Broer Roger

Broer RogerHet is een lange eenzame tocht van Genčve naar Cluny. Wel 155 kilometer, heuvel op heuvel af. Het is zomer 1940 en het is oorlog. Het gebied waar hij nu doorheen fietst is niet door de Duitsers bezet, maar er is wel gevochten. Bij een verwoest, bijna verlaten, dorpje stopt hij om iets te eten te kopen, maar er is geen winkel te bekennen. Hij wil al weer weggaan, als een oude mevrouw vraagt wat hij zoekt. "Kom maar wat bij mij eten", zegt ze vriendelijk. Aan tafel praten ze over de oorlog. "Kun je hier niet blijven?", vraagt de vrouw. "We zijn zo eenzaam en bang."

Kinderen
"Bang?", vraagt Roger verbaasd. "Waarvoor dan? Er wordt toch niet meer gevochten?" "Nee", zegt de vrouw. "Het zijn de kinderen. Niemand kan ze aan en we kunnen ze niet eens verstaan. Help ons. Jij bent nog jong en sterk." Roger begrijpt er niets van. Wie is er nu bang voor een paar kinderen. Hij besluit te blijven. Hij was toch al op zoek naar een huis en hier zijn lege huizen genoeg.

Rooftocht
Al gauw is hij in het dorp ingeburgerd. Van de kinderen merkt hij niets, maar alle mensen in het dorp vertellen hetzelfde verhaal. 's Nachts komen ze te voorschijn en dan gaan ze op rooftocht uit. Ze stelen alles wat los en vast zit en ze zijn nog gevaarlijk ook. Roger gaat op onderzoek uit. Avond aan avond sluipt hij door het dorp. Hij verstopt zich achter muurtjes en schuurtjes. Eindelijk ziet hij twee jongens voorbij komen. Ze spreken Duits. Hij hoort hoe ze van plan zijn kuikens te gaan stelen.

Hut
Op enige afstand volgt hij ze, maar ze zijn hem te snel af. Na een paar avonden lukt het hem de hut te vinden waarin ze zich verstopt hebben. De hut is gemaakt van takken en bladeren in een droge sloot. Roger sluipt dichterbij en gluurt naar binnen. Binnen brandt een vuurtje en er zitten wat grote kinderen omheen. De kleintjes slapen in een hoek op wat stro. Roger kucht zachtjes om de aandacht te trekken. Meteen staan de grootsten op en pakken hun messen. De jongens zien Roger niet. Heel zacht zegt er één: "Wie bent u en wat wilt u?"

Broer RogerMager
"Ik wil jullie helpen", zegt Roger. "Ik zal niemand zeggen, waar jullie je verstopt hebben. Ik zal morgen eten brengen." Elke avond brengt Roger eten en melk. De kinderen zijn met z'n tienen en ze zien er mager en ziek uit. Vooral de kleintjes. Ze komen overal vandaan en ieder kind heeft zijn eigen, verschrikkelijke verhaal. Langzamerhand wint Roger het vertrouwen van de groep.

Paddestoelen
Als het winter wordt, haalt Roger ze over in het dorp bij hem te komen wonen. Ze hoeven nu niet meer te stelen. Ze helpen Roger bij alles wat gedaan moet worden. Steeds meer mensen weten de weg te vinden naar Rogers huis. Zieke en gewonde vluchtelingen mogen een tijdje blijven om op adem te komen. Het valt niet mee om aan eten te komen. De koe is niet voldoende meer. Roger laat paddestoelen zoeken. Dat sleept ze de winter door.

Krijgsgevangenen
Er komen zoveel mensen, dat Roger zijn zus vraagt hem te komen helpen. Langzaam groeit het huis uit tot een soort klooster. Ze helpen mensen waar ze maar kunnen. Ook Duitse soldaten die krijgsgevangen zijn gemaakt. Ze organiseren een kerstmaaltijd voor die mensen. De mensen in het dorp nemen dat Roger kwalijk. Maar Roger zegt: "Deze mensen hebben ook recht op een menswaardige behandeling. We horen allemaal tot één grote mensenfamilie."

Taizé
Het dorpje Taizé van frčre Roger groeit uit tot een plek waar vooral jongeren naar toe trekken om te zingen en te bidden. En te luisteren naar de goede woorden van geloof, hoop en liefde.
De broeders van Taizé laten iets zien van het Rijk van God. Van vrede en vertrouwen onder de mensen.

broer-roger4.jpg (25067 bytes)

 

De broeders van Taizé
hebben ook een website.
Klik op het logo

Website van Taizé