TROUWFEEST
Een vrouw en man die samen het leven
willen delen, gaan vaak trouwen.
Ze beloven dat ze elkaar trouw zullen blijven.
Gelovige mensen vinden het belangrijk om daarbij Gods zegen te vragen.
Sluier
De bruid draagt een witte jurk met een sluier. Vroeger liet de bruid met zon witte
jurk zien hoe rijk ze was: de bruidsjurk was zo anders dan gewone jurken dat zij die nooit
meer kon dragen. Later werd ook gezegd: wit is het teken van reinheid. Een bruid was
"rein" als ze nog maagd was. Ze droeg een sluier zodat de boze geesten haar niet
konden zien. Als ze getrouwd was, mocht de sluier voor haar gezicht weg. Haar man
zou haar nu beschermen.
Kerk
Een christelijk bruidspaar trouwt in de kerk, zodat God getuige is van de belofte die ze
elkaar geven. De pastoor of dominee leest de trouwbeloften voor en de bruid en bruidegom
beloven elkaar trouw te blijven en goed voor elkaar te zorgen. Als teken daarvan geven ze
elkaar een ring. Daarna knielen ze op een bankje voor in de kerk. De pastoor of dominee
legt de handen op hun hoofd en vraagt Gods zegen voor het huwelijk. Als het paar uit de
kerk komt, wordt vaak met rijst of confetti gegooid.
Later snijden bruid en bruidegom samen de bruidstaart aan. Alle gasten krijgen er een stuk
van.
Pop
Bij de islam gaat het bruidspaar naar de moskee om voor Allah te trouwen. De bruidegom
zegt de eerste soera van de Koran op. Dan vraagt de imam, de islamitische geestelijke, aan
het bruidspaar of zij de regels over het huwelijk willen naleven. Als ze allebei
ja zeggen, zijn ze getrouwd. Het feest kan nu beginnen Hun auto is versierd
met slingers. Soms is een mooie pop op de motorkap vastgemaakt. De gasten volgen luid
toeterend. Als cadeau spelden alle gasten papiergeld op de kleding van bruid en bruidegom.
Mazzel
Voor joodse gelovigen is het huwelijk heilig. Het is zon bijzondere dag, dat het
bruidspaar vanaf de vroege morgen vast. Pas na het huwelijk eten en drinken ze weer. In de
synagoge is een choepa gemaakt. Dat is een baldakijn, dat het toekomstige huis voorstelt.
Als het bruidspaar onder de choepa staat, houdt de rabbijn een toespraak. Een rabbijn is
een joodse godsdienstleraar. Hij leest de huwelijksacte voor. Daar staat in dat de
bruidegom zijn vrouw een huis, voedsel, bescherming en liefde moet geven. God wordt
gedankt en geloofd. Er wordt wijn gedronken. Wijn is het teken van leven, van vreugde en
van verdriet. Iedereen roept: Mazzel tov: "veel geluk". Bij het feest erna wordt
uitbundig gedanst, waarbij de bruid en bruidegom met stoel en al omhoog getild worden.
Henna
Een hindoe-bruid krijgt voor de bruiloft een speciale huidversiering met henna. Dat is een
oranje/rode kleurstof, gemaakt van bladeren. Het wordt in mooie patronen op handen en
voeten geschilderd. Ondertussen vertellen de getrouwde vrouwen uit haar familie haar over
het huwelijk. Als de versiering klaar is, worden er doeken om gedaan. De handen en voeten
worden in geborduurde zakken gestopt. Na een nacht worden de doeken eraf gehaald. De
figuren zijn droog en blijven drie of vier weken zitten.
Sieraden
Als hindoes trouwen, lijkt het voor één dag wel een koninklijk paar. De bruidegom heeft
een goudgeel gewaad aan en draagt een grote kroon op zijn hoofd. De bruid krijgt rood
poeder in de haarscheiding en een stip op het voorhoofd. De tekens van getrouwd-zijn. Ze
krijgt allerlei sieraden omgehangen. Die zijn familiebezit of gehuurd. Een rode zijden
sari, een doek van vier meter lang, wordt om haar lichaam gedrapeerd.
Vuur
Als de bruidegom aankomt bij de feestzaal, wordt vuurwerk afgestoken. In de zaal is een
maro gemaakt, een soort tent versierd met slingers, bloemen en ballonnen. In het midden
van de maro maakt de bruidegom een offervuur. Dan komt de bruid binnen. Er worden
bloemslingers omgehangen als teken van begroeting. Samen offeren ze rijst, wierook,
bloemen, sesamzaad en rozenwater.
Knoop
De ouders van de bruid leggen haar rechterhand in de hand van de bruidegom. De pandit, de
hindoe-priester, sprenkelt water over hun handen en spreekt mantras uit. Een mantra
is een zegenspreuk. Hij bidt om geluk, voorspoed en bescherming. Dan loopt het
bruidspaar zeven keer rond het vuur. Bij de eerste drie keer leidt de bruid de bruidegom.
Daarna pakt de bruidegom de rechterhand van de bruid vast. Hij vraagt de bruid om haar
rechtervoet op een steen te zetten, om te laten zien dat ze hem trouw wil blijven. Dan
worden de kleren van het bruidspaar aan elkaar geknoopt, om te laten zien dat ze aan
elkaar verbonden zijn. Zo lopen ze nog vier keer om het vuur. Nu loopt de bruidegom
voorop.