Het land
Ghana ligt in West-Afrika, aan de kust. Het land is 6 keer zo groot als Nederland. Er
wonen ongeveer 18 miljoen mensen, iets meer dan in Nederland dus. De hoofdstad is Accra.
Het is een grote stad, er wonen meer dan 1 miljoen mensen. Ghana ligt in de tropen. Dat
betekent dat er geen seizoenen zijn zoals bij ons. Er is wel een droge tijd en een
regentijd. Van mei tot septembeer is de regentijd, dan regent het er flink. In de andere
maanden is het droog en warm.
School
De school begint in Ghana al vroeg, om 8 uur, maar je mag dan ook al vroeg in de
middag weer naar huis. Om half 8 vertrekt Veronica. Met haar schooluniform aan en haar
schooltas op haar rug gaat ze op weg. Ze moet ongeveer een half uurtje lopen. Als Veronica
op school aankomt is Roland, haar vader er al lang. Hij is leraar, maar gelukkig zit
Veronica niet bij hem in de groep. Dat zou ze niet zo leuk vinden. De school ziet er oud
en vervallen uit. Er zitten grote gaten in het plafond. Het schoolbord is half kapot. In
de vloer van keien en zand zitten grote gaten. Als je niet uitkijkt lig je zo met je neus
op iemand anders zijn tafeltje. Als hij die heeft, want voor lang niet alle kinderen is
een tafel. Die kinderen leggen hun spullen dan op hun knieën of op een stoel. In
Veronicas groep zitten wel veertig leerlingen. Als de leraar iets vraagt en je weet
het antwoord steek je je hand op, net als bij ons. Maar je moet wel even gaan staan als
hij je vraagt het antwoord te geven.
Akker
Alexander helpt zijn oom op de akker. Hij past op de geiten, zodat ze de akker niet
kaalvreten. Alexander helpt ook mee om de koeien terug te brengen als die te ver weg
lopen. Op de akker helpt hij ook mee de zaadjes in de grond te stoppen. Met een paar
vriendjes houden ze ook de vogels weg, met een zelfgemaakte slinger. Je doet er een pit of
steentje in en daarmee verjaag je de vogels die op het zaad afkomen.
Markt
Om twee uur komt Veronica terug uit school. Samen met haar moeder gaat ze naar de
markt. Veronicas moeder heeft potten gebakken en die gaat ze verkopen op de markt.
Zo af en toe loopt er een toerist op de markt en die wil vaak wel zon pot hebben.
Die kan dat ook betalen, denkt Veronica. Ze kijkt vaak toe hoe haar moeder de klei kneedt
in de vorm die ze wil hebben. Zij moet dat later ook kunnen. Veronica heeft van haar
moeder ook koekjes leren bakken en die wil ze nu gaan verkopen op de markt. Op de markt is
het gezellig druk. Je ziet er kraampjes met van alles. Veel fruit, zoals meloenen en
bananen, lappen stof en sieraden.
Koken
Om 5 uur gaan ze weer naar huis.Onderweg moeten ze ook nog hout verzamelen om te
kunnen koken. Thuis helpt Veronica haar moeder met het klaarmaken van de tiset. Alexander
helpt met het stampen van de millet. Op het woonerf staan ook grote aardewerk potten.
Daarin wordt bier gebrouwen. Veronica helpt haar moeder met de bereiding van het bier.
Spel
Gelukkig is er daarna ook nog wat tijd om te spelen. Veronica gaat met haar
vriendinnen een spelletje awe spelen: een spelletje met springen en handenklappen. Of ze
gaat fietsen, dat vindt ze ook heel leuk. Alexander vindt voetballen het leukste. Of hij
met andere kinderen stoeien of spelen met de autos van blik en van hout. Die hebben
ze zelf gemaakt.
Eten
Om 7 uur wordt er gegeten. Moeder Rosemary schept de tiset op met een sausje van
bonen en wat andere groenten. Na het eten helpt Veronica met opruimen. Ze helpt ook mee
met het omspoelen van de kalebassen waaruit ze gegeten hebben.
Om half negen gaat ze op haar slaapmatje liggen. Haar broertje Alexander ligt dan
al heerlijk te slapen. Ze hoort één van de koeien, die ook al binnen het nachtverblijf
staan, nog loeien
en dan niets meer. Veronica is op weg naar dromenland.
Slavernij
Goud
Portugese zeevaarders landden in 1471 aan de kust van Ghana. Ze waren vooral onder
de indruk van het goud dat ze daar tegenkwamen. Een Portugees schreef: "De koning
liep helemaal naakt, maar zijn armen en benen waren bedekt met kettingen en sieraden van
goud. Belletjes en kralen van goud hingen aan de haren van zijn hoofd en zijn baard."
Door de komst van de Europeanen werd het goud van ruilmiddel tot betaalmiddel. Elke
familie maakte zijn eigen gewichtjes van goud, waarmee ze betaalden.
Elmina
De Portugezen noemden hun eerste vestiging aan de kust "El mina",
"de mijn". Ze dachten namelijk dat het goud in mijnen gedolven werd. Maar in
werkelijkheid kwam het goud van de volken die verder landinwaarts woonden. De kustvolken
hadden het geruild voor zout. Het goud werd niet uit mijnen gehaald, maar uit
rivierbeddingen.
Ook andere Europese volken raakten geïnteresseerd in de "Goudkust". Om zich
tegen hen te verdedigen bouwden de Portugezen een kasteel in Elmina.

Forten
Ook Holland was een opkomende zeemacht. In 1593 zeilde Bernhard Erickszoon uit
Medemblik naar de Goudkust. Hij kwam terug met een scheepslading goud, ivoor en peper. De
Hollanders bouwden ook een kasteel: Fort Nassau. Ze zouden bijna drie eeuwen op de
Goudkust blijven. Om onderlinge concurrentie tussen de Hollanders te voorkomen werd in
1621 de West-Indische Compagnie opgericht. In 1637 veroverden de Hollanders Elmina op de
Portugezen.
Ook andere Europese landen bouwden forten aan de kust. Maar vooral Holland en Engeland
vochten om wie de baas was aan de Goudkust. Zo blies de bekende zeevaarder Michiel de
Ruyter Engelse forten op en gaf ze Hollandse namen als Fort Amsterdam 
Slaven
Spoedig kwam er naast goud, peper en olifantstanden een ander handelsproduct bij:
slaven. En hiermee begon een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Slavernij bestond al
veel langer, niet alleen in Afrika. Belangrijke mensen hadden lijfeigenen, die voor hen
werkten en geen eigen land hadden. Maar mensen als handelswaar was nieuw. Voor de
plantages in Midden- en Zuid-Amerika waren krachten nodig die dit zware werk aankonden.
Klik hier voor een koppeling naar de site van Unesco
Meer over Ghana op de KLAP site... klik hier voor "Scholen voor
Ghana"

|