WERKBLAD bij KLAP 869:  DIEREN


Los deze vragen over dieren van Papoea op. Achter de goede antwoorden staan de punten die je moet verbinden op de volgende pagina.

Het dier dat je hierdoor te zien krijgt komt in Indonesië veel voor. Hij is een beetje eng om te zien, lange stakerige poten en een klein kopje. Hij doet ook eng of liever gezegd, zij doet eng: na de paring bijt het vrouwtje het mannetje de kop af. Daarom zien de mensen haar als de oerkoppesneller en als een symbool van verre voorouders. Het beestje wordt vaak afgebeeld, soms heel herkenbaar, soms heel mensachtig en soms alleen met een paar lijntjes.


 

  1. Op de Indonesische bankbiljetten staat een vogel. Het is de …
  2. a. Kaketoe 12-15-18-28
    b. Kroonduif 12-16-11-17
    c. Jaarvogel 12-14-19-23

  3. De kroonduif is:
  4. a. zo groot als een struisvogel 26-31-28
    b. zo groot als een vleermuis 26-22-18
    c. zo groot als een kip 26-27-28

  5. Een klein zwart vogeltje met een grote gele bek, dat is:
  6. a. de casuaris 6-3-5-7
    b. de jaarvogel 6-5-7-8
    c. de kalong 7-3-2-8

  7. Men dacht vroeger dat de jaarvogel elk jaar een ring bijkreeg. Die ringen zitten:
  8. a. op zijn snavel 24-20-21-25
    b. rond zijn poten 24-23-19-20
    c. op zijn staart 24-25-26-31

  9. De casuaris heeft vleugels en legt eieren.
  10. a. hij is een trekvogel 36-28-22
    b. hij is een loopvogel 36-34-32
    c.hij is een zangvogel 36-34-33

  11. De casuaris heeft
  12. a. een groot zwart verenkleed 8-10-15-9
    b. een grijs- bruine camouflagekleur 8-11-15-12
    c. veelkleurige, schitterende veren 8-10-15-18

     

  13. Er wonen weinig pelsdieren in het oerwoud. Eén van hen is:
  14. a. de kalong 28-31-26
    b. de kuskus 28-35-36
    c. de kaketoe 28-32-36

  15. Van de pels van de kuskus maakt men:
  16. a. een mooie hoofdband 9-14-19-12
    b. zachte jassen 9-10-15-18
    c. warme pantoffels 9-7-3-8

  17. Als de zwarte koningskaketoe kwaad wordt:
  18. a. maakt hij een hels kabaal 30-29-24-20
    b. pikt hij woest in het rond 30-35-36-28
    c. zet hij zijn kopveren omhoog 30-29-22-26

  19. In het Asmat-gebied leven:
  20. a. 5 soorten kaketoes 17-20-22-26
    b. 2 soorten kaketoes 17-23-33-24
    c. 20 soorten kaketoes 17-15-11-6

  21. De kalong wordt ook vliegende hond genoemd, maar hij is een:
  22. a. vleermuis 31-18-13-3
    b. aap 31-22-20-19
    c. eekhoorn 31-26-24-29

  23. De inlanders jagen op de kalong voor het vlees. Ze gebruiken voor de jacht:
  24. a. een geweer 1-4-6-7
    b. een blaaspijp 1-3-5-7
    c. pijl en boog 2-1-4-6

 

werkbladdieren.gif (4409 bytes)