| BROEDERSCHAP |
| Franciscus’ roeping Franciscus wordt zich langzamerhand steeds meer bewust van zijn roeping. Hij begint te preken door Italië. Eerst alleen, daarna met hulp van anderen die op zijn pad komen en hem willen volgen. Ze lopen op blote voeten door de straten. Ze hebben een koord als gordel en zijn armelijk gekleed in een pij die wel een zak lijkt. Ze zijn kinderlijk opgewekt en schijnen uit een andere wereld te komen waar geen droefheid bestaat. Kun je, als je niets bezit, op deze aarde gelukkig leven? Is het gouden tijdperk aangebroken? De franciscaanse broederschap is niet ontstaan uit een plan of idee. Het
is begonnen met een groep mensen die zich rondom Franciscus schaarden. Zij
voelden zich aangegrepen door zijn ideaal en evangelische levenswijze.
Toen er in totaal elf mensen bij hem waren, stelde Franciscus in
eenvoudige woorden een levensregel op. Franciscus verlangde ernaar de hele
gemeenschap van gelovigen op te roepen jammerend boete te doen en te
kiezen voor een nieuw leven met Christus. Daarom zei hij tot zijn
volgelingen:
‘Gaan jullie nu op weg, brengt de
mensen de vredesgroet en roept allen op om boete te doen tot vergeving van
hun zonden. Bewaart in moeilijkheden je geduld, bidt zonder te verslappen,
laat je door inspannende en zware arbeid niet afschrikken, weest
bescheiden in je spreken, gedraagt je waardig in je optreden en weest
dankbaar wanneer men jullie weldaden bewijst. In ruil voor dat alles wordt
jullie immers een plaats in de hemel bereid’. |