| FRANCISCUS IN DE OORLOG |
In januari 1200 breekt er een
oorlog met de nabijgelegen stad Perugia uit. Reden is de verwoesting van
het kasteel Sasso Rosso bij de poorten van Assisi. De eigenaar, een hoog
en machtig heer, vlucht naar Perugia en voegt zich bij de edelen. Zijn
zonen proberen het kasteel te verdedigen, maar ze moeten het met hun leven
bekopen. Perugia stelt Assisi een ultimatum, maar deze wil daar niets van
weten. Op 12 december 1202 wordt bij Collestrada het beslissende gevecht
geleverd. Franciscus’ jongensdroom was ridder worden. Hij maakt van de
gelegenheid gebruik om zijn jongensdroom waar te maken en meldt zich als
ridder aan. De welgestelde Perugianen gaan tijdens het gevecht als
razenden tekeer. Het leger van Assisi wordt uit elkaar geslagen. Soldaten
worden afgemaakt, ridders worden gevangen genomen. Voor de ridders kunnen
de Perugianen namelijk nog een aardige losprijs vragen. Franciscus belandt
zodoende voor ruim een jaar in de gevangenis. De kou maakt hem ziek, zijn
longen worden aangetast. Gelukkig weet een liefdadigheidsorganisatie te
bewerkstelligen dat Franciscus tegen een losprijs wordt vrijgelaten. Een stem in de nacht Hij komt na de veldslag als een andere man weer terug bij zijn ouders. De herinneringen aan zijn vrienden en vele anderen die om het leven zijn gebracht, maakt hem verdrietig en lusteloos. Toch krabbelt hij weer op. Zijn jongensdroom wil hij nog lang niet opgeven. Hij wil zich weer gaan aansluiten bij een leger, maar dit keer wordt het een kruistocht naar Jeruzalem. De stad van Christus moet bevrijd worden uit handen van Saladijn, de sultan van Egypte. Een edelman, die Fransiscus in de gevangenis had leren kennen, zou hem vergezellen op weg naar Puglia. Daar zou hij zich vervolgens aansluiten bij het leger van Gautier van Brienne. Op weg daarheen stoppen ze in Spoleto, waar ze tegen de avond een rustplaats maken en gaan slapen. Franciscus hoort volgens de legenden die nacht een stem die tot hem spreekt. Het was een vriendelijke stem, die aan Franciscus vraagt wat hij hij van plan is te gaan doen. Franciscus geeft daarop antwoord. Het gesprek gaat vervolgens door: - Wie kan je meer geven, de meester of de knecht? - De meester! - Waarom laat je de meester dan in de steek voor de knecht, en de vorst voor de vazal? Franciscus vraagt vervolgens: Wat wil je dat ik doe, Heer? - Ga terug naar de plaats waar je bent geboren en daar zal je worden gezegd wat je moet doen. |