ONDERBOUW

Doelstellingen

- De kinderen weten wat het betekent om ‘anders’ gevonden te worden.
- De kinderen horen over het leven van de dalit-kinderen en hoe zij ‘anders’ gevonden worden.
- De kinderen horen hoe Jezus omgaat met mensen die ‘anders’ zijn.



Lessuggesties

1.
Laat enkele kinderen in de spiegel kijken: kunnen ze vertellen hoe ze eruit zien. Hoe ziet hun haar eruit: kort, stekeltjes of krullen, en welke kleur heeft het? Is het hetzelfde als bij de andere kinderen? Bij wie is het anders? Zo kunnen de kinderen ook kijken naar de kleur van hun ogen, naar de huidskleur, hun lichaam: wie is er groter/kleiner, wie heeft een bril, etc. (uiteraard wel rekening houden met waar kinderen moeite mee hebben).
Je daagt enkele kinderen uit: ‘jij mag vandaag niet tekenen want jij draagt een bril’; ‘jij moet achteraan zitten want je hebt rood haar’. Voer er een gesprek over: waarom mag je dat zo niet doen, waarom is dat niet aardig?

2. We laten de kinderen hun schoenen uitdoen en op een stapel leggen in de kring. We vragen de kinderen hun eigen schoenen te zoeken in de schoenberg. We laten de kinderen verschillen tussen de schoenen noemen. Neem zelf enkele markante schoenen mee, zoals hoge hak, bergschoen, klomp, en speel er een poppenkastspel mee: de ‘hoge hak’ praat natuurlijk deftig en vertelt bijv. dat ze naar een bal gaat, terwijl de ‘klomp’ vertelt over het werk op de boerderij.

3. Je laat twee kinderen naast elkaar lopen en commandeert dat het ene kind zijn schoenen uit moet doen. Hoe ervaren beide kinderen dat?

4. Lees met de kinderen verhaal 1 ‘Bij de waterput’ of lees het voor. Praat er met de kinderen over: Wat vindt David raar? Vind jij dat ook raar? Wat zegt de mama van David? Zegt jouw mama ook wel eens dat je ergens niet aan mag komen? Waarom zegt mama dat? Vertel op een eenvoudige manier dat in dat verre land sommige mensen dingen niet mogen die andere moensen wel mogen, alleen maar omdat ze ‘anders’ zijn.

5. Kijk met de kinderen naar de dvd of de online video ‘Bij de waterput’. Ze kunnen de tekening van werkblad 1 kleuren. Welke verschillen zien de kinderen met hier: laat ze kijken naar de huizen, de bomen, de kleren. Laat de kinderen de opdracht van werkblad 2 uitvoeren.

6. Lees met de kinderen verhaal 2 ‘Feest in de kerk’. Praat er met de kinderen over: wat is er in India anders op school? Er is feest in de kerk. Is er bij ons ook wel eens feest in de kerk? Wordt er dan ook muziek gemaakt? Wanneer wordt er bij ons gedanst? Laat de kinderen naar de kleurplaat kijken: wat is er anders dan bij ons: in huis, het koken, het eten, het dansen, sieraden etc

7. Lees met de kinderen het bijbelverhaal Bartimeüs of lees het voor. Wat zeggen de mensen tegen Bartimeüs? Wat doet Jezus? U kunt met de kinderen nog andere verhalen uit de serie ‘Wat de bijbel ons vertelt’ lezen die laten zien hoe Jezus omgaat met mensen die ‘anders’ zijn, bijv. het verhaal van Zacheüs.

  


Verhaal:
Bij de waterput

Kleurplaat:
Bij de waterput

Opdracht:
Wat hoort bij India

Verhaal:
Feest in de kerk

Kleurplaat:
Feest in de kerk

Verhaal:
Bartimeüs