Soms zie je op straat of in de trein nog wel
eens een zuster of non met een kap op haar hoofd, of een pater in een bruine pij. Twintig
jaar geleden was dat iets heel gewoons, nu kijk je er een beetje van op. Sommige mensen
lieten in hun kleren hun belofte aan God zien: Ze hadden beloofd hun leven aan God te
wijden, niet te trouwen en in armoede te leven. Dat laatste kon je vooral zien aan de
paters en broeders met een bruine of zwarte pij, bijeengehouden door een koord. Vaak
hadden ze er alleen sandalen (zonder sokken) bij aan. De kleren waren zo sober mogelijk:
geen versierselen of onnodige dingen.
Rood
Boeddhistische monniken in Tibet hebben ook zulke eenvoudige kleren aan, alleen wel in
hele andere kleuren. Als ze zich aanmelden bij het klooster, krijgen ze een wit kleed aan.
Als ze dan besloten hebben echt monnik te worden en zijn ingewijd, dan krijgen ze een mooi
rood of geel kleed aan. Dat kleed komt er trouwens niet vanzelf, want als de monniken
hebben gebiecht, aan elkaar verteld hebben wat ze verkeerd hebben gedaan, dan krijgen ze
een berg jute (een hele ruwe stof) die ze zelf moeten verven en er kleden van moeten
maken!
Kap
Een non of zuster droeg vroeger, en soms nu ook nog wel, een kap over haar haar. Meestal
was de kap zwart of wit. Maar hij kon ook wel rood, bruin of paars zijn. Je kon zien dat
ze "de bruid van God" was. Ze wilde heel erg bij God horen, en de eerbied voor
Hem kon je aan de kleding zien. De mensen konden aan de kleur en het model van de kleding
en de kap zien, uit welk klooster een zuster kwam.
Keppeltje
Iets op je hoofd dragen is voor verschillende geloven een teken van eerbied voor God. In
een joodse synagoge doen alle mannen een keppeltje op.Dat is een rond petje zonder klep,
dat je achter op je hoofd zet. Daarmee laten ze zien dat God boven hen staat. Bij het
bidden doen ze ook nog vaak een gebedssjaal over hun hoofd. Ze hebben ook riemen aan met
kokertjes, waarin een stukje van hun heilige boek zit.
Priester
Als je een protestantse kerk inloopt, zie je dat de dominee ook heel eenvoudig gekleed is:
een zwarte toga met een witte "bef". In de katholieke kerk is dat anders: vaak
zijn de kazuifels van de pastor mooi versierd. De kleur van die kazuifel is afhankelijk
van de tijd van het jaar: paars, de kleur van boete en inkeer in de vastentijd, wit met
kerstmis en geel met pasen. Op het pinksterfeest is de kleur rood , daarna groen. Nu in de
advent, de tijd voor kerstmis, is het kazuifel weer paars.
In de Oosterse kerken in Griekenland, Rusland en de Balkanlanden zijn de gewaden van de
priester vaak nog mooier: je ziet daar gouden versierselen en prachtig borduurwerk. Dat is
wel wat anders dan een bruine pij!