|
 Geboren
onder de dadelpalm
Verhaal uit de islam Mariam, de moeder van Jezus, groeit op bij
de monniken. Als ze nog een baby is, brengt haar moeder haar naar de
tempel. Alle monniken willen graag voor de lieve Mariam zorgen. Ze
besluiten er eerlijk om te loten. Ze gooien hun pen in het water. De pen
die als eerste boven drijft, mag de opvoeder van Maria worden. Het is de
pen van Zakaria, hij mag voor Mariam zorgen. Zakaria is de vader van Yahya.
Fruit
Mariam woont in een aparte kamer in de tempel. Niemand anders kan er
komen. Zakaria brengt haar eten en drinken. Tot zijn grote verbazing
ontdekt hij dat het helemaal niet nodig is om haar eten te brengen. Mariam
heeft altijd lekker eten en vers fruit. ‘Mariam, hoe kom jij aan al dat
eten?, vraagt Zakaria verbaasd. ‘Dat eten brengen de engelen mij’, zegt
Mariam. Zakaria gelooft Mariam meteen. Hij weet dat er écht niemand anders
dan hijzelf bij haar kan komen. Door de goede zorg van Zakaria en de
engelen groeit Mariam op tot een jonge wijze vrouw.
Boodschap
Op een dag komen de engelen weer bij haar met een boodschap. ‘Mariam’,
zeggen de engelen, ‘wij komen jou een mooie boodschap vertellen. God heeft
jou uit alle vrouwen uitgekozen. Je zult een zoon krijgen die de grote
boodschapper van God zal worden.’
Maria begint hard te lachen. ‘Dat kan toch helemaal niet. Ik leef hier
helemaal alleen en ben niet getrouwd. Hoe kan ik dan een kind krijgen?’
Jurk
Een paar dagen bezoekt de engel Jibriël Mariam. ‘Ik ben Gods afgezant en
je zult een zoon krijgen’, zegt hij. ‘Die zoon zal Jezus heten. Hij is
door God gestuurd om de mensen te helpen om goed te leven.’ ‘Dat kan toch
helemaal niet,’ zegt Mariam opnieuw. ‘Hoe kan ik een zoon krijgen terwijl
geen mens me ooit heeft aangeraakt?’ ‘Het is de wil van God dat je een
zoon zult krijgen,’ antwoordt Jibriël. De engel blaast in de opening van
haar jurk en verdwijnt. En zo raakt Mariam zwanger van Jezus.
Dadels
Tegen de tijd dat Mariam moet bevallen wordt ze bang: ‘Wat zullen de
mensen wel niet van me denken’. Mariam loopt weg uit de tempel. Ze reist
in de richting van het oosten. Mariam is moe van de reis. Gelukkig vindt
ze een mooi plekje in de schaduw van een dadelpalm. Onder die dadelpalm
wordt Jezus geboren. Jibiriël verschijnt weer. ‘Je zult wel honger hebben
Mariam. Schud maar eens flink aan de stam van de dadelpalm.’ Mariam schudt
flink. Hoewel er geen dadels aan de takken te zien zijn, vallen de
heerlijkste dadels over haar heen.
Reacties
Na lekker van de dadels te hebben gegeten, kijkt Mariam eens goed naar
haar baby. Wat nu? Ze heeft een baby en is niet getrouwd. Een schande!
Mariam is bang voor boze reacties van de mensen. ‘Wat heb ik fout gedaan?’
vraagt Mariam zich af. ‘Oh, was ik maar dood en vergeten.’ Plotseling zegt
de pasgeboren Jezus: ‘Wees maar niet bang, mama. Ik ben gestuurd door God
om de mensen te redden.’ Mariam schrikt even. Haar baby kan al praten!
Jezus stelt haar gerust zodat Mariam al snel terug durft naar haar
familie.
Vader
Zoals Mariam had verwacht is haar vader woedend als hij haar met de baby
ziet. ‘Ik ben een man van eer en je moeder is een fatsoenlijke vrouw. Hoe
kun je ons dit aandoen?’ Mariam wijst naar Jezus en zegt: ‘Waarom vraag je
het niet aan hemzelf?’ Natuurlijk wordt haar vader bozer en bozer. ‘Moet
ik soms met een pasgeboren baby gaan praten. Denk je dat ik gek ben of zo?
Maar dan begint Jezus te praten. Het wordt muisstil. Jezus vertelt alles
aan Mariams familie. Ze geloven alles. Op dat moment begint de taak van
Jezus als de profeet van God. |