Het kerkgebouw
Christenen komen bij elkaar in een kerk. 
Een kerk is meestal een groot opvallend gebouw. De eerste kerken werden, tot ver na de middeleeuwen, net als moskeeën gebouwd naar het oosten. Als je de kerk inkwam keek je in oostelijke richting. In het oosten komt de zon op, daar komt het licht vandaan. Tegenwoordig houdt men hier minder rekening mee.
Aan de buitenkant kun je een kerk vaak herkennen aan de toren die eraan of ernaast gebouwd is. Die toren vormt de verbinding van de hemel met de aarde. Op de spits is vaak een symbolisch teken te vinden; een kruis, haantje.

Kerkgebouw met torenIn de toren hangt een klok. Als de klok luidt is dat een oproep om naar de kerk te komen. De klok wordt ook bij andere gelegenheden geluid, bijvoorbeeld als er vanuit de kerk iemand begraven wordt. Sommige kerken luiden de klok als tijdens de kerkdienst het ‘Onze Vader’, een gebed van alle christenen, gebeden wordt. De Rooms-katholieke kerken luiden de klok wel tijdens de consecratie, de zegening van brood en wijn bij het heilig avondmaal.
Binnen in de kerk is de centrale plaats het priesterkoor, of het liturgische centrum. Dit is (meestal) een verhoogde ruimte voor in de kerk. In de Rooms-katholieke kerk staat op die ruimte het altaar, in de protestantse kerken de avondmaalstafel. Een groot deel van de viering vindt op deze verhoogde ruimte plaats, onder andere de lezingen uit de bijbel. Ook is er voor in de kerk, soms in het midden, soms aan de zijkant, een preekstoel. De mensen die naar de kerkdiensten komen zitten in banken of op stoelen.

Plattegrond van een kerkElke zondag worden er in het gebouw kerkdiensten gehouden. De kerkdienst wordt verzorgd door een dominee, pastoor, pastoraal werker of een gewoon gemeentelid, een leek. Vaak wordt hij of zij geholpen door mensen uit de gemeente. Er wordt gezongen en gebeden. Ook wordt er gelezen uit de bijbel. Over het gelezen stuk gaat de voorganger een uitleg geven. Als er een baby’tje in de gemeente is geboren wordt dat na enkele weken of maanden gedoopt, behalve in sommige protestantse kerken (waar men geen kinderen maar wel volwassenen doopt). De pastoor en de dominee werken niet alleen op zondag. Door de week gaan zij op ziekenbezoek, huisbezoek, geven zij de jongeren van de kerk les over de kerk, vergaderen zij met de kerkenraad of het parochiebestuur, en leiden zij allerlei leeskringen en studiegroepen. Bovendien sterft er wel eens iemand of gaan er mensen trouwen. Dan is er ook een bijeenkomst in de kerk.
Door de week kan het kerkgebouw ook gebruikt worden. Bijvoorbeeld voor concerten, lezingen, buurtvergaderingen, kooroefeningen, concertrepetities, bijeenkomsten van Weight Watchers, schaakclub, bloemschikcursussen. Bijna alles kan in de kerk en de bijruimten.

De persoon die voor het gebouw zorgt is de koster. De koster zorgt dat het warm is in de kerk, dat het schoon is, dat de kaarsen aangestoken kunnen worden, dat de klok geluid kan worden, dat de kerk open is als er activiteiten zijn, dat koffie en thee gezet worden, en nog veel meer.

Wat is er in de kerk te zien?
In een kerk is van alles te zien, maar bij oosterse kerken en rooms-katholieke kerken veel meer dan in protestantse kerken.
De hieronder beschreven voorwerpen zijn niet in alle gebouwen te vinden. Er kunnen voorwerpen te zien zijn die hier niet beschreven worden, wij hebben een selectie moeten maken.
Bovendien kunnen voorwerpen die in de verschillende christelijke kerken er hetzelfde uitzien toch iets anders betekenen. Ook de beleving erbij is niet overal dezelfde.
WijwatervatWijwatervat
Bij de ingang van veel rooms-katholieke kerken is vaak, vlak na binnenkomst, een wijwatervat te vinden. Als de mensen de kerk inkomen dompelen ze daar even hun vingers in en maken ze een kruisteken. Het water heeft een reinigende werking en het is een groet. ‘Heer, hier ben ik’ of een zegening ‘Zegen mij, geef mij kracht’.

 

Kerkbanken
In veel kerken staan banken of stoelen waarop de mensen zitten. Heel vroeger stonden de mensen, later namen ze soms hun eigen stoel mee, of ze huurden er één. In alle kerken zijn nu genoeg zitplaatsen. Soms stoelen, vaak banken. De banken staan in rijen achter elkaar.
In sommige, nieuwere kerken staan de banken meer in een kring, of een hoefijzervormige opstelling. Daar kunnen de mensen meer saamhorigheid voelen. In oosterse kerken staan de mensen meer en wordt er gelopen langs de iconenwand. In de rooms-katholieke kerken is voor de bank ruimte om te knielen.

Glas in lood raam

Ramen
Veel kerken hebben glas-in-loodramen of gebrandschilderde ramen. In die ramen is vaak veel te zien. Ze vertellen vaak verhalen. Verhalen uit de bijbel of verhalen uit de christelijke traditie. Ook zijn er ramen waarin christelijke symbolen te zien zijn; een duif, een kruis, een lelie. Bijzonder is de hoogte van de ramen, namelijk zo hoog dat je de kans niet krijgt afgeleid te worden door wat er buiten allemaal gebeurt.

Maria met kind

Mariabeeld (niet in protestantse kerken)
Afbeelding van Maria, de moeder van Jezus. Maria heeft vaak haar zoon Jezus als baby op haar arm.

 

Beelden (niet in protestantse kerken)
Net als de ramen vertellen de beelden een verhaal. Ze waren van oudsher niet om te vereren maar om de afstand tussen god en de mensen te overbruggen, te verkleinen. De heiligen die ‘verbeeld’ zijn bemiddelden tussen God en de mensen. Met je dagelijkse zorgen viel je ‘de grote baas’ niet lastig.
De heiligen zelf herinneren ons ook aan mensen die goed geleefd hebben en daardoor een voorbeeld zijn.
icoon van Maria met kind

 

Iconen (in Oosterse kerken)
Iconen zijn afbeeldingen van Christus, Maria, apostelen en heiligen. Ze verwijzen naar het goddelijke. Zij worden zo afgebeeld dat hun aanwezigheid door de gelovigen beleefd wordt als werkelijkheid.

paaskaars

 

De Paaskaars
In bijna alle kerken staat een grote kaars. Dit is de paaskaars.
Op de paaskaarsen zijn symbolen van Christus te zien zoals bijvoorbeeld:

- de alfa en de omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet.
- vijf wierooknagels in de vorm van een kruis.
- brood en druiven, die verwijzen naar het breken en delen van brood en wijn.

Elk jaar wordt er in de kerken een nieuwe paaskaars aangestoken. Dat gebeurt meestal in de nacht voor Pasen. Op de kaars staat het jaartal vermeld.
In bijna elke kerkdienst wordt de paaskaars aangestoken als symbool van het licht en de opstanding van Christus.

doopvont

 

Doopvont
Het woord vont betekent bron (denk ook aan fontein). Dopen komt van onderdompelen.
De beelden van dood en leven zitten in de doop: ondergaan in het water en uit het water getild worden.
Baby’s die gedoopt worden dragen vaak een witte doopjurk. Bij de doop krijgt een dopeling (dat kan ook een volwassene zijn) water over het hoofd gegoten. Bij de Rooms-katholieke en de oosterse kerken krijgt de dopeling een beetje olie op het voorhoofd. Olie doordringt de
huid, geneest, maakt soepel, glanzend en geurig. Dat is wat Gods Geest met mensen wil doen. Bovendien krijgt de baby een beetje zout op de tong, om een pittig mens te worden. Zout geeft, net als bij het eten, iets extra’s; het neemt de flauwte weg.

In sommige christelijke kerken worden geen baby’s gedoopt, wel volwassenen. In die kerken worden de dopelingen wel eens helemaal ondergedompeld. In het gebouw is dan geen doopvont, maar een groot bassin, waarin iemand helemaal kopje onder kan.
Niet gedoopt worden de leden van het Leger des Heils.

 

Kruis met corpus kruis zonder corpus

Kruis
Christenen verbinden het kruis met het lijden en sterven van Jezus.
Jezus is voor christenen een voorbeeld om na te leven. Zijn dood aan het kruis was geen einde, maar een begin. Zijn gedachtegoed is tot op de dag van vandaag actueel.
Het kruis met het lichaam van Christus (corpus) zien we bij de katholieken en de oosterse kerken, het kruis zonder corpus bij protestanten.
Veel mensen hebben thuis ook een kruis.

 

Bijbel op kansel

 

Preekstoel/kansel
Vanaf de preekstoel wordt meestal de preek gehouden. Een preek is een verhaal, een soort lezing. Er wordt vaak een bepaald bijbelgedeelte uitgelegd. Dit gedeelte wordt ook toegepast op de tijd waarin we nu leven.
Vaak ligt er op de preekstoel een mooie grote bijbel, soms met een mooie sluiting van ‘zilverwerk’ of ‘koperwerk’.

 

Tafel met schaal en beker

De tafel, met schaal en beker
Deze tafel wordt in de rooms-katholieke kerk en in de oosterse kerken het altaar genoemd. Bij de protestanten heet deze tafel de liturgische tafel. De beker en de schaal worden gebruikt bij het delen van brood en wijn.
In heel de christelijke kerk neemt de viering van het breken en delen van brood en wijn een belangrijke plaats in. De protestanten noemen dit het 'Avondmaal', omdat het een gedenken is van Jezus' laatste avondmaal. Bij de katholieken heette het vroeger 'de heilige Mis'. Nu spreekt men over 'Eucharistie' (= dankzegging) want in het delen van brood en wijn wordt God gedankt voor wat hij de mensen gaf in de persoon van Jezus Christus.
Avondmaal en Eucharistie worden steeds weer gevierd. Christenen geven daarmee gehoor aan Jezus' woord: 'Doet dit tot mijn gedachtenis!' Er wordt brood gebroken en gedeeld, en een slokje wijn gedronken. De wijn wordt gedronken uit een beker. Bij de protestanten is er soms ook druivensap voor de kinderen en mensen die geen alcohol mogen of kunnen gebruiken.
Het brood wordt gebroken door de dominee of de priester. Het ligt op een mooie schaal en wordt door de dominee, priester of leken uitgedeeld aan de mensen die meedoen.
Als iemand voor de eerste keer meedoet heet dat in de rooms-katholieke kerk de eerste communie. Deze eerste communie wordt feestelijk gevierd, in de kerk én thuis, met mooie kleren en cadeaus.

tabernakel

Het tabernakel
Het tabernakel is in de rooms-katholieke kerken te vinden, meestal achter het altaar. De kinderen zullen spreken over een kastje. Het tabernakel ís ook een kastje, een heel bijzonder kastje, waarin het gezegende brood bewaard wordt om een volgende keer te worden gebruikt.

 

godslamp.jpg (5524 bytes)Godslamp
Meestal brandt er bij het tabernakel een godslamp. Deze brandt op bijenwas of plantaardige olie. Door het licht van deze lamp weten rooms-katholieke christenen dat God er altijd voor ze is. Dit licht is dag en nacht aan.

 

antependiumAntependium
Dit is het doek dat over de (altaar)tafel, lezenaar en preekstoel kan hangen. Het heeft altijd de kleur van de liturgische tijd (zie hieronder: de kleuren in de kerk), is gemaakt van mooie stof en vaak geborduurd met symbolen uit het christendom.

 

Kleuren in de kerk
De kleuren die in de kerk aan (delen van) de kleren en kleden te zien zijn hebben te maken met de seizoenen en feesten van het kerkelijk jaar of met specifieke gebeurtenissen of dagen.
De kleuren die in de kerk te vinden zijn:
wit: de kleur van reinheid en van zuiverheid, vooral gebruikt met Witte Donderdag, Pasen en Kerst.
paars: de kleur van boete, inkeer en rouw. Wordt gedragen in de advent, (van de vierde zondag voor kerstmis tot Kerstmis) en Veertigdagentijd. (de veertig dagen voor Pasen. Deze kleur kan ook gebruikt worden in liturgische vieringen voor overledenen.
rood: de kleur van vuur. Deze kleur wordt gebruikt op Passie-en-Palmzondag (de twee zondagen voor Pasen, Goede vrijdag), Pinksteren, bij de vieringen van Christus’ lijden, op de feesten van de apostelen en evangelisten en bij viering van martelaren. In de protestantse kerken alleen bij Pinksteren en (niet algemeen) op Goede Vrijdag.
groen: de kleur van hoop, verwachting en toekomst. Wordt in de ‘tijd het jaar door’ d.w.z. de zondagen na Driekoningen tot de veertigdagentijd en de zondagen na het feest van de Drie-eenheid (de zondag na Pinksteren) tot de adventstijd gebruikt.
roze: een mengvorm van paars en wit; in de duisternis breekt het licht al even door. Kan worden gebruikt op de derde zondag van de Advent en de vierde zondag van de Veertigdagentijd
zwart: wordt gedragen in liturgische vieringen voor overledenen. Deze kleur wordt in de protestantse kerken niet gebruikt.
Reil orgel van de Abdij van Berne

Adema orgel van de Abdij van BerneOrgel
In de kerk is ook altijd muziek. De priester zingt delen van de mis, heel soms zingt een dominee, bijvoorbeeld het begin van een gebed.
De mensen in de kerk zingen ook. Ze worden daarbij meestal begeleid door een orgel. Het geluid van het orgel is heel stemmig. Bij een bezoek met een groep leerlingen zou het fijn zijn het orgel te kunnen horen. Het is nog leuker om met de groep een lied te zingen, liefst met orgelbegeleiding. Alle kinderen kennen het verjaardagslied ‘Lang zal zij/hij leven, in de gloria’. Als dit uit volle borst en met een lekkere uithaal aan het eind gezongen wordt kunnen de kinderen goed horen hoe zingen in de kerk klinkt.

Liedboeken
In alle kerken wordt gezongen. Ze hebben gedeeltelijk dezelfde liederen, bijvoorbeeld psalmen en gezangen. Verder zijn er allerlei verschillende bundels waaruit per kerk gezongen kan worden.

wierookvat

Wierook (niet in protestantse kerken)
Wierook wordt in veel culturen en godsdiensten gebruikt bij religieuze plechtigheden, bij begrafenissen en crematies, bij de verering van heilige voorwerpen of afbeeldingen.
Wierook is een symbool met een veelvoud aan betekenissen. Wierook ruikt heel lekker en weert het bederf. Wierook is ook een teken van eerbied en huldiging. Tijdens eucharistievieringen kunnen bewierokingen plaatsvinden van altaar, evangelieboek, offergaven en ook van de priester en van gelovigen in de kerk. Dit gebeurt veel minder dan vroeger.
Wierook bestaat uit gedroogde harskorrels van bepaalde planten. De korrels worden op een gloeiend kooltje in een vat gelegd. De geurende rook symboliseert de aanwezigheid van God.

Wierookvat (niet in protestantse kerken)
De vorm van het wierookvat heeft zich ontwikkeld van een eenvoudige schaal, al dan niet op voet, tot een schaal met deksel, waaruit door openingen de wierook kon opstijgen. Aan de schaal zijn drie kettingen bevestigd, waarmee met het vat kan worden gezwaaid.
Een vierde ketting is bevestigd aan de deksel. Met deze ketting kan het deksel omhoog getrokken worden.

 

Kruiswegstaties
Kruiswegstaties zijn te zien in rooms-katholieke kerken. Het zijn afbeeldingen die herinneren aan het lijden van Christus, de laatste uren van zijn leven en soms ook zijn opstanding uit de dood. Een statie is een halte. Denk bijvoorbeeld aan het woord station, een spoorweghalte. Meer informatie over krusdweg op deze site...
collectezakken

 

Collectezak, Collecteschalen
Tijdens een kerkdienst of viering is het de gewoonte om geld in te zamelen. Dit geld is voor een deel bedoeld voor mensen of organisaties ver weg of dichtbij die dit nodig hebben.