In de Stille Oceaan liggen veel
eilanden. Daar vertellen ze dit verhaal over het ontstaan van de wereld.
Helemaal in het begin was er niet meer dan alleen lucht, de
oceaan en één levend wezen.
Dit was Areop Enap wat Oude Spin betekent.
Op een dag vond Oude Spin een mosselschelp. Toen hij de schelp eens goed bekeek zag hij
dat deze een klein beetje open stond, maar door dat hele klein kiertje zag hij niets. Het
was wel net genoeg om er in te kruipen. Oude Spin dacht: "zal ik eens kijken
wat daar binnen is?".
Oude Spin kroop in de schelp maar hij zag er niets, het was pikdonker.
Toen hij wat rondkroop in de schelp ontdekte hij dat er een schelpdier in de schelp zat.
"Kun jij je dak iets optillen, zodat ik rechtop kan zitten?" vroeg hij aan het
schelpdier. En toen het schelpdier het dak ietsje omhoog getild had kwam er gelijk wat
meer licht in de schelp. "Jij wordt de maan." zei Oude Spin tegen het
schelpdier.
Ineens ontdekte hij nog een dier in de schelp, een rups. Hij vroeg aan de rups: "kan
jij het dak nog iets hoger tillen?".
De rups deed heel erg zijn best, hij duwde zo hard tegen de rand van de schelp aan dat hij
er van moest zweten. Het zweet liep in stralen langs zijn lichaam naar beneden en dat was
zo veel dat er een enorme grote plas water onder in de schelp dreef, Oude Spin noemde dit
de zee.
De rups had zo goed zijn best gedaan dat de schelp nu helemaal open stond, de bovenste
helft van de schelp stond als een mooie boog boven Oude Spin. Hij noemde deze boog de
hemelkoepel en de rups werd de zon.
De onderste helft van de schelp, daar gingen ze wonen, want dat was de aarde.