FRANCISCUS' REGELS
Franciscus geeft zijn regels aan zijn broeders en aan de ClarissenDe franciscaanse broederschap breidt zich meer en meer uit. De oerregel is niet meer voldoende om de grote groep mensen bij elkaar te houden. Goede en slechte ervaringen vinden hun neerslag; er worden nieuwe doelstellingen opgenomen en reeds bestaande worden aangepast. In 1219 reist Franciscus af naar het Oosten, waar hij voor de Sultan van Egypte predikt, maar hij moet vanwege onrust binnen zijn broederschap vervroegd terugkeren. Franciscus is geen bestuurder. In 1220 delegeert hij de bestuurlijke taken over aan broeder Petrus Canthini, en na diens dood aan Elias. In 1221 werd door het kapittel van Pinksteren de ‘regel van 1221’ ingesteld.

Echt en nederig geloof
Niets mag ons dus in de weg staan, niets scheiden, niets vertroebelen. Laten wij allen overal, op iedere plaats, ieder uur en iedere tijd, dagelijks en voortdurend, echt en deemoedig geloven, en in ons hart bewaren en liefhebben, eren, aanbidden, dienen, loven en zegenen, verheerlijken, hoog verheffen, prijzen en danken de allerhoogste en verheven, eeuwige God, drievuldig en een, Vader, Zoon en Heilige Geest, schepper van alles en redder van allen die in Hem geloven, op Hem hopen en Hem beminnen; Hem die zonder begin en zonder einde is, onveranderlijk, onzichtbaar en onzegbaar, onuitsprekelijk, onbegrijpelijk en onnaspeurbaar, gezegend en lofwaardig,
Franciscus’ Regel van 1221, XXIII vers 10-11.

Lees verder: Zijn laatste levensjaren