Sssst!

Saskia en Judith gaan op bezoek in de abdij Onze Lieve Vrouw van Koningsoord in Berkel Enschot. Dit klooster is gesticht in 1937. In de abdij leven een vijftigtal zusters onder wie zuster Corine. Hoe het bezoek aan het klooster was, vertellen ze zelf.

De sext
Door de toegangspoort (foto 1) komen we in de tuin van het klooster. Aan het eind van de grote tuin met oude bomen ligt het klooster (foto 2 +3). Het is heerlijk stil. Heel iets anders dan de drukte van de grote stad, waar we vandaan komen.
De bel galmt door de gang als we aanbellen en al gauw doet een zuster open. Zuster Julian ontvangt ons hartelijk. We zijn wat vroeg, maar zo kunnen we meteen meedoen aan het gebed, de sext. De sext is een soort kleine kerkdienst. Door een lange gezellige gang (foto 4) met planten komen we in de kapel (foto 5) Er zijn nog een paar gasten. De zusters komen binnen voor het gebed. Zij zitten apart van de gasten. Het is heel anders dan we gewend zijn in de kerk, maar wel erg mooi. Vooral als je zelf van zingen houdt.
Het was mooi weer, dus na de sext gaan we lekker buiten zitten in de schaduw van een grote boom om ons meegebrachte brood op te eten. We hadden mee kunnen eten met de gasten, maar dat hadden we niet van te voren afgesproken. Maar we worden goed verzorgd. Na het eten zal zuster Corine met ons komen praten, dus we hebben tijd om vragen te bedenken. Het duurt even, want zuster Corine moet eerst nog afwassen.

 

Zuster Corine
Het was ons al opgevallen dat de meeste zusters in het zwart - wit waren, maar dat er ook zusters helemaal in het wit waren. Zuster Corine (foto 6) vertelt dat de witte zuster novicen zijn. Die ‘leren’ nog voor zuster, want je wordt niet zomaar zuster. Er zijn op het moment vier novicen. Er is een tijd van kennismaking, daarna treed je in, dan komt het postulaat. Als je novice wordt, krijg je witte kleding aan. Na een tijd kan je de tijdelijke geloften afleggen en pas als je de eeuwige geloften hebt gedaan, ben je volledig opgenomen in het klooster.
“Ik heb er ook lang over gedaan om zeker te weten dat dit mijn roeping was”, vertelt zuster Corine. “Ik was elf jaar toen het begon. Mijn oma was op vakantie en ik was samen met mijn moeder in het huis van mijn oma. Op haar kamer hing een kruisbeeld en op een gegeven moment leek het of het kruis mij vasthield. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden. Het leek of Jezus vanaf het kruis mij vroeg. Ik dacht er nog helemaal niet aan om in een klooster te gaan. Ik woonde zelf in Berkel - Enschot en op een dag kwam mijn moeder in gesprek met een paar nonnen uit het klooster. We gingen steeds vaker naar de diensten in het klooster en ik kreeg steeds meer zin om in het klooster te gaan. Ik ben ingetreden, maar dat was wel erg zwaar. Daarom ben ik er weer uitgegaan, want er was nog zoveel van het leven te genieten. Maar na een paar jaar ben ik teruggegaan en nu blijf ik. Ik vind het hier heerlijk. De stilte, de rust, de bezinning, maar ook het met elkaar zijn. We blijven natuurlijk gewone mensen, met onze goede en minder goede kanten.

 

Trappistinnen
Wij zijn trappistinnen en dat betekende vroeger dat je helemaal niet mocht praten. Tegenwoordig is het allemaal wat soepeler. In Frankrijk was een klooster La Trappe. Daar komt het woord trappist vandaan. Wij horen tot de Cisterciënzerorde. We volgen de regel van Sint Benedictus, die leefde van 480 tot ongeveer 548.
De mannen worden monniken genoemd en de vrouwen monialen. We leiden een ‘monastiek leven’. Dat is een kloosterleven waar veel tijd is voor stilte, gebed, soberheid , eenvoud en werk. De Regel van Benedictus is zo ruim dat er verschillende manieren zijn waarop die regel nageleefd kan worden. Die regel begint met de woorden: “Luister en neig het oor van je hart”.

 

Werken met je handen
Wij maken bijvoorbeeld paramenten. Dat is kleding die in de kerk gebruikt wordt. Priesters en dominees komen bij ons een stola of een gewaad uitkiezen. We binden ook boeken in.
Maar het belangrijkst is het koorgebed, zeven keer per dag. We beginnen om vijf minuten over vier ’s morgens en we eindigen om vijf voor half acht ’s avonds. Om acht uur gaan we naar bed, want we moeten weer vroeg op.
We hebben vaak gasten. Voor de gasten zijn kamertjes waar ze kunnen slapen. Achter het klooster hebben we een grote zaal voor groepen.
We helpen andere kloosters die het moeilijk hebben door er zusters naar toe te sturen. We hebben ook een klooster te Butende in Uganda., want ook daar is behoefte aan contemplatief, bezinnend leven”.

De none
Als het aan zuster Corine ligt, zouden we nog uren door kunnen praten, maar het is tijd voor het volgende getijdegebed, de none. Die maken we ook nog mee en we vinden hem bijna nog mooier dan de eerste. Na een kop thee en een bezoek aan de kloosterwinkel is het toch echt tijd om naar huis te gaan. We vonden het een indrukwekkende dag en raden iedereen aan om eens een kijkje te nemen in een klooster. Het is de moeite waard.