EERSTE COMMUNIE Op weg naar je Eerste Communie. Met
kinderen hier, maar ook…in Guatemala.
Toon, Sophie, Boris en Daniek
uit Rossum hadden een hele speciale voorbereiding op hun Eerste Communie.
Aan Klap vertellen ze over het blauwe, groene en gele boekje waar ze in
gewerkt hebben..
Geboorte Sophie: “Ik vond het blauwe boekje het leukste. In een bloem
mocht je je naam zetten en wie er allemaal bij je hoort. En je mocht
allemaal dingen schrijven over je geboorte. Ik heb mijn geboortekaartje
erbij geplakt. In Guatemala hebben de mensen andere gebruiken bij de
geboorte dan bij ons.”
Nahual
Juf Mignon: In Guatemala bedenken de ouders bij de geboorte een dierennaam
voor hun kind: een “nahual” (spreek uit: nawal). Zodat ze later goed
zorgen voor alles wat leeft. De nahual is nog geheim voor de kinderen. Pas
later in hun leven krijgen ze te horen welke nahual ze hebben gekregen.
Wij hebben dat in de klas ook gedaan. De ouders moesten thuis een
dierrennaam voor hun kind opschrijven en waarom nou juist dat dier. De
kinderen brachten dat in een envelop mee naar school. Heel spannend
allemaal.”
Kattig
Toon: “Ik was een dolfijn. Omdat ik thuis altijd veel aandacht vraag:
mama, kijk eens wat ik kan. Een dolfijn die kunstjes wil maken en heel
speels is. Die wil laten zien wat hij allemaal kan. Ik speel ook heel
graag.” Sophie: “Ik was een muis, omdat papa en mama mij bij mijn geboorte
al muisje noemden. Ik was heel klein en ik had van die donshaartjes.”
Daniek: “Papa en mama vonden mij een poes, omdat een poes heel lief kan
zijn, af en toe een beetje kattig.”
Doop
Moeder Anita: “In het groene boekje hebben we het gehad over de doopnamen.
Sophie: “Mijn doopnamen zijn Sophie Lieke. Ze zijn verzonnen, niet van
mijn opa of oma. Mijn broertje is wel naar de beide opa’s genoemd.” Toon:
“Mijn doopnamen zijn Anton Johan. Ik ben genoemd naar mijn opa Anton.”
Peetoma
Boris: “Bij de doop krijg je een peetoom en peettante.Van je peetouders
krijg je meestal een groter cadeautje. In Guatemala hebben ze een peetoma
en opa voor een heel dorp. Als je problemen hebt, geplaagd wordt
bijvoorbeeld, dan kun je bij hen terecht.” Toon: “In het blauwe boekje
hebben we ingevuld wie ons helpt.”
Bezoek
Daniek: “In Guatemala mogen de peetouders als eerste het kindje vasthouden
als het bij de moeder uit de buik is. Acht dagen mogen er geen andere
mensen komen. Bij ons mag er meteen bezoek komen.” Daniek: “Als mensen op
bezoek komen krijgen ze beschuit met muisjes.”
Brood
Toon: “In het groene boekje vond ik het eten opplakken het leukste.”
Sophie: “Ik had bloemen opgeplakt. En een wijnglas. En brood. In de kerk
wordt het brood heilig. Het brood is Jezus’ hart. En er is een beker met
wijn, dat is zijn bloed. Dat zijn de heilige woorden.”
Armen
Sophie: “Jezus leerde dat je anderen niet moeten buitensluiten.” Toon: “Op
school leren wij ook dat je dat niet mag. We hebben een bord van drie
kinderen met de armen om elkaars schouder.”