Noach (naar Genesis 6,5-9,17)

De regenboog bij NoachIk ben een oude man, ik heb veel meegemaakt in mijn leven. Zoveel, dat ik bijna nergens meer verbaasd over sta. “Die Noach is altijd zo rustig”, zeiden de mensen vroeger al, “ die zou God nog wel tot rust kunnen brengen, zelfs als Hij heel kwaad is.” Niemand kon toen vermoeden dat dat nog een keer echt zou gebeuren. Telkens als ik de regenboog aan de hemel zie staan, moet ik er weer aan denken. De grote vloed, die alles op aarde veranderd heeft. Want het ging slecht met de aarde, afschuwelijk slecht. De mensen die God gemaakt had, trokken zich nergens iets van aan. Ze maakten ruzie en vernietigden de aarde en alles wat erop leefde. God wilde niet dat de aarde vernietigd zou worden. Het deed Hem verdriet, wat er gebeurde. Daarom maakte Hij een plan. En ik speelde de hoofdrol in dat plan, tot mijn eigen stomme verbazing.

Ark
Ik moest een boot maken van God, een ark. Ik moest er eten op verzamelen, en van alle dieren moest ik er twee meenemen, een mannetje en een vrouwtje. Ook mijn vrouw, mijn zonen en hun vrouwen mochten mee. Ik heb gedaan wat God zei, heel rustig, zonder me van iemand iets aan te trekken. Want je snapt wel, dat iedereen het belachelijk vond, zo’n ark, terwijl er nergens water in de buurt was. De dieren kwamen vanzelf naar ons toe. Keurig netjes met z’n tweetjes kwamen ze aan boord: de olifanten, de giraffen, de lieveheersbeestjes, de arenden, de winterkoninkjes, de schildpadden en de slakken. Ongelooflijk, dat dat allemaal zo gemakkelijk ging. Toen eindelijk iedereen aan boord was, maakte God zelf de deuren dicht. Het was toen al behoorlijk bewolkt en een tijdje later begon het te regenen. En niet zo’n klein beetje ook!

Takje
Het bleef maar regenen, veertig dagen lang. De ark was intussen allang gaan drijven, en zo dreven we rond op de oneindige watermassa. Het leek wel alsof er nooit een aarde was geweest. Nergens was nog iets van land te bekennen. Zelfs de hoogste bergen waren onder het water verdwenen. Alles wat op aarde leefde, was vernietigd: de mensen, de dieren, alles. We waren de enige levende wezens die er nog waren. Wel honderd vijftig dagen stond de aarde onder water.
Na een hele tijd liep de ark dan toch vast op een berg. Er was nog steeds niets anders te zien dan water. Na een tijdje heb ik een raaf losgelaten, maar die kwam al snel moedeloos terug, want er was nog geen takje groen te bekennen. Een week later probeerde ik het met een duif, maar weer kwam ze al snel terug. De volgende keer dat ik de duif losliet, had ze meer geluk. Ze kwam terug met een olijftak in haar snavel. De bomen begonnen dus tevoorschijn te komen. Nog een week later liet ik de duif weer los, en toen is ze niet meer terug gekomen.

Gespaard
We zijn toen van boord gegaan. Alle dieren, vogels, mensen, iedereen was blij om weer vrij te zijn. Misschien was God zelfs ook wel een beetje blij. Het was ook een prachtig gezicht, het leek wel alsof de aarde opnieuw geschapen was. Alles zag eruit alsof het nieuw was.
Toen ik met mijn vrouw, mijn zonen en mijn schoondochters de aarde weer onder mijn voeten voelde, besefte ik eigenlijk pas wat er gebeurd was. Ik was dankbaar dat God ons had gespaard, dus ik ben Hem een offer gaan brengen, samen met mijn zonen. En God was blij met dat offer. Hij spande een regenboog boven de aarde en zei: “ Noach, deze regenboog is een teken van mijn verbond met alles wat leeft op aarde, met iedereen die uit de ark is gekomen. Jullie mogen genieten van de aarde en van alles wat erop leeft, maar vergiet geen onnodig bloed. Vergiet vooral geen bloed van andere mensen, maar zorg voor elkaar en zorg, dat de mensheid groter wordt.

Teken
De regenboog zal voor jullie een teken zijn, dat er nooit meer zo’n grote vloed zal komen, nooit meer zal ik de aarde onder het water laten verdwijnen. Ik weet dat de mens slechte dingen kan doen, maar dit zal ik niet meer laten gebeuren. Zolang de aarde bestaat, zal er dag en nacht zijn, zaaitijd en oogsttijd, kou en hitte, winter en zomer. Dat zal nooit meer ophouden, wat er ook gebeurt onder de regenboog.”
Sindsdien ben ik verwonderd als ik een regenboog zie. Verwonderd over wat er allemaal is gebeurd met mij en mijn familie, met alle dieren en met de aarde. En ik denk aan het verbond van God met alles wat leeft.