Op kraamvisite (naar Exodus 2, 1 - 10)

Ik zag een ster, jij ook?

Nicht Isis kijkt blij op wanneer Nelly en ik op kraamvisite komen. Ze woont vlakbij het koninklijk paleis aan de rivier de Nijl in Egypte. Zij is dan ook een deftige nicht. De jonge pelikaantjes Ramses en Amenhotep scharrelen al aardig rond tussen het riet dat aan de oever van de rivier groeit. Nicht Isis kijkt trots naar haar jongen. " Ik ben blij dat ze al wat groter zijn. Nu kan er niets meer met ze gebeuren. Hun zusje was nog geen dag oud toen ze door een krokodil werd opgegeten." Isis zucht. "Het leven van een pelikaan is hard." Nelly legt een vleugel beschermend om Isis heen.
" Ik geloof dat het leven van de mensen die hier werken ook hard is", zeg ik. "Ach", zegt nicht Isis, "dat zijn maar slaven. Die gastarbeiders komen uit Israël. Ze moeten wat doen voor de kost. Zal ik je wat vertellen? De farao is bang van ze. Er komen er steeds meer. Ze krijgen het ene jong na het andere. De farao gelooft dat als het zo door gaat er meer van hun soort zal komen dan van Egyptische mensen." Opeens begint Isis wild met haar vleugels te klapperen. "Ramses!", roept ze. "Niet te ver in het water."

Een drijvend mandje
Neef Youssef komt thuis met een snavel vol vis. "Jullie blijven toch eten?", vraagt hij gastvrij. Dat laten we ons geen twee keer vragen. Die nacht blijven we slapen met onze poten in het water en het ruisende riet wiegt ons al snel in slaap. De volgende morgen schrikken we wakker door geplons. Vlakbij ons is een mooie dame aan het baden.Verschrikt vliegen we op. Nicht Isis komt naast ons vliegen. "Ook goedemorgen", zegt ze. "Youssef is met de jongens aan het vissen. Jullie komen toch zeker wel bij ons ontbijten?", vraagt ze. "Ik had jullie moeten waarschuwen dat de prinses elke morgen komt baden. Ik hoop niet dat jullie erg geschrokken zijn." Nelly schudt haar kop.
"Moet je kijken, daar drijft een mandje in het water", roept Nelly. "Wat zou dat zijn?" "Ach", zegt nicht Isis. "Het is toch treurig. Dat ziet eruit als een doodskistje van die slaven." "Een doodskistje?", vraag ik geschokt. "Het drijft regelrecht naar de prinses toe." Wat zou er nu gaan gebeuren? "De prinses heeft het gezien!", roept Nelly. "Ze stuurt één van haar dienaressen erop af. Ze haalt de deksel eraf", roept Isis. "Het kindje leeft nog. Kijk maar. De prinses heeft het kindje eruit gehaald. Het huilt!" De prinses kijkt alle kanten op. Ze probeert het kind te troosten. Het lukt haar niet.
Opeens komt tussen het riet een meisje te voorschijn. Ze gaat naar de prinses toe. We gaan lager vliegen. "Mevrouw, het kindje heeft honger", horen we haar zeggen. "Zal ik iemand halen die het kan voeden? Ik weet wel iemand." "Ja, doe dat maar", zegt de prinses.We hebben net weer onze poten aan de grond, als het meisje terugkomt met haar moeder. "Neemt U het kind maar mee naar huis en voedt het daar voor mij. Ik zal U belonen", draagt de prinses haar op. Wanneer de vrouw het kind overneemt, is het direct stil. "Dat is vast de echte moeder", zegt Isis zacht.

Van slaaf tot prins
Als de jonge pelikaantjes met hun vader terugkomen is Ramses in tranen. Moeder Isis slaat haar vleugels om haar zoon. "Wat is er?", vraagt ze. "Ík heb niets gevangen", snikt Ramses. "Amenhotep is veels te vlug. Hij pikt alle vis voor mij weg." "Geeft niets", zegt moeder Isis. "Amenhotep moet de vis toch delen met ons allemaal. Volgende keer beter. Jij zal het heus wel leren." Ramses kruipt dicht tegen zijn moeder aan. Wanneer na het eten de jongen in het water aan het spelen zijn, vertellen wij het verhaal van het levende kindje in het doodsmandje dat op het water dreef en gevonden werd door de prinses. Neef Youssef krabt met zijn snavel tussen zijn veren. "Die komt er goed vanaf", bromt hij. "Die farao laat alle slavenjongetjes in de rivier gooien. Eerst wilde hij dat alle jongetjes doodgeboren zouden worden. Daar moesten de vrouwen, die kwamen helpen bij de geboorte van een slavenkind, voor zorgen. Maar die vertikten het. "Wij zijn er om kinderen het leven te geven", zeiden ze.
Maar toen de farao erachter kwam, schakelde hij zijn leger in." We zijn er stil van. Allemaal denken we aan het slavenjongetje dat door de prinses gevonden werd. "Nu wordt het slavenkind een koningszoon", verzucht Nelly. "Je weet nooit waar dat goed voor zal zijn", zegt Youssef. "Als ik de prinses was, zou ik hem Mozes noemen. Die naam betekent: úit het water gehaald." Opeens vliegt Isis op. "Ik moet mijn jongens nodig uit het water gaan halen", zegt ze. "Ze zijn al veel te lang weg. Ze moeten gaan slapen." Als ze terug komen heeft Ramses een visje gevangen. Wij klapperen met onze vleugels om te laten merken hoe knap we hem vinden.

 


 

Suggesties bij het bijbelverhaal

* In Genesis, het eerste boek van het Oude Testament, lezen we hoe het komt dat de bewoners van Israël in Egypte terecht gekomen zijn. Tijdens een grote hongersnood in hun land krijgen de broers van Jozef land voor hun families in Egypte van hun broer Jozef, die onderkoning is in Egypte. (Genesis 37 t/m 50).
Wanneer de broers en Jozef uiteindelijk sterven, blijven de families in Egypte wonen (Exodus 1) . Er komen andere farao’s en andere tijden. De families uit Israël worden slaven. Ondanks het feit dat ze het zwaar te verduren hebben, blijven ze groeien in aantal. De farao is als de dood dat de verhoudingen in zijn rijk scheef komen te liggen. Een te groot aantal buitenlanders is in zijn opvatting een gevaar voor de rust en orde in zijn rijk. Hij is bang voor een staatsgreep. Daarom besluit hij de jongens, die als ze groot zijn naar de wapens kunnen grijpen, van het leven te beroven.
Hij schakelt de vroedvrouwen in die de jongens bij de geboorte moeten doden. Zij weigeren. De farao laat vervolgens de jongens in de rivier gooien. Zo wordt de rivier, die leven mogelijk maakt in Egypte, een doodsrivier. En uit de doodsrivier wordt Mozes gered. Hij zal de redder van het volk Israël zijn en na veel moeite en strijd zal hij het volk bevrijden uit de slavernij.
Die bevrijding wordt nog elk jaar gevierd met Pasen.

* In "Alles wordt nieuw", deel 2, staat het lied "Mozes moeder zingt". Dit lied kan uitgespeeld worden (uitgeverij Callenbach / Nijkerk).

* Bekijk de tekenfilm The prince of Egypt (De prins van Egypte). Deze tekenfilm, die in de bioscopen heeft gedraaid, is op video verkrijgbaar. De film volgt het leven van Mozes vanaf zijn geboorte tot de bevrijding uit Egypte.

* Maak een "watercollage". Scheur uit tijdschriften gekleurde foto’s. Scheur daar allerlei tinten blauw uit en plak die ‘golfjes’ op een vel papier. In het water kan je een mandje laten drijven en langs het water kunnen rietstengels geplakt worden (ook gescheurd).

* Hoe denk je zelf over mensen uit andere landen in je eigen omgeving. Heb je ze wel eens ontmoet? Bedenk een aantal dingen die je leuk vindt in dit verband. Wat vind je van de ‘oplossing’ van de farao?