Verlichte stichters

Bij elke godsdienst hoort een belangrijk persoon of god uit de begintijd. Meestal is dat de stichter of oprichter van de godsdienst.
Elke godsdienst heeft bijzondere geboorteverhalen over de stichter. Iemand die zoveel betekent voor de godsdienst wordt natuurlijk op een bijzondere manier geboren.

Mozes
Mozes in het rieten mandjeDe farao van Egypte is bang voor de vreemde mensen in zijn land. Het zijn geen Egyptenaren maar Hebreeën. Ze stammen af van Jozef en zijn familie. Het worden er steeds meer. De farao maakt slaven van de Hebreeën. Het helpt niet. Er blijven steeds meer Hebreeën komen.
De farao zegt daarom tegen zijn soldaten: ‘Gooi alle pasgeboren jongetjes in de rivier de Nijl.’
Bij de Hebreeën wordt een jongetje geboren. Zijn moeder verstopt hem drie maanden lang voor de soldaten van de farao. Dan bedenkt zijn moeder iets. Ze maakt een mandje van Papyrusriet. Het mandje is waterdicht. Ze legt haar baby in het mandje en loopt met zijn zusje Mirjam naar de rivier de Nijl.
Voorzichtig legt ze het mandje in het water tussen het riet. Mirjam verstopt zich. Ze ziet dat de dochter van de farao, de prinses, zich gaat wassen in de rivier.
‘Hé, wat is dat nou?’, zegt de prinses.
Ze pakt het mandje en ziet de baby.
‘Oh, wat lief’, zegt ze. ‘Een kind van de Hebreeën.’
Het kindje begint te lachen tegen de prinses.
‘Wat moet ik nu met jou?,’ zegt de prinses. ‘Ik kan je niet meenemen naar het paleis.’
Dan komt Mirjam tevoorschijn.
‘Ik weet wel iemand die voor hem wil zorgen.’ Mirjam haalt haar moeder.
‘Wilt u voor dit kindje zorgen?’ vraagt de prinses. ‘Ik zal ervoor betalen.’
Natuurlijk wil Mirjams moeder dat.
‘Ik noem hem Mozes’, zegt de prinses. ‘Als hij groot is kom ik hem ophalen om in het paleis te wonen. Niemand mag hem kwaad doen.’
En zo werd Mozes gered.

De geboorte van Jezus met de herdersJezus
In het dorpje Nazaret in Galilea wonen Maria en Jozef de timmerman. Later willen ze met elkaar trouwen.
In haar huis verschijnt de engel Gabriël aan Maria.
‘Maria, je zult een zoon krijgen,’ zegt Gabriël. ‘Hij zal Jezus heten. Het wordt een bijzonder kind. De zoon van God.’
‘Maar dat kan toch helemaal niet’, zegt Maria verbaasd. ‘Ik ben nog niet getrouwd, dus hoe kan ik dan een kind krijgen?’
‘Wacht maar af’, zegt Gabriël.
En Maria is inderdaad zwanger.
Op een dag komt er een soldaat van de Romeinse keizer naar Nazaret. De soldaat heeft belangrijk nieuws. Alle mensen moeten zich in laten schrijven in hun geboortestad. Ook Maria en Jozef moeten op reis naar Betlehem. Gelukkig mogen Maria en Jozef de ezel van Joachim lenen. Nu hoeft Maria niet de hele reis te lopen. De baby kan elk moment komen.
Als Maria en Jozef eindelijk in Betlehem aankomen is Maria erg moe. Ze gaan op zoek naar een slaapplaats. Jozef klopt aan op de deur van een herberg.
De baas zegt: ‘Ik heb geen plaats meer voor jullie. Ik heb alleen nog een plekje vrij in de stal.’
Jozef en Maria zijn blij met de warme slaapplek in de stal. Midden in de nacht wordt Jezus geboren. Maria wikkelt Jezus in doeken en legt hem in de voerbak gevuld met stro.
In de buurt van de stal houden herders de wacht bij hun schapen. Opeens is er fel licht te zien in de hemel boven de herders.
Het is een engel. ‘Wees niet bang, zegt de engel. Ik heb goed nieuws voor jullie. Er is een heel bijzonder kind geboren in een stal in Betlehem.’
Plotseling verschijnen er nog veel meer engelen. Ze zingen over het pasgeboren kind. De herders gaan op weg naar de stal. Daar zijn Jozef en Maria en de pasgeboren Jezus. De herders knielen voor Jezus neer. Ze vertellen Maria en Jozef over de engelen. Iedereen die het hoort wordt er helemaal stil en blij van. Dit is een heel bijzonder kind.

Het ei van de scheppingBrahma de scheppergod
Het hindoeïsme kent veel verschillende goden: Brahma. Shiva, Krishna, Vishnu, Sita, Devi en Ganesha. Al deze goden zijn ontstaan uit één God: Brahman.
Brahman maakte eerst water. In het water plantte hij een klein zaadje. Uit het zaadje groeide een gouden ei. In het ei zat de god Brahma. Binnen in het ei maakte hij al slapend de wereld. Alles wat op aarde bestaat werd in het ei gemaakt. Het land, de dieren, de planten en de mensen. Toen Brahma wakker werd en zijn ogen opende, barstte het ei met een grote ‘kraaaak’ open. Op dat moment werd Brahma en de wereld geboren. Als Brahma zijn ogen sluit vergaat de wereld weer. Gelukkig duurt een dag in het leven van Brahma 4320 miljoen mensenjaren.

Vishnu op de slangVishnu
Er is ook nog een andere versie over de geboorte van Brahma.
Voordat de wereld bestond sliep de god Vishnu op een grote slang. De slang dreef op het water van de oneindige oceaan. In zijn slaap zag Vishnu hoe Brahman de wereld aan het scheppen was. Vishnu droomde dat er uit zijn navel een lotusbloem groeide. De lotusbloem ging open en daarin zat Brahma. Zo werd Brahma geboren. Als Brahma zijn leven van honderd Brahma-jaren heeft volbracht, sluit de lotusbloem weer. Vishnu stopt met dromen totdat Brahma opnieuw de wereld schept. De lotusbloem opent zich dan weer.

Krishna
Koning Kamsa is een slechte koning. Krishna vecht met Kamsa
Tijdens de bruiloft van zijn zus Devaki hoort hij een vreemde stem uit de hemel. ‘Het achtste kind van zijn zus, een jongetje, zal jou doden.’
Kamsa schrikt enorm. Als zijn zus Devaki zwanger is van haar achtste kind wordt ze gevangen gezet. Op een nacht schrikt Devaki met een gil wakker. Er schijnt een fel licht in haar kamer. Midden in het licht staat haar kind gekleed in een blauw kleed. Op zijn hoofd draagt hij een kroon.
Hij zegt: ‘als ik geboren ben, moet mijn vader me naar jullie vrienden aan de overkant van de rivier brengen. Zij hebben net een meisje gekregen. Jullie moeten ons omruilen. Ik kom pas terug als ik Kamsa gedood heb.’
In die nacht wordt Krishna geboren.
De kettingen waarmee de vader van Krishna is vastgebonden vallen plotseling los.
Snel legt hij Krishna in een mandje en sluipt de gevangenis uit. Iedereen slaapt. Niemand heeft iets in de gaten. Buiten is alles stil. Geen hond blaft als hij het paleis uit loopt.
Buiten wijst een stalend licht hem de weg naar het huis van zijn vrienden.
In het huis van de vrienden wisselen ze de kinderen om. Krishna blijft in het huis en het kleine meisje gaat mee naar de gevangenis.
Terug in de gevangenis geeft de vader het meisje aan Devaki.
Dan laten de goden de aarde trillen onder het bed van de koning Kamsa.
Weer hoort hij de vreemde stem. ‘Uw vijand is geboren.’
Kamsa rent naar de gevangenis en pakt het kind. Als hij ziet dat het een meisje is begint hij te lachen. Een meisje kan hem toch geen kwaad doen? Voor een meisje hoeft hij niet bang te zijn.
Hij geeft de baby terug aan zijn zus en laat ze vrij uit de gevangenis. Opgelucht haalt Kamsa weer adem.