Terwijl de eerste zonnestralen voorzichtig door de wolken schijnen,
gaan Neema en haar moeder al op pad. Iedere dag staan ze voor zessen op om
water te halen. Dat is een behoorlijk eind lopen. Neema vindt het normaal
niet zo erg. Maar vandaag is ze boos. “Ik vind het niet eerlijk!”, zegt
Neema hard tegen haar moeder. “Wat?”, vraagt moeder. “Dat mijn
vriendinnetje Sanimyo van school af moet om te gaan trouwen. Dat moet ze
zeker van haar vader omdat ze dan zes koeien krijgen!”
Neema is 11 jaar en woont in Tanzania. Tanzania is 26 keer zo groot als
Nederland en ligt in het oosten van Afrika. Neema’s familie behoort tot de
Maasai, een bevolkingsgroep die leeft van de veeteelt. Het zijn nomaden
die met hun kuddes op zoek gaan naar gras en water voor de dieren. Neema
en haar moeder dragen allebei een waterkruik op hun hoofd. Het is nog
vroeg, maar toch begint het al behoorlijk warm te worden. Alles
ziet er
dor en droog uit.
Lerares
“Meisjes moeten vaak vroeg trouwen”, zucht moeder, “hun familie is arm en
als de meisjes trouwen krijgen ze van de familie van de jongen vee. Maar
dankzij de vrouwen verandert er gelukkig al veel bij ons. Ik wil graag dat
jij naar school gaat, zodat je een goed beroep kunt leren.” “Ik wil graag
lerares worden”, glundert Neema, “dan kan ik andere kinderen taal en
rekenen leren.” “Ik hoop dat we daar geld voor hebben”, zegt moeder, “we
moeten nu al grond verkopen om het schoolgeld te kunnen betalen. Sinds je
vader dood is, is het moeilijk voor ons. Je broers blijven steeds langer
weg met het vee, omdat er voor de dieren bijna geen eten meer te vinden
is.”
Water
Zwijgend lopen ze verder tot ze water zien. Neema is blij, maar moeder
schudt haar hoofd. “Hier kunnen we geen water halen. Het water is veel te
vies, want de koeien staan erin. We moeten verder.” Eindelijk komen ze bij
de bron. Het water zit diep, maar er is nog water. Met de volle
waterkruiken lopen ze terug naar de boma, de groep hutten waar ze wonen.
Koeien
Neema’s broers zijn al bij de hut als ze terugkomen. Neema had niet
verwacht dat ze al terug zouden zijn. Verderop speelt Meijo met wat takjes
in het zand. Het lijkt wel of hij schrijft, maar Neema weet dat Meijo niet
kan schrijven. Hij gaat altijd met Neema’s broers mee om de geiten te
hoeden. “Hoe
was het?”, vraagt Neema aan Meijo, “jullie zijn niet zo erg
lang weggebleven”. “We hebben weer vier koeien verkocht op de markt”, zegt
Kinto. Neema schrikt. Alweer? Straks houden ze geen vee meer over.
Minder groen
Moeder roept. Neema moet helpen bij het stampen van maïsmeel. “Mam”, zegt
Neema, “Meijo vertelde dat we alweer koeien hebben moeten verkopen.”
Moeder knikt. “Het eten moet ergens vandaan komen. Vroeger was er
voldoende gras voor het vee om te grazen, maar nu zijn er veel
natuurparken voor de toeristen en grote boerderijen die het land innemen.
Het vee wordt steeds magerder! En dan is er ook nog de droogte. Ik weet
soms echt niet hoe het verder moet.” Neema stampt boos in haar kom met
maïs.
Pijpleiding
“Maar we kunnen toch oplossingen zoeken?”, vraagt ze voorzichtig. “Daar
werken we al een tijdje aan”, zegt moeder, “er is veel aan het veranderen.
Nu trekken je broers soms dagen lang rond met het vee, maar binnenkort
beginnen ze met het planten van maïs en andere gewassen. Dan kunnen we op
die manier voor ons eten zorgen.” Het is even stil. Dan zegt moeder: “Ik
heb gehoord dat ze in Arash een pijpleiding voor schoon drinkwater hebben
aangelegd. Het water komt vanaf een bron in de bergen tot bij het dorp. Je
broers leggen samen met de andere mannen grote vijvers en dammen aan om
regenwater op te vangen. Dan hoeven we niet meer naar die verre bron te
lopen. Wie weet kunnen we met Gods hulp een betere toekomst opbouwen.”
Delen
Vastenaktie helpt de Maasai als ze willen omschakelen naar de landbouw. Ze
helpt ook bij het aanleggen van watervoorraden en zorgt dat er meer
kinderen – vooral meisjes – naar school kunnen gaan. Maar het echte werk
moet gedaan worden door de mensen zelf. De opbrengst van het land zullen
ze samen moeten delen. Maar dat vindt Neema’s moeder de gewoonste zaak van
de wereld. Iedereen heeft toch recht op een goede toekomst?!