|
Praten met je handen |
Aimée (Nederlands) en Xandra (Indonesië) zijn allebei doof. Ze vertellen
over hun leven.Naamgebaar Dove mensen gebruiken naamgebaren. Een naamgebaar is het gebaar voor de eigen naam. Een naamgebaar is gemakkelijk omdat je meteen weet wie er wordt bedoeld. Een naamgebaar heeft altijd iets te maken met de persoon waar het over gaat. Dat kan het uiterlijk zijn, een karaktertrek of de betekenis van de voornaam of achternaam. Aimée doet haar naamgebaar voor. Ze maakt een hartje met haar handen voor haar hart. Het is meteen duidelijk wat haar naamgebaar betekent. Aimée betekent ‘houden van’ of ‘de geliefde’ in het Frans. Gezin Aimée heeft één oudere en één jongere broer. Haar broers kunnen horen. ‘Mijn ouders en broers hebben gebaren geleerd. Ze kunnen met mij in gebaren communiceren.’ ‘Soms is het wel lastig,’ zegt Aimée. Bijvoorbeeld tijdens het eten. Af en toe praten mijn broers zonder te gebaren. Ik begrijp dan niet waar het over gaat. Dat vind ik niet leuk. Mijn moeder zegt er meestal wat van.’
Voordeel en nadeel‘Soms is het handig om in NGT te kunnen communiceren. Je kunt stiekem kletsen zonder dat horende mensen het horen. We kunnen ‘fluisteren’ in NGT. Je maakt dan hele kleine gebaren. Ook kun je gemakkelijk iets over iemand zeggen zonder dat horende mensen weten wat je bedoelt’. ‘Een nadeel van NGT is dat horende mensen je soms aan gaan staren. Niet iedereen weet dat dove mensen communiceren met gebaren. NGTIn NGT kun je eigenlijk alles zeggen wat je wilt. Als ik nadenk is dat meestal ook in gebaren. Je kunt ook boos worden in NGT zonder dat je hard gaat schreeuwen. Je maakt de gebaren dan groter en sneller. Er zijn ook scheldwoorden in NGT. Die ken ik niet allemaal hoor.’ Aimée zegt dat ze nog nooit iemand uit een ander land is tegengekomen die ook doof is. In het buitenland gebruiken ze andere gebaren. Ik kan er dus niet mee praten. Gebaren Ook niet-dove mensen gebruiken al sinds lange tijd gebaren om met elkaar te kunnen communiceren. Denk maar aan de gebaren van Indianen of Aboriginals. Zij gebruikten gebaren omdat elke stam een eigen taal sprak. Dankzij gebaren konden mensen van verschillende stammen toch met elkaar praten. Ook in het klooster maakten monniken vroeger af en toe gebruik van gebaren. De monniken mochten vaak niet spreken. Bijvoorbeeld tijdens het eten. Dan was het handig om te gebaren. Mensen gebruiken ook gebaren als spreken onmogelijk is. Denk aan DJ’s, duikers of beurshandelaren. Vingeralfabet:Er bestaat ook een Nederlands handalfabet. Het is mogelijk om het alfabet met je handen uit te beelden. Dat is voor dove mensen makkelijk als je bijvoorbeeld je naam wilt spelen. Het handalfabet is bedacht door een Spaanse monnik in de 16e eeuw. Pas aan het einde van de 18e eeuw werd het handalfabet voor het eerst gebruikt op een dovenschool in Parijs. Dialect: In Nederland kunnen alle doven met elkaar communiceren in de Nederlandse Gebarentaal. Net zoals in elke taal heeft het NGT verschillende dialecten. Een gebaar voor hetzelfde woord kan verschillend zijn. Er zijn ongeveer vijf dialecten in Nederland. Elk dialect is ontstaan rond één van de vijf dovenscholen in Nederland. Vroeger bestond er zelfs verschil in gebaren tussen de meisjes- en de jongensschool. De meisjes en jongens gingen apart naar school waardoor de meisjes en de jongens eigen gebaren ontwikkelden. Internationaal:Er bestaat geen gebarentaal die over de hele wereld hetzelfde is. Dat is onmogelijk. Dove mensen uit Nederland kunnen dus automatisch communiceren met doven uit bijvoorbeeld China. Elk land heeft zijn eigen gebarentaal. Zo heeft België de ‘Vlaamse gebarentaal’ en Frankrijk de ‘Franse Gebarentaal’. Spreken of gebaren? Binnen het dovenonderwijs was er lange tijd een felle discussie of doven les moesten krijgen in gebaren of in gesproken taal. Op de eerste dovenscholen kregen de doven alleen onderwijs in gesproken taal. Doven moesten leren spreken en spraak afzien (liplezen). Gebaren waren op school streng verboden. Doven schaamden zich voor hun gebaren. Door doven spraak aan te leren zouden ze later beter kunnen integreren in de maatschappij. Later bleek dat deze methode niet goed was. Het lukte vaak niet. Tweetalig Onderwijs:Pas in 1960 werd de gebarentaal gezien als een échte taal. Het duurden toen nog een hele tijd voordat het onderwijs in Nederland veranderden. Pas aan het eind van de jaren ’70 wordt er voorzichtig begonnen met onderwijs in zowel spraak en gebaren. Tegenwoordig krijgen kinderen op dovenscholen les in Tweetalig Onderwijs. Doven krijgen uiteraard les in hun eigen taal (NGT). Daarnaast leren ze ook Nederlands zodat ze ook met horende mensen kunnen communiceren. Culturele minderheidsgroep: ![]() Dove mensen zien zichzelf op de eerste plaats als een culturele minderheidsgroep. Pas daarna zien ze zichzelf als iemand met een handicap. Doof in Indonesië Xandra gaat naar het doveninstituut in Wonosobo. Zijn school ligt in de bergen van Midden-Java. Het katholieke doveninstituut is in 1955 door de broeders van liefde uit Nederland opgericht. De eerste leerlingen gingen naar school op de meisjesschool. In 1976 kwam broeder Petrus Hendriks naar Indonesië. In Nederland was hij logopedist geweest (spraakleraar) op het doveninstituut in Sint-Michielsgestel. Broeder Petrus richtte Don Bosco op. Nog steeds wordt het doveninstituut bestuurd door de broeders en zusters van Liefde. Tegenwoordig werken en wonen er veel Indonesische broeders en zusters van Liefde op het doveninstituut. Werk ‘Ik ga nu al 10 jaar naar Don Bosco. Volgend schooljaar ga ik naar de middelbare school. Dat duurt nog ongeveer 4 jaar. Op de middelbare school leer ik een echt beroep.’ Xandra wil graag kleermaker worden. ‘Op Bali zijn er veel kleermakers die kleren maken voor toeristen. Dat wil ik ook.’Dankzij Don Bosco kan ik later een betaalde baan vinden. Zonder school was dat nooit gelukt.’ SlaapzaalOp de school slapen we met alle kinderen van dezelfde leeftijd in een grote slaapzaal. We hebben allemaal een eigen bed. Xandra vind het fijn dat hij nooit alleen is. Er zijn altijd genoeg andere kinderen in de buurt. Schoolgeld ‘Mijn ouders betalen een eigen bijdrage voor het onderwijs. Daarvan worden mijn boeken, schoolkleding, eten enz. betaald. Veel ouders van de kinderen op school hebben weinig geld en kunnen de school eigenlijk niet betalen. Deze ouders hoeven minder geld te betalen. De orde van de broeders van liefde betaalt dan het schoolgeld. Dat komt in Indonesië bijna niet voor. Als je de schoolkosten niet kunt betalen helpt de regering niet. |