DOOS VAN PANDORA

In het oude Griekenland vertellen de mensen over de god Zeus.
Zeus laat een mooi beeld maken dat kan spreken en bewegen als een mens. Zeus noemt haar Pandora, geeft haar een doos waar ze nooit in mag kijken en stuurt haar naar de aarde. Daar trouwt ze met Epimetheus. Dat betekent: hij die achteraf denkt.
En dat doet hij, want ondanks het verbod van Zeus is hij al snel net zo nieuwsgierig als Pandora naar de inhoud van de doos. Samen maken ze hem open en tot hun grote schrik vliegen er meteen allerlei afschuwelijke wezens uit: rampen, ziekten en misdaden. Zo snel mogelijk klappen ze het deksel weer dicht, maar het is al te laat. De rampen, ziekten en misdaden hebben zich al over de aarde verspreid. Alleen de hoop is in de doos achtergebleven. Als een mens nu verdriet heeft of in ellende leeft, heeft hij nog altijd de hoop dat het weer anders zal worden...