Bergen van steen
Wij vliegen over vlak land. Onder ons zien we brede rivieren traag door
oneindig laagland gaan. Langs de rivieren is veel groen te zien, maar
verderop is het dor en droog. Soms zien we bergen van steen. Het lijkt wel
of de mensen zelf bergen hebben gemaakt, omdat die nergens zijn in het land
Babylonië. Het zijn vreemde bulten in het landschap. Zo te zien zijn ze
helemaal verlaten.
“Zullen we eens op zo’n berg gaan uitrusten? Bovenin zitten we veilig”, zeg
ik tegen Nelly. We vliegen eerst een rondje om de steenberg. “De mensen
hebben geprobeerd torens te bouwen, kijk maar. Deze stenen zijn door de
mensen zelf gemaakt van de klei uit de rivieren. Het is een toren met
verdiepingen. Je ziet het nog goed aan de onderkant, maar van boven is het
ingestort. Ik ben benieuwd waar deze torens voor waren”, zegt Nelly. “Je
lijkt wel een archeoloog”, zeg ik als we landen op de bovenste verdieping.
“Een wat...?”, vraagt Nelly. ”Een archeoloog! Zo iemand die in de grond gaat
graven om dingen van vroeger te vinden. Maar ik weet waarvoor deze torens
gemaakt zijn”, zeg ik, als ik om me heen kijk. “Het zijn uitkijktorens! Moet
je zien hoe ver je kunt kijken.” We lopen van de ene kant naar de andere.
“Als je vliegt zie je meer”, moppert Nelly. Ze geeuwt met haar snavel wijd
open.”Ik ben toe aan een dutje.”
Sterrenwacht
Net wil Nelly haar snavel tussen haar veren steken, of uit een nis in de
stenen komt een steenuil tevoorschijn. “Salem aleikoem”, zegt hij. “Wat zegt
hij?”, vraagt Nelly aan mij. De steenuil kijkt van de één naar de ander. Dan
zegt hij: ”Goedemiddag samen. Kan ik u ergens mee helpen? Welkom op de toren
van Babel.” Hij is moeilijk te verstaan, maar hij doet zijn best en met wat
moeite begrijpen wij wat hij bedoelt. Nelly is meteen klaar wakker. “We
wilden net een beetje uitrusten van onze vliegreis, ziet U. En deze
steenklomp leek ons een geschikte plek. Weet u misschien iets meer van deze
toren af?”, vraagt Nelly. “Jazeker”, zegt de steenuil. “Wij wonen hier al
generaties lang. Dit is niet zomaar een toren, dit is een tempel, een
heiligdom. Vanaf deze torens werden de sterren bestudeerd en konden de
mensen aan de stand van de sterren voorspellen of er voor- of tegenspoed zou
zijn. Er waren vijf verdiepingen, voor elke planeet één. Andere torens
hadden zeven verdiepingen, die telden de zon en de maan erbij.
Deur naar de hemel
“Zei u nu daarnet de toren van Babel?”, vraag ik.“Wij komen net uit Israël,
maar daar heb ik een ander verhaal gehoord over de toren van Babel. Daar
wordt het zo verteld:
“Alle mensen op aarde spraken dezelfde taal. Ze zeiden tegen elkaar: “Kom,
laten we een stad bouwen met een toren tot in de hemel. Laten we bij God op
bezoek gaan. Wij worden wereldberoemd door zo’n toren, want zo hebben wij
een deur naar de hemel, naar God. We blijven altijd bij elkaar. Niemand doet
ons wat, want wij hebben God dichtbij.”
God kwam eens kijken waar de mensen zo druk mee bezig waren. “Wat is dat
nu?”, dacht God. “Willen de mensen liever in de hemel wonen dan op de aarde?
Ze stapelen hun huizen op elkaar om steeds hoger te kunnen komen. Waar zijn
ze mee bezig. Ze zijn aardmensen. Ze zijn bedoeld om de aarde te bewerken en
te bewaren en niet om bij mij op visite te gaan. Ze denken zeker dat ze God
zijn. Daar komen ongelukken van. Laten wij er voor zorgen dat ze elkaar niet
meer verstaan. Ik haal ze uit elkaar.” Zo gebeurde het dat de mensen niets
meer van elkaar begrepen. De toren werd nooit afgebouwd. De mensen trokken
alle kanten op.”
De steenuil knikt. “Dat verhaal ken ik ook. De mensen denken dat ze alles
kunnen, maar dat loopt nooit goed af. Kijk maar naar deze puinhoop.” Nelly
geeuwt opnieuw. “Mogen we hier overnachten?”, vraagt ze beleefd. De steenuil
knikt. “Goed nait”, zegt hij als hij teruggaat naar zijn nis. “Zou hij slaap
lekker bedoelen?”, vraagt Nelly.