Elk geloof kent wel een speciaal gerecht. Een
maaltijd die vooral tijdens bijzondere gelegenheden wordt gegeten. Dit
keer laat Maitrie Raghoebarsing (14) zien hoe roti gemaakt wordt. Dit
staat vaak bij Hindoestanen op tafel. Vooral tijdens feestdagen.
“In de heilige
boeken, de Veda’s, staat dat ‘echte’ Hindoestanen alleen plantaardig
voedsel mogen eten. Lang niet alle Hindoes doen dat, hoewel niemand
rundvlees zal eten. Voor ons is de koe heilig. Ik ben wel écht vegetariër.
Ook omdat ik vlees en vis gewoon niet lekker vind. Tijdens Diwali, het
lichtfeest in november, eet iedereen vegetarisch.” Maitrie is in Suriname
geboren, maar woont al heel lang in Nederland. Veel Hindoestanen in
Nederland komen uit Suriname. Hun voorouders komen uit India.
Uren
Met feestdagen staan Maitrie en haar moeder úren in de keuken. Vaak komt
haar oma dan helpen. “Mijn moeder houdt niet zo van koken. Mijn oma wel.
Die is er ook heel goed in. Meestal eten wij heel eenvoudig. Mijn moeder
werkt veel en ik ben druk met huiswerk. Dus koken we nooit uitgebreid. De
Hindoestaanse keuken kost heel veel tijd. Vooral roti maken. Je bent wel
twee uur bezig voor je het deeg klaar hebt.
Roti
Roti is mijn lievelingseten. Ik kan het nog niet helemaal zelf. Het is
moeilijk om te maken. Niet te veel bloem, niet te veel water. Het deeg
moet zacht zijn en niet te plakkerig. Het moet rijzen, met een doek
erover. Daarna maak je er bolletjes van, maak je het plat met een
deegroller en bak je het in een koekenpan. Niet op hoog
vuur: het deeg moet in de pan nog verder rijzen en anders wordt het ook te
snel bruin.’
Bitter
Dit is de roti. Het is een soort brood. Je eet er kousenband en
aardappelen bij. Kousenband is een Surinaamse groente. Je kunt het bij de
toko kopen. Dat is Surinaams voor ‘winkel’. Ze verkopen er allerlei
Surinaamse dingen. Speciale kruiden en groenten, zoals
bitterkomkommer. Wij noemen dat ‘kerela’. Je kunt het bakken, het lijkt
een beetje op gewone komkommer maar is bitterder.
Zoet
Bij al onze feesten worden zoete dingen gegeten. We hopen dat alles ‘zo
zoet’ zal blijven. Dat alles goed blijft gaan. We bakken zelf koekjes en
als toetje eten we ‘sewai’. Je kookt vermicelli in suikerwater en je doet
er rozijnen en melk bij.
Offer
Dit is persaad. Het is gemaakt van griesmeel die je bakt in ghee, boter
die op een speciale manier is gemaakt. Er gaan ook rozijnen en melk bij.
Dit zoete goedje offeren we tijdens speciale dagen in de tempel of thuis
als we een dienst doen. Met verjaardagen bijvoorbeeld.
Pittig
Ons eten is best pittig. We doen vaak rode en gele peper in het eten. Geen
sambal. Dat staat wel op tafel voor als je het eten nog wat pittiger wilt.
De pepers maal ik fijn met deze stamper. Zo komt het niet aan je vingers.
Één keer had ik vergeten mijn handen goed te wassen na het snijden van
peper. Toen ik mijn lenzen in ging doen, brandden mijn ogen heel erg. Het
deed de hele avond pijn. Zo scherp zijn die pepers.
Rijst
Wij wassen onze rijst altijd. En we halen de zwarte korrels en steentjes
eruit. Dan doen we het in de rijstkoker. Een hartstikke handige pan: je
wacht gewoon tot het gaar is. We eten verschillende soorten rijst.
Surinaamse, Basmati of Pandan.”