Goed idee, Bert", zegt Nelly. "In de Nijl zal nog wel genoeg vis zitten. Hier is het honger lijden." Onderweg naar Egypte zien we, dat meer mensen hetzelfde idee hebben als wij. Er komen mensen terug met zakken graan voor de thuisblijvers. Anderen gaan nog koren kopen in Egypte. Kennelijk is daar genoeg te krijgen. We komen in de buurt van de stad, want het wordt steeds drukker. Aan de kant van de weg rusten we uit. Het is Nelly’s beurt om voor vis te zorgen. Ze komt terug met kanjers van vissen. "Waar heb je die vandaan? Wat ben je snel terug!", vraag ik verbaasd. Nelly kijkt om zich heen. Ze komt vlak bij me zitten en fluistert: "Gepikt! Uit de vijver bij het koninklijk paleis. Makkelijk zat." De vis is heerlijk.

Zilveren koningsbeker
In de verte komt een lange rij mensen aan. Hun ezels zijn zwaar beladen. Daarachter zien we grote stofwolken, die snel dichterbij komen. Het zijn soldaten op paarden en wagens. Ze omsingelen de groep mannen. "Stop , in naam van de koning. We hebben bevel de bagage te doorzoeken. Eén van jullie is een dief." Naast me voel ik Nelly verstijven van angst. We kijken elkaar aan. "Wegwezen", fluister ik. "Sukkel, dat heb je er nu van" , roep ik naar Nelly, die er als een speer vandoor gaat. Vanuit de lucht zie ik dat alle zakken van de ezels afgehaald worden. De mannen staan te gebaren. "Wat denken jullie wel", roept er één. "Dat wij iets meenemen van de koning! Jullie mogen overal kijken. We hebben toch niets gestolen. Het was net zo fijn.bij de koning. Dacht je nu echt dat we zo stom zijn om de zilveren drinkbeker van de koning te stelen? Als jullie die beker bij één van ons vinden, mogen jullie hem doden en wij zullen allemaal slaaf worden. We hebben hem toch niet!" Ik zie iets schitteren in de zon. Ze hebben de beker toch gevonden. In één van de laatste zakken. De soldaten duwen de jongste van het stel op hun wagen en rijden terug naar het paleis. De anderen laden hun zakken gauw weer op de ezels en gaan erachter aan.

Opkomen voor Benjamin
Als ze weg zijn , komt Nelly weer opdagen. "Éven dacht ik, dat ze mij moesten hebben voor die vis", zegt ze opgelucht. "Heb jij gezien, wat er gebeurd is?" Ik knik. "Ze hebben iemand meegenomen, die de zilveren drinkbeker van de koning heeft gestolen. De koning heeft die beker nodig, zeggen ze, om in de toekomst te kunnen kijken. Het is een soort levensbeker." "Stom zeg, wie doet er nu zoiets", zegt Nelly. "Dat moet jij nodig zeggen", plaag ik. We vliegen verder naar de stad. "Zie je daar die vijver?",zegt Nelly. "Daar zit lekkere vis in." "Die ezeltjes herken ik. Ze zijn zeker binnen", zeg ik opgewonden. Ik vlieg een rondje rond het paleis. Door een open deur kan ik in een zaal kijken. Daar zijn alle mannen bij elkaar. Ze staan voor de koning. De jongste staat huilend tussen de soldaten in. Eén van de anderen maakt een buiging voor de koning. "Met uw verlof, mijn heer, mag ik een enkel woord tot uw spreken? Ik hoop niet dat U boos wordt, maar toen we de eerste keer bij U waren, heeft U aan ons gevraagd of we nog een vader of een broer hadden. We hebben verteld dat we een vader en een jonger broertje hadden. We hebben nog een broer gehad, maar die is dood. U wilde dat we terugkwamen met dat jongste broertje. Het heeft heel veel moeite gekost om Benjamin mee te krijgen, want onze vader is als de dood dat hem iets overkomt. Wanneer wij nu zonder Benjamin terugkomen, zal vader zeker sterven van verdriet. Daarom wil ik zijn plaats innemen. Ik zal slaaf worden in plaats van Benjamin. Zonder Benjamin kunnen we niet thuiskomen."

Hij is niet dood. Hij leeft!
De koning staat op. Hij stuurt zijn soldaten de deur uit. Hij huilt. Nelly en ik kijken elkaar stomverbaasd aan. Wat gebeurt hier eigenlijk? De koning zegt: "Zien jullie dan niet dat ik Jozef ben? De broer waarvan jullie dachten dat hij dood was, ben ik. Leeft vader nog?" De mannen zijn doodsbang. Ze kunnen geen woord uitbrengen. De koning zegt: "Kom wat dichterbij. Ik ben jullie broer Jozef, die jullie als slaaf naar Egypte verkocht hebben. Wees maar niet bang, want nu heb ik er voor kunnen zorgen dat er voedsel in overvloed is. Om jullie in leven te houden heeft God mij hierheen gestuurd. Ga gauw naar huis en vertel vader dat ik niet dood ben. Jullie moeten hier komen wonen, want er zal nog lang hongersnood zijn." Dan valt de koning Benjamin om de hals. Ze huilen nu allebei. Daarna kust hij zijn andere broers hartelijk. Ze hebben allemaal tranen in de ogen. Nelly en ik ook.
"Was die Benjamin nou een dief of niet", vraagt Nelly als we verder trekken. "Ik denk het niet", zeg ik . "Ik denk dat koning Jozef zijn broers op de proef wilde stellen. Waarschijnlijk heeft hij die beker zelf in de zak van Benjamin gedaan. Zijn broers hadden hem verkocht en nu wilde hij zien of ze veranderd waren." "Het lijkt wel een sprookje",zucht Nelly. "Het is bijna te mooi om waar te zijn."

 


 

Suggesties bij het bijbelverhaal

De broers van Jozef hadden niet dezelfde moeder als Jozef. Jozef en Benjamin waren de zonen van de lievelingsvrouw van vader Jacob: Rachel. Zij stierf bij de bevalling van Benjamin. Natuurlijk waren de zonen Jozef en later Benjamin lievelingszonen van Jacob. Dat liet hij merken ook. De halfbroers van Jozef hadden daarom zo’n hekel aan Jozef, dat ze hem verkochten als slaaf aan kooplieden die op weg waren naar het buurland Egypte. De broers vertellen vader dat Jozef waarschijnlijk een ongeluk heeft gehad, want ze hebben zijn jas "gevonden". Na allerlei moeilijkheden wordt Jozef tenslotte onderkoning in Egypte en hij zorgt met vooruitziende blik voor voldoende koren tijdens de hongersnood. Wanneer zijn broers nietsvermoedend koren in Egypte komen kopen, herkent Jozef zijn broers. Zij herkennen hem echter niet. Jozef wil zijn broers op de proef stellen om te zien of ze anders zijn geworden. Wanneer zij het opnemen voor hun halfbroer Benjamin, weet Jozef dat ze veranderd zijn en dat ze het verschrikkelijk vinden wat ze gedaan hebben.

Vraag:
Weet je wat een slaaf is?
Weet je of er nog wel eens mensen verkocht worden?
Begrijp je dat Jozef zijn broers op de proef wilde stellen?
Hoe wist Jozef dat zijn broers veranderd waren?
Hoe denk je dat vader Jacob het vindt als hij hoort dat Jozef nog leeft?
"Jozef zoekt zijn grote broers" vertelt de hele geschiedenis van Jozef en zijn broers in liedvorm. Je kunt het vinden in "Alles wordt nieuw", deel 1, nr. 6 (uitgeverij Callenbach)

Spel binnen:
Als je met een paar bent, kan je iets (in dit geval zou dat een beker kunnen zijn) verstoppen in de kamer of in het klaslokaal. Waar komt de beker tevoorschijn?

Of buiten:
"Grijp de dief". Maak twee groepjes, die tegenover elkaar gaan staan achter een streep. De kinderen van groep A hebben op ongeveer 1/3 van de afstand ieder een voorwerpje liggen. Wat maakt niet uit. Op een teken moeten de kinderen van groep A de spullen pakken, maar tegelijkertijd mag groep B proberen de "dieven" te tikken.