Info bij Klokkenspel

De eerste tijdmeters
De eerste tijdmeters waren de zon, de maan en de sterren.
Later maakten de mensen klokken om de tijd bij te houden.
De schaduwklok
De oudst bekende klok is de schaduwklok, die zo'n 4000 jaar geleden door Egyptenaren werd uitgevonden. 
De schaduwklok had de vorm van een T met een knik erin. Je kon de tijd aflezen door te kijken hoe ver de schaduw kwam op de schaal die op de lange as van de T was aangegeven.
In de steden werd een obelisk neergezet om de tijd aan te geven. Aan de schaduw van de obelisk kon je zien of het ochtend of middag was.
De zonnewijzer
De zonnewijzer werd rond 800 voor Christus uitgevonden. Eigenlijk werkt een zonnewijzer op dezelfde manier als een schaduwklok: de zon valt op een rechtopstaande of schuine paal en daardoor valt er een schaduw op een tijdschaal. Door deze tijdschaal kon je de tijd veel nauwkeuriger bepalen.
Er waren zelfs kleine, draagbare zonnewijzers voor reizigers.
De waterklok
Rond 300 voor Christus bedachten de Grieken de waterklok. Ze noemden hem klepsydra (dat betekent: waterdief). Bij een klepsydra druppelt water door een nauwe opening in een reservoir. Hierin drijft een wijzer die de tijd aangeeft. In Griekenland werden waterklokken bijvoorbeeld gebruikt om de spreektijd van een advocaat bij de rechtbank te meten. Een Chinese waterklok bestond uit een wiel, waaraan op gelijke afstanden kommen waren gemaakt. Zodra een kom gevuld was met water, werd het zwaar genoeg om het wiel een stukje verder te draaien en de druppels in de volgende kom te laten vallen. Zo draait het wiel steeds een stukje verder en daarmee ook de wijzers van de klok.
De wierookklok
Van de 6de tot de 17de eeuw worden in China en Japan wierookklokken gebruikt.
Wierook brandt erg regelmatig, zodat het geschikt is om uren mee bij te houden. In sommige klokken was er voor elk uur een ander soort wierook, waardoor je kon ruiken hoe laat het was.
Het bovenste gedeelte van deze Japanse wierookklok bevat as om wierook te branden. Door het raamwerk bovenin wordt wierookpoeder gestrooid. Dit kan vanaf de rand worden aangestoken. Je kunt de tijd bepalen door te kijken uit welk gedeelte van het raamwerk de rook komt.


 
Bij deze Chinese wierookklok hangen metalen bollen aan dunne zijden draadjes. Door wierook te branden in de buik van de draak, werd van links naar rechts steeds een draadje doorgebrand, waardoor de bol in de schaal eronder viel. Zo kon je horen dat er weer een uur voorbij was.

De kaarsklok
Zoín 1000 jaar geleden werden voor het eerst kaarsklokken gebruikt. Op een kaars werden strepen gezet, die de uren voorstelden. Zo kon je zien hoeveel uren er voorbijgegaan waren sinds je de kaars aangestoken had.

De zandloper
Sinds de Middeleeuwen werden in Europa vaak zandlopers gebruikt, bijvoorbeeld bij kerkdiensten.
Eigenlijk was het geen zand wat er door de kleine opening tussen de twee glasbellen doorloopt, maar gemalen eierschaal. Echt zand was te grof.
In de 12e -13e eeuw verschijnen mechanische klokken in kloosters. Monniken wilden graag rust en regelmaat om op het goede moment te kunnen bidden. Er komen dus klokken die de uren aangeven. De tweede wijzer op de klok, die de minuten aangeeft, komt pas in de 16e eeuw.
s

De atoomklok
In de U.S. Naval Observatory zijn 50 atoomklokken aangesloten op de een rij computers. Deze atoomklok meet aan de hand van de trilling van caesium, een zeldzaam, zacht blauwgrijs metaal, de omloopbaan van de aarde. Hierdoor kan exact de officiŽle tijd worden gemeten en zuiver de lengte van een jaar worden vastgesteld. Maar deze klok is te nauwkeurig want de aarde suist niet met een regelmatige snelheid door het heelal. Om de atoomklok af te stemmen op de aardtijd wordt de klok geijkt. Er worden schrikkelseconden (nanoseconden) toegevoegd of verwijderd.