In de schaduw van de terebint (naar Genesis 18, 1-15)

Ik zag een ster, jij ook?

De pelikanen Bert en Nelly vertellen over hun belevenissen in het bijbelse land.

Bijzondere bomen
"Kijk eens, Nelly! Daar zijn mooie grote bomen. Ik ben wel toe aan een lekkere boom om uit te rusten." "Zeg dat wel", hijgt Nelly naast me. "Ik ben blij weer eens wat bomen te zien na al die woestijnen. Waar bomen zijn is water en ik wil een koel bad." We strijken neer in een bosje van eikenbomen in de buurt van Hebron. De blaadjes ritselen zacht in de koele wind. Heerlijk. Nelly wil net een bad gaan nemen, als een grote groep duiven naast ons in de takken neerstrijkt. Ze kijken ons vijandig aan. "Wat doen jullie hier? Dit zijn onze bomen", zeggen ze niet bepaald gastvrij. "Wij hebben een lange reis achter de rug en dit waren de eerste bomen op onze tocht. Mogen we niet wat uitrusten in de schaduw? Er is plaats genoeg", vraag ik beleefd. "Misschien wel", zegt één van de duiven, "maar dit zijn bijzondere bomen. Daar zijn we zuinig op." "We zullen niets kapot maken, hoor", zegt Nelly. "Ik ga al weg, want ik wil even naar het water." Voor de zekerheid blijf ik zitten waar ik zit, want je weet: weggegaan, plaatsje vergaan. Ik ben blij dat Nelly weer snel terug is met een snavel vol water. De duiven kijken vol bewondering toe. Zulke snavels hebben ze nog niet vaak van dichtbij gezien.

Wonen onder de eiken
"Vertel eens wat zo bijzonder is aan deze bomen?", vraag ik beleefd. "Ik kan er niets bijzonders aan ontdekken, behalve dat deze eiken erg oud zijn." "Deze eiken zijn de terebinten van Mamre", zegt een oude grijze duif deftig. "Terebinten van Mamre? Wat is dat nu weer", vraagt Nelly. De oude duif kijkt ons peinzend aan. "Hebben jullie wel eens van stamvader Abraham gehoord? Die heeft hier gewoond. Onder deze eiken heeft zijn tent gestaan. Wel vier- of vijfduizend jaar geleden." Nelly begint te lachen. "Zijn die bomen zo oud? Dat kan
nooit." Ik geef Nelly een por. Straks worden we weggejaagd en daar heb ik helemaal geen zin in. Haastig zeg ik: "Nelly, deze bomen zijn waarschijnlijk de kinderen, van de kinderen, van de kinderen.... begrijp je?" Nelly begrijpt in ieder geval dat ze haar snavel moet houden. Beleefd zeg ik: "Ik heb niet de eer om die stamvader Abraham te kennen. Kunt U wat meer over hem vertellen?"

Stamvader Abraham
"Abraham was al oud toen hij hier zijn tenten opsloeg. Hij had lange reizen gemaakt. Helemaal uit het noorden kwam hij. Uit Tweestromenland. Hij was ook al in Egypte geweest, maar ten slotte bouwde hij hier zijn nestje." Nelly port mij aan. "Daar zijn wij ook geweest, hè Bert? Daar is het veel groener en er is ook meer water dan hier." "Nelly", zeg ik geërgerd. "Wil je de duiven laten uitpraten? Vertelt U verder, meneer....?" "Ismaël is de naam", zegt de oude grijze duif. "Ik ben genoemd naar één van de zonen van Abraham. Zijn eerstgeborene. Het kind van zijn dienstmeisje Hagar. U moet weten, dat Abraham dolgraag kinderen wilde hebben. Als hij dood zou gaan, wilde hij dat zijn bezit overgenomen zou worden door zijn kinderen. Niet alleen zijn spulletjes en zijn dieren, maar ook de verhalen en al de dingen die hij zijn leven lang geleerd had. Zijn vrouw Sara van wie hij veel hield, was al oud en had geen kind. Daarom was Abraham ook met Hagar getrouwd. Zij gaf Abraham Ismaël.

Een nieuwe loot
Op een dag zat Abraham hier onder deze bomen voor zijn tent, toen hij bezoek kreeg. Abraham nodigde de drie mannen uit om bij hem te komen. "Ik zal water laten halen. Was uw voeten en rust hier onder de boom." Abraham liet Sara gauw brood bakken. Hij liet vlees braden en haalde melk. Terwijl ze aten, bleef Abraham staan onder de boom. "Waar is Sara, uw vrouw?", vroeg één van de mannen. "Daar, in de tent", zei Abraham. "Over een jaar kom ik terug en dan zal Sara een zoon hebben", zei de man. Sara die stond te luisteren, schoot in de lach: "Hoe kan dat nou? Ik ben toch al veel te oud!"
Maar een jaar later was Isaäk geboren. Die naam betekent: "Het is om te lachen." "Een nieuw takje aan de dorre boom", zegt Nelly zacht. "Het waren boodschappers van God", zegt meneer Ismal. "God is hier geweest, begrijp je? Daarom zijn deze bomen heilig voor ons. Jullie mogen vannacht wel hier blijven. Als je morgen weggaat, moet je even over het graf van Sara en Abraham vliegen. Het is hier vlakbij. Ik wijs het je wel." We stoppen onze snavel onder de veren en al gauw vallen we in slaap.