Lente:
tijd voor nieuw leven
In de lente worden de struiken en bomen weer groen, bloemen en planten
beginnen uit te lopen. Het leven krijgt weer kleur. Lammetjes en kalfjes
dartelen in de wei. Overal zwemmen eendenkuikens en moederkloek loopt
trots met haar kuikens over het erf.
In het voorjaar groeit
bij de bittervoorn een lange buis waaruit straks de eieren moeten komen.
Het mannetje zoekt net zolang tot hij een goede ‘wieg’ heeft gevonden: een
grote zoetwatermossel. De mossel doet meteen haar schelp dicht als er
gevaar dreigt, dus het is niet eenvoudig de mossel open te houden als het
wijfje haar eieren gaat leggen. Daarom heeft het mannetje de mossel een
hele poos geplaagd door er steeds tegenaan te storen. De mossel wordt er
moe van en laat tenslotte de schelp maar openstaan, want er gebeurt toch
niets. Snel legt het vrouwtje haar eieren.
In de mossel komen larven uit de eieren die het daar erg goed hebben. Als
ze groot genoeg zijn laten ze zich wegdrijven, maar de mossel is ook niet
gek. Haar jongen houden zich vast aan de kleine bittervoorns. Slim, want
nu verspreiden zij zich over een veel groter gebied. Uiteindelijk laten de
mossellarven zich naar de bodem zakken en worden daar echte schelpen.