Ik zie, ik zie wat
jij niet ziet (naar Genesis 13, 18 en 19)
"Ik
geloof dat er hier ergens een neef van mij woont", zegt Nelly. "Weet je het
zeker", vraag ik verbaasd. "Ik kan me een leukere plek voorstellen. Het ziet er
hier nogal onherbergzaam uit." We vliegen langs de rand van de woestijn. Overal zijn
kale bergen met hier een daar een plukje groen. In de verte zien we een groot meer.
"Ik weet zeker dat het hier ergens is", zegt Nelly. "Ik ben er voor het
laatst met mijn vader en moeder geweest. Die neef van mij is een nogal vreemde vogel.
Rots
Hij had op het laatst bijna met iedereen ruzie. Daarom is hij hier gaan wonen. Zullen we
daar even uitrusten?" Nelly wijst naar grillige rotsen in de buurt van het meer.
De rotsen zien er vreemd uit. Die rots daar lijkt wel een vrouw die achterom kijkt.
"Ik zie, ik zie wat jij niet ziet", zeg ik. "Zie jij die rots daar? Waar
doet die jou aan denken?" Nelly gaat op haar tenen staan. Ze kijkt naar de rots. Ze
zet grote ogen op. Ze klappert opgewonden met haar vleugels. "Daar woont Pieter in de
buurt. Nu herinner ik het me weer", roept ze. "Hij woont bij de vrouw van
Lot." Nelly vliegt op. Ik probeer Nelly in te halen. We vliegen achter de rotsen om
en ja hoor... daar is neef Pieter.
Pieter
"Dat is lang geleden", zegt neef Pieter. "Zo, zo. Kleine meisjes worden
groot. Je vliegt dus samen met Bert tegenwoordig. Hier neem wat vis. Ik heb genoeg."
Ik kijk om me heen. "Waar zijn Lot en zijn vrouw", vraag ik. Pieter en Nelly
schieten in de lach. Ze slaan met hun vleugels van het lachen. Nelly valt bijna om.
"Lot en zijn vrouw zijn al eeuwen dood", giert Nelly. "Jij zei dat Pieter
bij de vrouw van Lot woont", zeg ik kwaad. Nu komen ze helemaal niet meer bij van het
lachen. "Ik zal het je vertellen", zegt neef Pieter nog nahikkend van de lach.
Lot
"Wij noemen die rots daar 'De vrouw van Lot'. Lot was eeuwen geleden met zijn oom
Abraham en zijn familie meegegaan. Abraham kwam uit het noorden en hij trok met zijn
schapen steeds verder naar het zuiden. Abraham had van God gehoord dat hij weg moest
trekken uit zijn geboorteland en dat God hem nieuw land zou geven. Ze kwamen in dit land
terecht en bleven daar wonen. Maar steeds raakten de schaapskuddes van Lot en Abraham in
de war en dan kregen de herders ruzie over de schapen. Ze woonden te dicht bij elkaar op
een te klein stukje land. Toen zei Abraham: "Laten we geen ruzie met elkaar maken en
onze herders evenmin. We zijn toch familie van elkaar. Jij mag kiezen waar je wilt gaan
wonen. Dan neem ik het land dat overblijft."
Zand
Lot had het al gauw gezien. Langs de rivier de Jordaan wilde hij wel wonen. Daar was veel
water en gras voor de schapen. Daar waren steden waar hij zijn melk en wol kon verkopen.
Abraham kreeg de rest van het land en God zei tegen Abraham: " Al dit land geef ik
aan jou en je kinderen en hun kinderen voor altijd. Jouw familie zal zo groot worden als
het zand op de aarde. Alleen wie dat zand kan tellen, zal weten hoeveel nakomelingen er
zijn."
Tien is genoeg
Op een dag kreeg Abraham bezoek van drie mannen. Ze vertelden Abraham dat het niet goed
ging met Sodom, de stad waar Lot woonde. Die stad was een verschrikking. "Wij gaan
naar de stad toe. Wij willen weten of het werkelijk zo erg is als wordt gezegd. Als het zo
is, zal de stad verwoest worden." Abraham schrok. Hij dacht meteen aan Lot. "Als
er nog vijftig mensen in de stad zijn die goed doen, zal de stad toch gespaard blijven? Of
vijfenveertig of veertig of dertig of twintig of tien?" Abraham durfde niet verder te
vragen. "Als er tien zijn, zal de stad gespaard worden", beloofde de man.
Schrik
Oei, wat is dit spannend. Nelly zit ook met haar snavel open. "En", vraag ik.
"Waren er tien?" Pieter schudt zijn kop. "Wat gebeurde er met Lot?",
vraagt Nelly. Ik sta van spanning te wiebelen op mijn poten. "Lot kon op tijd
wegkomen. Lot was gewaarschuwd. Maar toen ze wegvluchtten, heeft de vrouw van Lot
omgekeken. Ze verstijfde van schrik en werd een zoutpilaar..." Pieter wijst naar de
rots. "Die daar..."
Suggesties bij het
bijbelverhaal
* De vrouw van Lot is een bezienswaardigheid in de
Negevwoestijn vlakbij de Dode Zee. De rivier de Jordaan mondt uit in de Dode Zee. Alle
stoffen die in het rivierwater zitten, komen in dat grote meer terecht. De Dode Zee is
daardoor zo verschrikkelijk zout, dat je op het water blijft drijven. Maar o wee, als het
water in je ogen komt. Dan moet je je ogen direct goed afspoelen met water uit de douches
die langs het meer staan. Mensen met psoriasis, een huidziekte, kunnen door dat water
genezen.
Door het enorme zoutgehalte in de Dode Zee hebben zich grillige rotsformaties gevormd. Met
wat fantasie kan je in een van die rotsen de vrouw van Lot herkennen.
Het land om de Dode Zee is vulkanisch. Het is niet ondenkbaar dat het verhaal van de stad
Sodom in het boek Genesis te maken heeft gehad met zo'n uitbarsting.
* Abraham en Lot gingen op reis. Speel het spel
"Ik ga op reis en neem mee." Ieder noemt een voorwerp. De volgende noemt het
voorwerp van de vorige(n) erbij. Hoe lang kan je dat volhouden?
* Beeld de vrouw van Lot uit. Ze werd een
zoutpilaar, omdat ze omkeek. Blijf als een beeld staan.
* Liedjes over Abraham. In "Alles wordt
nieuw", deel II (uitg. Callenbach, Nijkerk) staat een lied over Abraham (nr 3). Je
kunt het ook als een gedicht voorlezen. Ook vind je daar het lied "Zomaar te
gaan" (nr 6). Dat lied is goed uit te spelen.
In "Zing het woord" (uitg. NZV, Hilversum) vind je het lied "Wat Abraham
heeft geloofd..."
* Spel voor met z'n tweeën. Abraham en Lot
verdeelden het land. Neem papier met grote hokjes en zet steeds om beurten een streepje.
Wanneer het hokje door jou is volgemaakt, mag je de voorletter van je naam erin zetten.
Wie heeft de meeste hokjes? Wie heeft het meeste land?